Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De klim naar de krater van de Vesuvius duurt een half uur
Foto: Stany Duhayon / Pexels
Het pad naar de rand van de Gran Cono begint bij de parkeerplaats op ongeveer 1.000 meter en klimt in ongeveer 30 minuten naar de kraterrand op 1.170 meter; de top van de berg ligt op 1.281 meter. Het pad is breed maar bestaat uit los vulkanisch grind, dus stevige schoenen zijn nodig.
Een kaartje kost rond de 10 euro en moet vooraf online worden gereserveerd, met een tijdslot. Boven loop je een stuk langs de rand, waar soms zwaveldampen opstijgen, met uitzicht over de Golf van Napels. Let op: bij harde wind, onweer of brandgevaar gaat het pad dicht, soms dagenlang. Italië betaalt met de euro.
In Pompeï liggen de winkels, de bakkerijen en de Villa dei Misteri
Deze stad werd in het jaar 79 bedolven onder as en puimsteen. Je loopt er over geplaveide straten met karrensporen langs woonhuizen met fresco's, thermen, een forum, twee theaters en een amfitheater dat plaats bood aan twintigduizend mensen.
Entree kost rond de 22 euro en sinds november 2024 geldt een maximum van twintigduizend bezoekers per dag, met kaartjes op naam. Reken op vier uur. Aan de rand van het terrein staat de Villa dei Misteri, met een fresco waarop een inwijdingsritueel is afgebeeld; dat ligt tien minuten lopen van de hoofdingang en veel bezoekers laten het liggen.
In Herculaneum staan houten deuren en balken overeind
Deze kleinere stad verdween onder een modderstroom die stolde, waardoor organisch materiaal bewaard bleef: houten balken, deuren, een bed, touw en verkoold brood. Er staan huizen met een tweede verdieping en in de booggewelven bij de oude kustlijn liggen de skeletten van mensen die daar op redding wachtten.
Entree kost rond de 16 euro en het is dagelijks behalve dinsdag open van 8.30 tot 19.30 uur. Reken op twee uur. Je kijkt van bovenaf het opgegraven gat in en daalt af; de moderne stad staat er letterlijk bovenop, wat meteen verklaart waarom er niet meer is blootgelegd.
Napels heette Neapolis en de Griekse plattegrond ligt er nog
De stad werd in de zesde eeuw voor Christus door Grieken gesticht en de rechte straten van toen liggen nog onder het oude centrum; Spaccanapoli volgt een van die oude assen. In de Romeinse tijd was Neapolis een havenstad waar welgestelde Romeinen de winter doorbrachten.
Onder de stad liggen waterkelders en gangen die in de zachte tufsteen zijn uitgehakt en die met een gids te bezoeken zijn voor 10 tot 15 euro; de rondleiding duurt anderhalf uur en op sommige plekken is de gang nog geen 60 centimeter breed. Reken op een half uur wachten bij de ingang in het hoogseizoen.
Bij Stabiae staan twee villa's die gratis toegankelijk zijn
Foto: Ekam Juneja / Pexels
Op de klif boven Castellammare di Stabia liggen Villa San Marco en Villa Arianna, twee landhuizen van de Romeinse elite met fresco's, zuilengalerijen en tuinen. Villa San Marco heeft een zwembad van 30 meter lang.
Toegang is gratis en de villa's zijn doorgaans van 8.30 tot 19.00 uur open, behalve op dinsdag. Reken op anderhalf uur voor beide. Er komen veel minder bezoekers dan in Pompeï, dus je staat er soms alleen in een zaal met tweeduizend jaar oude wandschilderingen. Het terrein is met de Circumvesuviana bereikbaar.
Villa Poppaea in Oplontis wordt met Nero's vrouw verbonden
In het moderne Torre Annunziata ligt een villa uit de eerste eeuw die naar Poppaea Sabina wordt genoemd, de tweede vrouw van keizer Nero; het bewijs daarvoor is indirect, maar de omvang en de kwaliteit van de fresco's wijzen op een eigenaar uit de hoogste kringen.
Entree kost rond de 8 euro en het is dagelijks behalve dinsdag open. Reken op een uur. De muurschilderingen met geschilderde doorkijkjes en zuilen horen tot de best bewaarde van het hele gebied, en er is een tuin met de oorspronkelijke beplanting teruggebracht. Het ligt op 3 kilometer van Pompeï.
Het theater van Neapolis was geen arena
Foto: Jiří Dočkal / Pexels
Onder de huizen van het oude centrum zit een Romeins theater uit de eerste eeuw waar naar schatting zesduizend toeschouwers in pasten en waar keizer Nero volgens de bronnen zelf optrad. Anders dan wel wordt beweerd vonden hier geen gladiatorengevechten plaats: daarvoor waren amfitheaters, en het dichtstbijzijnde staat in Pozzuoli.
Je bezoekt het via een woonhuis; de resten van de zitrangen en de gangen zitten ingebouwd tussen appartementen. Een rondleiding kost enkele euro's en duurt drie kwartier, op vaste tijden. Dit is een van de vreemdste bezoeken van de stad: je loopt door een slaapkamer een tweeduizend jaar oude gang in.
Paestum was Grieks voordat het Romeins werd
Deze stad werd rond 600 voor Christus door Grieken gesticht als Poseidonia en pas in 273 voor Christus een Romeinse kolonie. De drie dorische tempels, twee gewijd aan Hera en een aan Athena, dateren uit de zesde en vijfde eeuw voor Christus en zijn Grieks, niet Romeins.
Wat de Romeinen erbij bouwden zie je ook: een forum, een amfitheater en een zwembassin. Entree met museum kost rond de 12 euro en het is dagelijks open van 8.30 tot 19.30 uur. In het museum hangt de beschilderde grafplaat met de duiker uit ongeveer 470 voor Christus. Vanaf Napels is het 100 kilometer.
In Cumae zit de grot van de Sibylle in de rots
Deze Griekse nederzetting uit de achtste eeuw voor Christus is de oudste op het Italiaanse vasteland. In de rots onder de akropolis loopt een gang van ruim 130 meter met een trapeziumvormige doorsnede, die als de grot van de Sibylle wordt aangewezen: de orakelpriesteres van Apollo.
Boven staan de funderingen van de tempels van Apollo en Jupiter, met uitzicht over de kust. Entree kost rond de 5 euro en het park is dagelijks behalve dinsdag open. Reken op anderhalf uur en op een stevige klim; vanaf Napels is het 25 kilometer westwaarts.
Bij Baia ligt een deel van de Romeinse stad onder water
Dit badplaatsje aan de Golf was het luxeoord van de Romeinse elite, met thermen die door vulkanische warmte werden gestookt en een koepelzaal die de tempel van Mercurius wordt genoemd. Door bodemdaling in dit vulkanische gebied is een deel van de stad in zee verdwenen.
Dat verzonken deel is nu onderwaterpark: je vaart er met een glasbodemboot overheen voor 15 tot 25 euro of duikt er met een gids voor 50 tot 80 euro. Het terrein op de wal kost rond de 6 euro en is behalve maandag open. In het kasteel erboven zit een museum met de teruggevonden beelden.