Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Chiantigiana loopt van Florence naar Siena
Foto: Leonardo Barucci / Pexels
De weg SR222, in de streek de Chiantigiana genoemd, verbindt beide steden over ongeveer 70 kilometer door het hart van het Chianti Classico, het kerngebied tussen Florence en Siena dat de zwarte haan als zegel voert. Onderweg liggen Greve, Panzano, Castellina en Radda in Chianti.
Reken op anderhalf uur rijden zonder stops en op een dag met. De weg is bochtig en smal en er rijden veel motoren; inhalen heeft geen zin. Italië betaalt met de euro. Let op: de alcohollimiet is hier 0,5 promille, dus wie proeft en rijdt heeft een probleem dat ter plekke wordt gecontroleerd.
Greve in Chianti heeft een driehoekig plein met arcades
Foto: Jonathan Körner / Unsplash
Dit dorp op 30 kilometer van Florence heeft als kern de Piazza Matteotti, een driehoekig plein met overdekte galerijen waaronder slagers, wijnwinkels en cafés zitten. In het midden staat een standbeeld van Giovanni da Verrazzano, de zeevaarder uit deze streek naar wie de brug bij New York is genoemd.
Op zaterdagochtend is er markt met kaas, olijfolie en worst. Rondlopen kost niets en parkeren aan de rand een paar euro. Met de bus vanaf Florence ben je er in een uur voor enkele euro's. Reken op anderhalf uur; het dorp is klein en de omliggende wijnhuizen zijn de eigenlijke reden om te komen.
In Panzano staat de bekendste slager van Toscane
Foto: João Rodrigues / Unsplash
Dit dorp ligt 8 kilometer verder langs dezelfde weg en teert op zijn slagerij, waar de eigenaar met een luide stem uit Dante citeert en iedereen een plakje worst met een glas wijn aanbiedt terwijl hij wacht. Er zitten drie eetzalen aan vast waar de bistecca alla fiorentina op de kaart staat.
Een steak van 800 gram voor twee kost 50 tot 70 euro en reserveren is nodig. Rondom Panzano liggen wijnhuizen waarvan een aantal biologisch werkt; een rondleiding met proeverij kost 25 tot 45 euro per persoon en duurt anderhalf uur. Ook daar moet je vooraf boeken, want de meeste ontvangen maar een paar groepen per dag.
San Gimignano heeft nog veertien van de tweeënzeventig torens
Dit ommuurde stadje op 60 kilometer van Florence had in de middeleeuwen tweeënzeventig geslachtstorens; er staan er nog veertien overeind, wat genoeg is voor de bekende silhouetfoto. Volgens Unesco staat het centrum op de werelderfgoedlijst.
De hoogste toren is beklimbaar voor rond de 9 euro. Hier wordt de witte wijn Vernaccia gemaakt, de eerste Italiaanse wijn die in 1966 een beschermde herkomst kreeg. Let op: tussen 10.00 en 17.00 uur komen de bussen en is de hoofdstraat een file van mensen; kom voor negenen of blijf tot na zevenen, dan heb je het stadje bijna voor jezelf.
Volterra ligt op een rots en werkt albast
Deze stad op 70 kilometer, anderhalf uur rijden, was een van de twaalf Etruskische steden. In het archeologisch museum staat een uitgerekt bronzen beeldje van rond 300 voor Christus dat de Avondschaduw heet, en aan de rand van de stad liggen een Romeins theater en een rots die door erosie wegvalt.
Entree voor het museum kost rond de 8 euro. In de werkplaatsen wordt albast gezaagd en gedraaid tot lampen en schalen; je mag er binnenkijken. Reken op een halve dag. Volterra is met het openbaar vervoer lastig te bereiken; met de auto rijd je via Colle di Val d'Elsa.
Certaldo bereik je met een kabelbaan
Dit dorp op 50 kilometer bestaat uit een nieuwe stad beneden en een middeleeuwse bovenstad van baksteen, verbonden door een kabelbaantje dat in drie minuten omhoog gaat voor een paar euro. Boven komt geen auto en kijk je over de velden.
Hier woonde en stierf Giovanni Boccaccio, de schrijver van de Decamerone; zijn huis is museum voor enkele euro's. Op woensdag is er markt. Certaldo heeft een station aan de lijn naar Siena, dus dit is een van de weinige dorpen die je zonder auto kunt doen: vanaf Florence ben je er in een uur met de trein.
In Vinci staat het museum over Leonardo
Dit dorp op 35 kilometer is de geboorteplaats van Leonardo da Vinci, die er in 1452 werd geboren; het huis waar dat gebeurde staat 3 kilometer verderop in Anchiano en is te voet over een olijvenpad te bereiken.
In het dorp staan twee museumgebouwen met houten modellen die naar zijn tekeningen zijn gebouwd: vliegtuigen, bruggen, tandwielen en een duikpak. Entree kost rond de 11 euro en kinderen betalen minder. Reken op twee uur. Met de trein naar Empoli en dan de bus ben je er in vijf kwartier, wat dit tot een bruikbare dagtrip zonder auto maakt.
Met de trein kom je tot Empoli, Certaldo en Poggibonsi
De treinen vanuit Florence rijden richting Siena en Pisa en stoppen in Empoli op een half uur, Certaldo op een uur en Poggibonsi op iets meer dan een uur; een kaartje kost 5 tot 10 euro. Vanaf Poggibonsi rijdt een bus in twintig minuten naar San Gimignano.
Naar de wijndorpen in het Chianti gaat geen trein en rijden maar enkele bussen per dag. Wie daarheen wil zonder auto boekt een georganiseerde tocht van vijf tot acht uur voor 70 tot 120 euro per persoon, inclusief twee proeverijen. Dat is meteen de oplossing voor het alcoholprobleem.
Fietsen kan, maar de heuvels zijn geen detail
Vanaf Florence rijd je in ongeveer 25 kilometer het wijngebied in, maar de Chiantigiana klimt en daalt voortdurend met hellingen tot 10 procent. Een gewone fiets huren kost 25 tot 35 euro per dag en een elektrische 45 tot 65 euro; met dat laatste is de route voor de meeste mensen haalbaar.
Begeleide fietstochten van een dag met proeverij en lunch kosten 100 tot 160 euro per persoon. Neem water mee, want tussen de dorpen zijn er weinig kranen, en rijd niet tussen 12.00 en 16.00 uur in juli en augustus: dan is het op de open heuvels boven de 35 graden.
Bij drukte in Chianti wijk je uit naar Montepulciano of Montalcino
Deze twee stadjes liggen 110 en 120 kilometer zuidelijker, ruim anderhalf uur rijden, en maken de Vino Nobile en de Brunello. Het zijn andere wijnen dan de Chianti: voller, duurder en met langere rijping, en de kelders liggen in beide stadjes onder de huizen.
Een proeverij kost er 20 tot 50 euro en reserveren is nodig. In de buurt liggen Pienza, bekend om zijn schapenkaas, en het dal van de Val d'Orcia met de cipressenlanen van de ansichtkaarten. Reken op een lange dag: vier uur rijden heen en terug plus de stops, dus vertrek voor achten.