Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De oude stad valt in vier historische wijken uiteen
Foto: Manfredi Taglialavoro / Pexels
Twee rechte straten snijden het centrum van Palermo in vieren: de Via Maqueda en de Corso Vittorio Emanuele. Waar ze elkaar kruisen ligt het achthoekige plein Quattro Canti, tussen 1608 en 1620 aangelegd met vier barokke gevels die elk een seizoen, een Spaanse koning en een stadsheilige dragen. De vier kwartieren die zo ontstonden heten Kalsa, Albergheria, Capo en Loggia, en ze hebben tot vandaag hun eigen karakter. Het hele gebied meet ongeveer 2,5 vierkante kilometer, dus je loopt van de ene hoek naar de andere in een half uur.
Kalsa is de wijk van paleizen en een kerk zonder dak
Kalsa dankt zijn naam aan het Arabische al-Khalisa, de uitverkorene, naar de versterkte wijk die de emirs hier in de negende eeuw bouwden. Het is nu de meest ruimtelijke van de vier: brede pleinen, open plekken uit de bombardementen van 1943 die nooit zijn volgebouwd, en daartussen paleizen. Aan de Via Alloro staat Palazzo Abatellis uit 1495, dat de regionale kunstgalerie herbergt, met de Annunciata van Antonello da Messina en een muurschildering van de Triomf van de Dood van rond 1446. Santa Maria dello Spasimo, begonnen in 1509, kreeg nooit een dak; er groeien bomen in het schip en er worden in de zomer concerten gegeven. Even verderop ligt de kerk van La Magione uit 1191, met een kruisgang die vrijwel leeg is gebleven. Toegang tot het Spasimo is gratis, de galerie kost rond de 8 euro en is doorgaans van dinsdag tot en met zondag vanaf 9.00 uur open.
Piazza Marina heeft een boom die het plein vult
Aan de rand van Kalsa ligt Piazza Marina, ooit een baai die in de vijftiende eeuw werd gedempt. In het midden ligt de Giardino Garibaldi met een Australische ficus die volgens de gemeente een van de grootste van Europa is; de kroon meet ruim 30 meter en de luchtwortels hangen als touwen tot op de grond. Aan het plein staat Palazzo Chiaramonte-Steri uit 1307, dat van 1600 tot 1782 als gevangenis van de inquisitie diende. In de cellen staan tekeningen en teksten die gevangenen in het pleisterwerk krasten; die zijn met een rondleiding van ongeveer een uur te zien voor rond de 8 euro. Vanaf het plein loop je in drie minuten naar het Foro Italico, de zeeboulevard met daarachter de Villa Giulia, een geometrische tuin uit 1778 die gratis toegankelijk is.
Albergheria draait om de markt van Ballarò
Albergheria is de dichtstbebouwde van de vier wijken en het minst opgeknapt. Door het hart ervan loopt Ballarò, de oudste markt van de stad, die volgens de plaatselijke overlevering teruggaat op de Arabische periode. De kramen staan van maandag tot en met zaterdag vanaf een uur of acht tot in de middag, en op zondag is het er stil. Je loopt er tussen bergen artisjokken, gestapelde vissen en rokende grills door; het is er nauw en druk, en dat hoort erbij. Midden in de wijk staat de Chiesa del Gesù, de eerste jezuïetenkerk van Sicilië, waarvan het interieur tussen 1590 en 1720 volledig met gekleurd marmer werd bekleed. Let op: dit is ook de wijk waar zakkenrollers actief zijn en waar je in de zijstraten na donker beter niet alleen loopt.
Capo is de tweede markt en de smalste straatjes
Het kwartier heet officieel Monte di Pietà, maar iedereen noemt het Capo, naar de markt die over de Via Sant'Agostino en de Via Porta Carini loopt, aan de noordwestkant van het centrum. Hij is kleiner dan Ballarò en meer op de buurt zelf gericht, met slagers, viskramen en kledingstalletjes door elkaar. Aan het begin staat de kerk van Sant'Agostino uit de dertiende eeuw, met een rozetvenster in Arabisch-Normandische stijl. De straatjes zijn hier op sommige plekken nog geen 3 meter breed, waardoor er geen auto in kan en het aangenaam rustig blijft.
Vucciria is 's avonds een ander plein dan overdag
Vucciria was eeuwenlang de bekendste markt van Palermo, vereeuwigd op het schilderij dat Renato Guttuso er in 1974 van maakte. Die markt bestaat vrijwel niet meer: overdag staan er op Piazza Caracciolo nog een handvol kramen en verder is het leeg. Wat er wel is, begint na een uur of negen in de avond, wanneer het plein volloopt met jongeren die bij de kraampjes drinken en gegrilde inktvis eten. Wie hier de markt van de oude foto komt zoeken, komt op het verkeerde moment of veertig jaar te laat. Twee straten verderop staat de San Domenico uit 1640, waar sinds 1869 Siciliaanse schrijvers en politici begraven liggen, en achter de Via Roma ligt Piazza Olivella met het archeologisch museum.
Borgo Vecchio is de vissersbuurt met de grills op straat
Foto: Masi / Pexels
Ten noorden van het Teatro Politeama ligt Borgo Vecchio, een rechthoekig raster van lage huizen dat in de achttiende eeuw voor vissers werd gebouwd. Overdag is het een gewone buurtmarkt, in de avond zetten de eettentjes hun barbecues op de stoep en eet je aan plastic tafels tussen de scooters. Op de blinde muren staan sinds ongeveer 2015 grote muurschilderingen, waaronder een reeks portretten van buurtbewoners. Vanaf het theater is het vijf minuten lopen.
De kathedraal en het paleis liggen aan één rechte lijn
Vanaf Quattro Canti loop je in tien minuten over de Corso Vittorio Emanuele, langs Piazza Bologni met zijn palmen en paleisgevels, naar de Cattedrale uit 1185, gebouwd op een moskee die zelf op een christelijke kerk stond; in een van de zuilen bij de portiek staat nog een vers uit de Koran gegrift. Sinds 2015 staat het gebouw op de werelderfgoedlijst, als onderdeel van het Arabisch-Normandische Palermo. Binnen liggen de koningsgraven, waaronder dat van Frederik II. Het dak is te belopen voor rond de 15 euro inclusief graven en schatkamer; de kerk zelf is gratis.
De Cappella Palatina is de rijkste zaal van de stad
Nog eens vijf minuten verder staat het Palazzo dei Normanni, sinds de twaalfde eeuw regeringszetel en nu het parlement van Sicilië. Boven in het paleis ligt de Cappella Palatina, tussen 1132 en 1140 gebouwd, met gouden mozaïeken op de muren en een houten plafond van Arabische makelij. Let op: omdat het parlement in het gebouw zit, is een deel van het paleis op dinsdag, woensdag en donderdag gesloten voor bezoek, en dat wisselt met de vergaderweken. Een kaartje kost rond de 19 euro, op de dagen met beperkte toegang minder.
Piazza Bellini heeft drie bouwwerken naast elkaar
Vlak bij Quattro Canti liggen aan één plein de San Cataldo uit 1154, herkenbaar aan drie rode koepels, en de Martorana uit 1143 met Byzantijnse mozaïeken. Beide staan sinds 2015 op de werelderfgoedlijst. Ernaast ligt de Fontana Pretoria uit 1554, die oorspronkelijk voor een Florentijnse tuin werd gemaakt en in 1574 hierheen kwam; de tientallen naakte figuren leverden het plein de bijnaam plein van de schaamte op. Toegang tot de twee kerken kost een paar euro per stuk, de fontein bekijk je gratis.
De twee theaters staan net buiten de oude kern
Foto: Inmaculada Peña / Pexels
Het Teatro Massimo opende in 1897 en is met ruim 7.700 vierkante meter het grootste operahuis van Italië. Rondleidingen duren ongeveer een half uur en kosten rond de 12 euro. Tien minuten noordelijker staat het Teatro Politeama Garibaldi uit 1874, met een gevel als een triomfboog. Het Massimo staat aan Piazza Verdi, het Politeama aan Piazza Ruggero Settimo. De twee zijn verbonden door de gelijknamige winkelstraat, die verderop overgaat in de Via Libertà met de negentiende-eeuwse burgerhuizen, en zo loop je vanzelf van de oude stad naar het nieuwe deel.
De Zisa ligt te ver voor een wandeling
Het paleis Zisa werd tussen 1165 en 1180 gebouwd als zomerverblijf van de Normandische koningen, in Arabische stijl met een fonteinzaal die het gebouw koelde. Het staat ook op de werelderfgoedlijst, maar het ligt ongeveer 2,5 kilometer ten westen van Quattro Canti, buiten de oude stad en achter een drukke rondweg. Reken op een half uur lopen langs weinig aantrekkelijke straten, of neem de bus. Toegang kost rond de 6 euro.
Straatvoedsel is de goedkoopste manier om te eten
Palermo heeft een straatkeuken die in de markten begint en er niet ophoudt. Arancine, gefrituurde rijstballen, heten hier vrouwelijk en kosten 2 tot 3 euro per stuk. Panelle zijn koekjes van kikkererwtenmeel, sfincione is een dikke focaccia met ui en ansjovis, en pani ca meusa is een broodje met gekookte milt dat je met of zonder kaas bestelt. Een volledige lunch van de kraam blijft onder de 10 euro, tegen 25 tot 40 euro in een restaurant aan een toeristisch plein.
Zo deel je een dag te voet in
Begin om een uur of negen bij Ballarò als de markt op gang komt, loop dan noordwaarts naar de kathedraal en het Normandische paleis, en neem de Cappella Palatina mee voor de middagsluiting. Eet rond het middaguur bij Capo, wandel daarna via Quattro Canti en Piazza Bellini naar Kalsa, en sluit af op Piazza Marina. In totaal is dat ongeveer 6 kilometer over kasseien, dus draag schoenen met een stevige zool. Wie in de avond nog wil, gaat naar Vucciria of Borgo Vecchio; de rest van het centrum valt na tienen stil.
Wat je beter op een andere dag doet
Mondello, het strand van Palermo, ligt ongeveer 11 kilometer noordelijk en is niet te belopen; bus 806 doet er een half uur over. Monreale met zijn mozaïekkathedraal ligt 8 kilometer landinwaarts en 300 meter hoger, ook een busrit. Beide horen bij een bezoek aan de stad, maar niet bij een wandeldag door de wijken. Houd er verder rekening mee dat veel kerken tussen 13.00 en 15.30 uur gesloten zijn.