Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Assisi in Umbrië ligt tegen de helling van de Monte Subasio
Foto: Brett Bennett / Pexels
Het stadje ligt op ongeveer 400 meter en bestaat uit straten die evenwijdig aan de helling lopen, met dwarsstraten die steil zijn. Aan de Piazza del Comune staat de Tempel van Minerva uit de eerste eeuw voor Christus, waarvan de zes zuilen nog overeind staan; erachter zit sinds de zestiende eeuw een kerk.
Volgens Unesco staan Assisi en de Franciscaanse gebouwen sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. Rondlopen kost niets en de kern is grotendeels autovrij; parkeren doe je beneden en er lopen roltrappen omhoog. Dit artikel behandelt Assisi, Perugia en de watervallen van Marmore, met entreeprijzen, openingstijden en reistijden. Italië betaalt met de euro.
De basiliek van San Francesco heeft twee kerken boven elkaar
Foto: Duc Tinh Ngo / Pexels
De bouw begon in 1228, twee jaar na de dood van Franciscus. In de onderkerk ligt zijn graf, teruggevonden in 1818 nadat het eeuwen verborgen was gehouden; in de lichte bovenkerk loopt een cyclus van achtentwintig taferelen over zijn leven die traditioneel aan Giotto wordt toegeschreven, met daarnaast werk van Cimabue en Lorenzetti.
Toegang is gratis en de kerk is dagelijks open met een pauze tussen de middag. Reken op anderhalf uur. Bij de aardbeving van september 1997 stortten twee gewelven van de bovenkerk in, waarbij vier mensen omkwamen; de fresco's zijn daarna uit honderdduizenden scherven hersteld. Er geldt een kledingregel met bedekte schouders en knieën, en fotograferen mag niet.
In de Santa Chiara hangt het kruis dat tot Franciscus sprak
Deze kerk uit 1265, met roze en witte banden en drie grote steunbogen aan de zijkant, bewaart het beschilderde kruisbeeld uit San Damiano waarvoor Franciscus volgens de overlevering zijn opdracht kreeg. In de crypte ligt Clara, de stichteres van de armeklaren.
Toegang is gratis en de kerk is dagelijks open. Vanaf het plein ervoor kijk je over het dal van Spoleto. Wie verder wil lopen: het klooster van San Damiano ligt 2 kilometer lager en is gratis, en het Eremo delle Carceri, de grotten waar Franciscus zich terugtrok, ligt 4 kilometer hoger op de Subasio, over een weg met 350 hoogtemeters.
Onder Perugia in Umbrië ligt een hele straat uit de zestiende eeuw
Paus Paulus III liet in 1540 na een opstand over de zoutbelasting de wijk van de familie Baglioni platgooien en er een vesting op bouwen, de Rocca Paolina. De huizen werden niet gesloopt maar dichtgemetseld, en toen de vesting in de negentiende eeuw werd afgebroken kwamen de straten weer tevoorschijn.
Je loopt er nu doorheen over roltrappen die het parkeerterrein met het centrum verbinden; dat is gratis en dag en nacht open. Boven staan het Palazzo dei Priori met de Galleria Nazionale dell'Umbria voor rond de 10 euro en de Fontana Maggiore uit 1278, met reliëfs van de maanden en de ambachten.
De Etruskische muren van Perugia in Umbrië staan er nog voor een deel
De stad heette bij de Etrusken Perusia en had een ringmuur van ongeveer 3 kilometer, waarvan zeven poorten en lange stukken muur bewaard zijn. De Arco Etrusco uit de derde eeuw voor Christus draagt boven de boog de Romeinse inscriptie Augusta Perusia, die er na de verwoesting van 40 voor Christus is ingehakt.
Dat is gratis te bekijken. De Etruskische put in de stad is ongeveer 37 meter diep en overspannen met stenen balken van enkele meters; je daalt er een trap in voor rond de 4 euro. Reken op een half uur. In oktober draait er tien dagen lang een chocoladefestival en in juli een jazzfestival, waarbij de hotelprijzen in de stad verdubbelen.
De watervallen van Marmore in Umbrië zijn in 271 voor Christus gegraven
Foto: Sebastian Ehgartner / Pexels
De Romeinse consul Manius Curius Dentatus liet een kanaal hakken om het moeras bij Rieti droog te leggen, waardoor de Velino voortaan over de rand van het dal van de Nera stort. Met 165 meter in drie trappen is dit de hoogste door mensen gemaakte waterval van Europa.
Het water wordt tegenwoordig door een waterkrachtcentrale gebruikt en op vaste tijden losgelaten, doorgaans een tot drie uur per dag en langer in het weekeinde; kijk die tijden vooraf na, want buiten die uren druppelt er weinig. Entree kost rond de 12 euro. Er lopen paden tussen de onderste en bovenste uitkijkpunten, ongeveer 1 kilometer met 165 hoogtemeters, en je wordt nat van de nevel.
Bij Carsulae in Umbrië loopt een Romeinse weg dwars door de opgraving
Deze Romeinse stad op ongeveer 30 kilometer van de watervallen werd in de derde eeuw voor Christus aan de Via Flaminia gesticht en later verlaten, waarschijnlijk na een aardbeving. Het geplaveide deel van die weg loopt nog altijd dwars door het terrein, met de karrensporen erin.
Entree kost enkele euro's en het terrein is van dinsdag tot zondag open. Reken op anderhalf uur. Er staan een forum, twee tempels, een boog en een amfitheater, en er is vrijwel nooit iemand. Dichter bij de watervallen ligt het Lago di Piediluco, een smal meer tussen de bergen waar wordt geroeid; een boottocht kost 10 tot 15 euro.
De kleinere stadjes in Umbrië liggen binnen een uur van elkaar
Spello heeft Romeinse poorten en zet eind mei of begin juni bloemtapijten op straat voor de Infiorata; Bevagna heeft twee romaanse kerken aan een plein en werkplaatsen waar middeleeuwse ambachten worden getoond. Montefalco kijkt vanaf zijn ring over de hele vlakte en heet daarom het balkon van Umbrië.
Rondlopen kost in alle drie niets; musea vragen 5 tot 10 euro. Spoleto heeft de Ponte delle Torri, een aquaduct van ongeveer 80 meter hoog dat als brug dienstdoet, en in juni en juli een festival waarvoor kaarten 20 tot 120 euro kosten. Tussen deze plaatsen zit telkens 20 tot 40 kilometer over bochtige wegen.
Praktisch voor een bezoek aan Assisi en Perugia in Umbrië
Umbrië heeft een kleine luchthaven bij Perugia; met meer keuze vlieg je op Rome of Florence en rijd je daarna anderhalf tot twee uur. Er loopt een spoorlijn van Perugia via Assisi, Spello en Foligno naar Spoleto en Terni, met ritten van enkele euro's; de stations van Assisi en Spello liggen beneden in het dal en daar rijdt een bus omhoog.
Voor de dorpen en de watervallen heb je een auto nodig, voor 35 tot 70 euro per dag. Let op de autoluwe zones in vrijwel elke heuvelstad: die worden met camera's bewaakt en een boete van 80 tot 150 euro komt maanden later thuis. April, mei, september en oktober geven 16 tot 26 graden; in juli en augustus is het 30 tot 36 graden en in januari 2 tot 10 graden met mist in de dalen.