Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Brijuni is nooit een gewoon eiland geweest
Foto: Sun Pixel Photography / Pexels
De archipel van veertien eilanden voor de westkust van Istrië beslaat samen ongeveer 7,4 vierkante kilometer en is sinds 1983 nationaal park. Er woont vrijwel niemand, er rijden geen auto's en je komt er alleen met een boot van het park zelf.
Dat is geen toeval maar het gevolg van honderdvijftig jaar waarin het eiland achtereenvolgens privébezit, kuuroord en staatsresidentie was. Dit artikel gaat over die geschiedenis en over wat er nu van te zien is.
Een Weense industrieel kocht de archipel en liet de malaria uitroeien
In 1893 kocht de staalfabrikant Paul Kupelwieser de eilanden, die op dat moment onbruikbaar waren door malaria. Hij haalde er de Duitse bacterioloog Robert Koch bij, die rond 1900 de moerassen liet droogleggen en de bevolking behandelde; binnen enkele jaren was de ziekte weg.
Daarna bouwde hij er een luxueus kuuroord voor de Weense bovenlaag, met hotels, een zwembad en vanaf de jaren twintig een golfbaan van achttien holes. Dat golfterrein ligt er nog en wordt nog altijd gebruikt. De Eerste Wereldoorlog maakte een eind aan de bloeitijd.
Daarna werd het de zomerresidentie van Tito
Na 1945 nam de Joegoslavische president Josip Broz Tito het eiland in gebruik als staatsresidentie. Hij verbleef er tientallen zomers en ontving er volgens het park meer dan negentig staatshoofden en honderden andere gasten.
In 1956 tekenden hij, de Egyptische president Nasser en de Indiase premier Nehru hier de verklaring die aan de basis lag van de beweging van niet-gebonden landen. Een tentoonstelling in een van de gebouwen laat foto's, films en persoonlijke bezittingen uit die jaren zien; entree zit bij het parkkaartje in.
De dieren op het eiland zijn diplomatieke cadeaus
Staatsgasten kwamen zelden met lege handen, en een deel van wat ze meebrachten leefde. Zo ontstond een omheind terrein van enkele tientallen hectare met zebra's, zeboes, lama's en olifanten, allemaal afkomstig uit die geschenken of hun nakomelingen.
Het terrein ligt aan de noordkant van het hoofdeiland en is in het rondje over het eiland opgenomen. Reken erop dat de dieren op afstand blijven; het is een omheind park, geen safari. Voor kinderen is het niettemin het hoogtepunt van de dag.
Het landschap is aangelegd, geen wildernis
Wat er nu groeit is voor een groot deel het resultaat van een eeuw tuinieren: gazons onder steeneiken, lanen met cipressen en meer dan zeshonderd uitheemse plantensoorten die vanaf de jaren negentig van de negentiende eeuw zijn aangeplant.
Daartussen staat een olijfboom waarvan de ouderdom op ongeveer zestien eeuwen wordt geschat en die nog vrucht draagt. Er broeden veel vogels, en op de open stukken lopen damherten en moeflons vrij rond. Het effect is dat van een Engels landgoed dat in de Adriatische Zee ligt.
De Romeinse villa aan de baai is het grootste bodemarchief
Foto: Matthias Mullie / Unsplash
Aan de oostkant, bij een diep ingesneden baai, liggen de resten van een Romeins landhuis uit de eerste eeuw voor Christus, met woonvertrekken, tempels en havenwerken die zich over honderden meters langs het water uitstrekken.
De baai werd gebruikt als beschutte ankerplaats op de route langs de Istrische kust. Je loopt of fietst er zo langs; er staat uitleg bij, er is geen aparte entree en een rondje door het terrein kost een half uur. Het complex lag op ongeveer 3 kilometer van de aanlegplaats aan de baai van Verige. Voor wie iets van Romeinse landhuizen wil zien zonder museum, is dit een van de aardigste plekken van de noordelijke Adriatische Zee.
Een kerk, een castrum en dinosporen liggen op dezelfde ronde
De Sint-Germanuskerk uit de dertiende eeuw staat bij de aanlegplaats en heeft kopieën van middeleeuwse glagolitische inscripties. Verderop liggen de muren van een Byzantijns castrum uit de zesde eeuw, ooit een versterkte nederzetting van enkele hectare.
Op vier plekken aan de kust liggen bovendien voetafdrukken van dinosauriërs in de rotsbodem, ongeveer 115 miljoen jaar oud. Ze zijn met bordjes gemarkeerd, maar niet altijd even makkelijk te herkennen; bij hoog water staan sommige onder de golven.
Onder water loopt het park door
De zeebodem rond de eilanden hoort bij het beschermde gebied en bevat naast zeegrasvelden ook wrakken en de verzonken delen van de Romeinse haven. Duiken mag alleen met een vergunning en met een erkende duikschool van het vasteland.
Let op: vrij duiken en zelfstandig ankeren zijn in het park verboden, en dat wordt gecontroleerd. Een begeleide duik vanuit Fažana of Pula kost 50 tot 80 euro. Snorkelen mag alleen bij het aangewezen strandje bij de haven.
Je kunt er slapen, en dat is de exclusiviteit
Het park beheert zelf enkele hotels en villa's op het hoofdeiland. Wie daar boekt, blijft achter als de dagbezoekers om een uur of vier weer op de boot stappen, en heeft het eiland dan vrijwel voor zich alleen. Reken op 150 tot 300 euro per nacht in het hoogseizoen.
Een deel van de villa's is nog altijd gereserveerd voor gasten van de Kroatische staat en dan niet te boeken. Ook overnachtende gasten mogen geen auto meenemen; alles gaat te voet, per fiets of met een elektrisch karretje.
Praktisch
De parkboot vertrekt uit Fažana, op ongeveer tien kilometer van Pula, en doet er een kwartier over. Een kaartje inclusief rondrit kost grofweg 25 tot 40 euro, afhankelijk van het seizoen, en in juli en augustus is vooraf reserveren nodig. Kroatië betaalt met de euro.
Mei, juni en september zijn de beste maanden: 22 tot 27 graden, alle vaartijden actief en beduidend minder volk dan in de zomervakantie. Buiten het seizoen vaart de boot een paar keer per dag en is een deel van de voorzieningen dicht. Bij harde bora kan de overtocht vervallen.