Het centrum van Vaduz is een voetgangersstraat van een paar honderd meter, en juist daardoor staan er gebouwen uit vier verschillende periodes pal naast elkaar. U kunt de bouwgeschiedenis van het land in twintig minuten aflopen.
Dat is het aardigste aan deze hoofdstad: niet de omvang maar de dichtheid. Dit stuk gaat langs die gebouwen, met hun jaartallen en hun architecten, en langs de plekken waar u erop neerkijkt.
De kathedraal is van de architect van het Weense stadhuis
Foto: Jean-Paul Wettstein / Pexels
De Sint-Florinkathedraal werd volgens de kerkelijke archieven tussen 1869 en 1873 gebouwd naar een ontwerp van Friedrich von Schmidt, de Weense architect die ook het stadhuis aan de Ringstraße in Wenen ontwierp. Het is neogotiek van de bovenste plank, uitgevoerd op dorpsformaat.
Ze staat op de fundamenten van een middeleeuwse voorganger en is sinds 1997 kathedraal. De toegang is gratis en u bent er in tien minuten doorheen; het interieur is soberder dan de gevel doet verwachten.
Het regeringsgebouw is van 1905
Direct ernaast staat het regeringsgebouw, tussen 1903 en 1905 gebouwd naar een ontwerp van de vorstelijke architect Gustav Ritter von Neumann. Het is een symmetrisch bouwwerk met een torentje, in de stijl die toen bij overheidsgebouwen hoorde.
Het is nog steeds in gebruik en niet te bezoeken, maar u loopt er langs. Samen met de kathedraal vormt het het beeld dat u op vrijwel elke foto van Vaduz terugziet.
Het parlement is uit 2008 en van baksteen
Foto: Rodrigo Curi / Pexels
Tussen die negentiende-eeuwse gebouwen staat sinds 2008 het parlementsgebouw van de Duitse architect Hansjörg Göritz: drie bouwdelen van baksteen, waarvan het Hohe Haus met zijn steile puntdak het opvallendst is.
Het is een van de weinige moderne parlementsgebouwen in Europa die volledig in baksteen is uitgevoerd, en het contrast met de neogotiek ernaast is het punt. In de zaal vergadert een parlement van 25 leden, het kleinste van Europa op IJsland na.
Het kunstmuseum spiegelt de omgeving
Foto: Helena Jankovičová Kováčová / Pexels
Aan dezelfde straat staat het kunstmuseum, in november 2000 geopend als een blok van zwart beton met basalt waarvan de buitenwanden zijn gepolijst. Daardoor weerspiegelt het gebouw de bergen en de gevels eromheen.
Vier gebouwen uit 1873, 1905, 2000 en 2008 staan hier dus binnen tweehonderd meter van elkaar. Dat is een architectuurwandeling van een kwartier waarvoor u in een grote stad een halve dag kwijt zou zijn.
Het kasteelpad is het beste uitzichtpunt
Foto: Sergei Gussev / Pexels
Vanaf het centrum klimt een pad in ongeveer 20 minuten naar de muur van Slot Vaduz. Het kasteel zelf is de privéwoning van de vorst en niet te bezoeken, maar vanaf het pad kijkt u over de hele Rijnvallei en de bergen aan de Zwitserse kant.
Ga in de late namiddag, wanneer de zon op de bergwand tegenover u staat. Let op dat het pad steil is en over boomwortels loopt: met een kinderwagen komt u er niet en met gladde zolen ook niet.
Boven Vaduz ligt een Walserdorp
Foto: SlimMars 13 / Pexels
Aan de bergweg boven de stad ligt Triesenberg, in de late middeleeuwen gesticht door Walsers die uit het Zwitserse Wallis kwamen. Zij spraken een eigen dialect dat in het dorp nog steeds gesproken wordt en dat voor andere Liechtensteiners moeilijk te volgen is.
Er is een museum over die geschiedenis en het uitzicht vanaf de dorpskerk op ongeveer 900 meter hoogte is het beste van het land. U bent er met de bus in een kwartier vanaf Vaduz, over 6 kilometer serpentine.
Praktische zaken
De musea aan de voetgangersstraat zijn doorgaans van dinsdag tot en met zondag open en op maandag gesloten. Reken op 10 tot 15 frank entree per museum en op een combinatiekaart bij het kunstmuseum en het landsmuseum.
Betalen doet u in Zwitserse frank. Er is geen vliegveld; u komt met de trein tot Sargans of Buchs in Zwitserland en dan met de bus, die elk halfuur rijdt.
Wanneer u komt
De gebouwen staan er het hele jaar, dus dit is een programma dat ook in de winter werkt. In juni tot en met september is het aangenaamst om ertussen te lopen, met 20 tot 26 graden.
Op 15 augustus is het nationale feest en dan is de straat afgesloten voor een volksfeest; de musea zijn die dag beperkt open. Wie de architectuur rustig wil bekijken, kiest een gewone doordeweekse ochtend.