Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Op Ameland bepaalt de windrichting je route
Foto: Denise Jans / Unsplash
Het eiland is ongeveer 25 kilometer lang en 2 tot 4 kilometer breed, met honderd kilometer fietspad tussen Hollum in het westen en Buren in het oosten. Let op: er is nauwelijks beschutting; op de Waddenzeedijk en in de duinen sta je vol in de wind, en dat is hier bijna altijd een westenwind die op een open stuk het verschil maakt tussen een uur en twee uur fietsen.
Rijd daarom eerst naar het oosten en met de wind mee terug. Dit artikel behandelt de routes en uitzichtpunten, met afstanden, hoogteverschillen en waar je wel en niet komt.
De vuurtoren van Hollum is het hoogste punt en te beklimmen
Bij Hollum staat een rode gietijzeren vuurtoren uit 1880 van ongeveer 55 meter, met 236 treden naar het uitkijkplatform. Entree kost een paar euro en de toren is in het seizoen dagelijks open, buiten het seizoen beperkt.
Vanaf boven zie je het hele eiland liggen: de duinenrij, de vier dorpen op een rij en het wad aan de zuidkant. Aan de voet ligt het Bornrif, de brede zandplaat die sinds de jaren tachtig tegen de westpunt is aangegroeid en waar je over kilometers droog zand naar de waterlijn loopt. Vanaf Nes is het ongeveer zeven kilometer fietsen langs de binnenweg of door de Westerduinen; die laatste route heeft klimmetjes.
De duinroute is zwaarder dan de dijkroute
Volgens de fietsknooppuntenkaart lopen er grofweg twee doorgaande verbindingen van west naar oost: een over de binnenweg en de Waddenzeedijk, vlak en verhard, en een door de duinen met hellingen van tien tot vijftien meter achter elkaar.
Van Hollum via Ballum en Nes naar Buren is het ongeveer twaalf kilometer, ruim een uur op de dijkroute en anderhalf uur door de duinen. Voor kinderen en voor wie rustig wil rijden is de dijkroute de logische keuze. De duinroute geeft meer uitzicht en meer beschutting tussen de struiken, maar kost merkbaar meer inspanning. Je kunt ze combineren: heen door de duinen, terug over de dijk, met het Ballumerbos en het Nesserbos als schaduwstukken onderweg.
Vanaf de zuidkant kijk je over het wad
Langs de zuidkust loopt de Waddenzeedijk met een fietspad erbovenop, met zicht over de Waddenzee. Bij laag water valt het slik droog en foerageren er duizenden steltlopers; met een verrekijker zie je vaak zeehonden op de platen liggen, vooral op de banken ten zuiden van Buren.
Dat kost niets en je hoeft er geen excursie voor te boeken. De beste momenten zijn rond laagwater en in de ochtend. De Waddenzee staat sinds 2009 op de werelderfgoedlijst, wat verklaart waarom er in het broedseizoen delen zijn afgesloten.
Het Oerd en De Hon in het oosten zijn leeg
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
Voorbij Buren loopt het eiland nog ongeveer acht kilometer door zonder bebouwing: eerst het duingebied Het Oerd met de Oerdblinkert, met ruim 20 meter de hoogste duintop van het eiland, daarachter de vlakke kwelders van De Hon. Vanaf de trap op de Oerdblinkert overzie je kwelders, strand en wad tegelijk.
Er lopen fiets- en wandelpaden doorheen, met delen die van maart tot half juni gesloten zijn voor broedvogels. Reken vanaf Nes op ruim een uur fietsen enkele reis. Neem water mee, want er is in dat hele gebied geen voorziening, en rijd niet met een smalle fiets over het zandpad naar de punt.
Er staan twee molens op het eiland
In Hollum staat korenmolen De Verwachting en in Nes De Phenix, beide uit de negentiende eeuw. Ze zijn gerestaureerd en draaien op vrijwillige molenaars; op draaidagen kun je naar binnen voor een kleine bijdrage.
Ze liggen ongeveer zeven kilometer uit elkaar en vormen samen met de vuurtoren, het reddingmuseum in Hollum en de dorpskernen een logische route van een halve dag. Wanneer ze draaien staat aangegeven bij de molen zelf en bij het informatiepunt; reken op weekenden en vakantiedagen.
Op het strand loop je kilometers zonder iemand tegen te komen
De Noordzeekust is over ongeveer 27 kilometer zandstrand, met bij de vier dorpsopgangen paviljoens en daartussen niets. Een strandwandeling van opgang naar opgang is vier tot zeven kilometer; de opgang bij Buren naar het oosten is de eenzaamste.
Wandelen bij aflandige wind is aangenaam; bij westenwind loop je het zand in het gezicht. Het strand is met de auto niet toegankelijk. Bij hoog water is de strook bij sommige opgangen smal, dus kijk voor vertrek naar het getij als je een langere strandwandeling plant.
Fietsen huur je in elk dorp
Verhuur zit in Hollum, Ballum, Nes en Buren, vanaf ongeveer 8 euro per dag voor een gewone fiets en rond de 20 euro voor een elektrische. Kinderzitjes, aanhangers en bakfietsen zijn er tegen meerprijs.
In de zomervakantie is reserveren verstandig. Neem regenkleding mee: het weer slaat op het eiland sneller om dan op het vasteland en onderweg is er weinig schuilgelegenheid. Een lekke band los je niet zelf op in het oosten; de verhuurders rijden dan meestal wel naar je toe.
Praktisch
De veerboot vanaf Holwerd naar Nes duurt ongeveer 45 minuten en kost rond de 20 euro retour per persoon. Auto's meenemen is duur en meestal onnodig; met de fiets kom je vrijwel overal en er rijdt een buslijn tussen de dorpen die fietsen meeneemt.
Mei, juni en september zijn de aangenaamste maanden om te fietsen: 15 tot 22 graden, alles open en beduidend rustiger dan de zomervakantie. In het najaar en de winter waait het hard, maar dan heb je de paden en het strand voor jezelf; een deel van de horeca is dan gesloten.