Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Bodensee rijgt drie landen aan één meer
Foto: Sandra Grünewald / Unsplash
De Bodensee is met zo'n 536 vierkante kilometer het grote drielandenmeer van Europa: Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland delen de oevers, en de boten verbinden de parels alsof grenzen niet bestaan. Dit artikel zet de mooiste stadjes en uitjes rond het meer op een rij, van het eilandstadje Lindau tot de donderende Rheinfall.
De gouden regel: kies één basis en laat boot en trein het werk doen; vrijwel elk doel ligt binnen een uur varen of sporen.
Lindau is het eilandstadje met de leeuw
Lindau ligt compleet op een eiland, verbonden met het vasteland via een dam voor de trein en een brug voor de rest. De havenmond wordt sinds 1856 bewaakt door het beroemde duo: de stenen Beierse leeuw en de 33 meter hoge vuurtoren, samen het meest gefotografeerde havenfront van het meer.
De Altstadt erachter is compact en autoluw: het beschilderde oude stadhuis uit de 15e eeuw, de Maximilianstrasse als pronkstraat en overal doorkijkjes naar het water. Vanaf de Oostenrijkse oever is Lindau in een kwartier bereikt; de avond, wanneer de dagjesmensen vertrekken, is het mooiste moment van het eiland.
Konstanz combineert concilie en thermen
Konstanz is de grote stad van het meer en draagt zware geschiedenis: van 1414 tot 1418 vergaderde hier het Concilie van Konstanz, het enige pauselijke concilie ooit ten noorden van de Alpen, dat eindigde met de verkiezing van paus Martinus V. De Münster uit de 11e eeuw en de oude handelshuizen houden die eeuwen zichtbaar.
De stad grenst pal aan Zwitserland; de grens loopt dwars door de bebouwing. Na het stadsdeel volgt de beloning: de thermen aan de oever, met binnen- en buitenbaden in thermaal water en zicht op het meer. Reken op een dagkaart van rond de 20 euro en mijd de regenzondagen; dan komt half Konstanz op hetzelfde idee.
Mainau is het bloemeneiland
Het eiland Mainau, zo'n 45 hectare groot, is één doorlopende botanische tuin: in het voorjaar honderdduizenden tulpen, in de zomer rozenterrassen en dahlia's, het hele jaar de vlindertuin en het barokke kasteel als middelpunt.
Je komt er via de voetgangersbrug of per boot vanuit Konstanz; entrees liggen volgens de kassa's rond de 25 euro in het hoogseizoen, kinderen fors goedkoper. Houd er rekening mee dat een grondig bezoek een halve tot hele dag kost; wie alleen komt voor een uurtje bloemen betaalt relatief veel.
Friedrichshafen en Meersburg zijn het techniek-en-kasteelduo
Foto: Hasmik Ghazaryan Olson / UnsplashFriedrichshafen is de geboortegrond van de zeppelin, en het Zeppelin Museum aan de haven vertelt dat verhaal groots: een deelreconstructie van de LZ 129 Hindenburg op ware grootte, originele onderdelen en de complete geschiedenis van de luchtschepen. Entrees liggen rond de 12 euro; reken op een dagdeel.
Meersburg aan de overkant van het brede water doet de middeleeuwen: het Altes Schloss geldt als het oudste bewoonde kasteel van Duitsland, met wortels tot in de 7e eeuw, en de steile Oberstadt met vakwerk en wijnstuben klimt erboven. De autoveer tussen Konstanz en Meersburg vaart het hele jaar en maakt het duo tot één dagprogramma.
Überlingen en de paalwoningen zijn de noordoever-verrassing
Überlingen combineert een gotische stadskerk en een lange oeverpromenade met de Bodensee-Therme voor het luie deel van de dag. De woensdagochtendmarkt brengt de streekproducten samen.
Even verderop staat het Pfahlbaumuseum van Unteruhldingen in het water: gereconstrueerde paalwoningen uit de steen- en bronstijd, op de plek waar de echte resten sinds 2011 tot het werelderfgoed van de prehistorische paalwoningen rond de Alpen horen. Entrees liggen rond de 10 euro en het station Uhldingen-Mühlhofen ligt op zo'n 2 kilometer; met kinderen is dit het leukste geschiedenisuur van het meer.
De Rheinfall is de donderende dagtocht
Net over de Zwitserse grens bij Schaffhausen stort de Rijn zich over de Rheinfall: 150 meter breed en 23 meter hoog, de waterrijkste waterval van Europa. Vanuit Konstanz is het zo'n 50 kilometer rijden of een directe treinrit.
De uitkijkplatforms aan beide oevers zijn deels gratis; het bootje naar de rots midden in het geweld kost zo'n 20 Zwitserse frank, omgerekend ongeveer 19 euro. Begin juli, na de sneeuwsmelt, dondert het water het hardst; neem iets tegen de nevel mee, want droog blijft hier niemand.
Wijnpaden en praktisch rond het meer
De noordoever is wijnland: de Weinwanderweg bij Hagnau telt zo'n 6 kilometer langs wijngaarden en proeflokalen, de variant vanuit Meersburg rekt dat op tot 12 kilometer boven het meer. Wie groter denkt, pakt de Bodensee-Radweg van zo'n 260 kilometer rond het hele meer, prima in etappes te fietsen.
Praktisch: de boten en treinen rond het meer werken met dagkaarten die drie landen dekken; controleer bij de Zwitserse uitstapjes de frank-prijzen, want die rekenen net iets zwaarder om. Houd er rekening mee dat juli en augustus de oevers vullen; reserveer de veerboten met auto dan vroeg op de dag.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september zijn de gouden maanden: alles vaart, de wijngaarden staan vol blad en de drukte blijft beschaafd. De Mainau-tulpen pieken in april en mei, de wijnoogst kleurt september.
De zomer is het volle bootseizoen met zwemwater van ruim 20 graden; de winter dunt de dienstregelingen uit maar geeft de stadjes en thermen vrijwel privé. De Bodensee is een vierseizoenenmeer; alleen het tempo van de boten verandert.