Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Oostenrijk in de zomer is een land van dalen, niet van toppen
Bijna twee derde van het land ligt in de Alpen, maar het reizen gebeurt door de dalen: de meeste plaatsen liggen tussen 500 en 1.000 meter en de bergen staan er als wand omheen.
Dat bepaalt de reistijden. Dit artikel behandelt de meren, bergwegen en steden, met afstanden, tolbedragen en openingstijden.
Het meer in het Salzkammergut heeft een tandradbaan naar 1.783 meter
Foto: Ronny Siegel / Pexels
Vanaf de noordoever klimt volgens de spoorwegmaatschappij sinds 1893 een tandradtrein naar een top van ongeveer 1.783 meter, met uitzicht over een reeks meren.
Een retour kost 40 tot 50 euro per persoon en de trein rijdt van mei tot oktober, doorgaans van 9.00 tot 17.00 uur. Reken op een halve dag. Op het meer zelf varen raderboten; een rondvaart kost 15 tot 25 euro. Zwemmen mag en het water haalt in juli en augustus 20 tot 24 graden.
De wijnstreek aan de Donau ligt in Neder-Oostenrijk, niet in Boven-Oostenrijk
Foto: Frank Wesneck / Pexels
De terrassenwijngaarden langs een riviervak van ongeveer 36 kilometer staan sinds 2000 op de werelderfgoedlijst; de streek ligt tussen twee stadjes ten westen van Wenen.
Een proeverij kost 15 tot 30 euro per persoon en een fles 10 tot 30 euro. Naast wijn staat de streek bekend om abrikozen, die eind juli worden geoogst. In een van de plaatsjes zat koning Richard Leeuwenhart in 1192 gevangen; de burchtruïne is vrij toegankelijk.
Langs de Donau loopt een fietspad van Passau tot Wenen
Dat traject meet ongeveer 320 kilometer, is vrijwel vlak en loopt grotendeels over aparte paden langs het water.
Fietsverhuur kost 20 tot 35 euro per dag, bagagevervoer 12 tot 25 euro per etappe. Reken op vijf tot zeven dagen met etappes van 50 tot 70 kilometer. Rijd stroomafwaarts, dus van west naar oost: dan hebt u de lichte helling en de overheersende wind mee. Boten nemen fietsen mee voor enkele euro's.
De hoge alpenweg is tolweg en gaat in de winter dicht
De bergweg naar de hoogste berg van het land werd in 1935 geopend, meet ongeveer 48 kilometer en klimt via zesendertig haarspeldbochten naar een pas van 2.504 meter.
Tol kost 40 tot 45 euro per auto voor een dag en de weg is doorgaans van begin mei tot begin november open, dagelijks van 5.00 of 6.00 uur tot 21.30 uur. Let op: buiten die tijden gaan de slagbomen dicht en staat u voor een gesloten hek.
Salzburg is compact en in één dag te doen
Foto: Liviu Gorincioi / Pexels
De oude stad staat sinds 1996 op de werelderfgoedlijst en ligt geklemd tussen twee heuvels; alles ligt binnen een kilometer van elkaar.
De burcht op de rots kost 15 tot 20 euro inclusief de kabelspoorweg omhoog en is dagelijks van 9.30 tot 17.00 uur open. Reken op twee uur. In juli en augustus loopt hier een groot muziekfestival, waardoor hotelprijzen verdubbelen en de binnenstad tussen 10.00 en 17.00 uur vol staat.
Wenen is met de trein sneller dan met de auto
Vanaf Salzburg rijdt de trein in twee en een half uur naar de hoofdstad, terwijl u met de auto drie uur onderweg bent en in de stad met betaald parkeren te maken krijgt.
Het zomerpaleis aan de rand kost 20 tot 30 euro entree en is dagelijks van 8.00 tot 17.00 uur open; het park eromheen is gratis. Reken op drie uur. De grote musea in het centrum vragen 15 tot 22 euro en zijn op maandag deels gesloten.
Kajakken gebeurt op de rivieren van het zuiden
In het zuiden stroomt een rivier die over lange stukken rustig genoeg is voor beginners, met tussendoor stukken stroomversnelling.
Een dagtocht met gids kost 60 tot 100 euro per persoon, inclusief materiaal. Let op: het waterpeil in alpiene rivieren schiet na regen of bij het openen van stuwen binnen een uur omhoog. Ga alleen met een plaatselijke aanbieder die de afvoer volgt, en niet op eigen houtje met een gehuurde boot.
De burcht in het zuiden heeft veertien poorten achter elkaar
Op een rots in het zuidoosten staat een burcht die u bereikt via een oplopend pad met veertien afzonderlijke verdedigingspoorten, elk met een eigen ophaalbrug of valhek.
Entree kost 15 tot 20 euro en de klim van 620 meter duurt 25 minuten; er is ook een lift voor enkele euro's extra. Het is van april tot oktober open, doorgaans van 9.00 tot 17.00 uur. Reken op twee uur inclusief de klim.
Praktisch
Vanuit Nederland rijdt u in acht tot elf uur; voor de snelwegen hebt u een vignet nodig, rond de 12 euro voor tien dagen, en op sommige tunnels en passen komt daar aparte tol bovenop. Oostenrijk betaalt met de euro.
Juni tot september geeft 20 tot 30 graden in de dalen en 10 tot 20 graden op 2.000 meter. In de middag ontstaat vaak onweer boven de bergen; begin wandelingen vroeg en zorg dat u voor 15.00 uur weer beneden bent.