Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Alentejo beslaat een derde van Portugal en heeft vijf procent van de inwoners
Foto: Joao / Unsplash
De streek loopt van de Taag tot aan de Algarve en van de Spaanse grens tot de Atlantische Oceaan, verdeeld over de districten Évora, Beja en Portalegre. Het is grotendeels vlak tot licht glooiend, met kurkeiken in weiden, graanvelden en dorpen die als witte vlekken op de heuvels liggen.
Die leegte is het karakter van de streek. Dit artikel gaat over wat er te zien is, wat het kost en waarom de zomerhitte hier meetelt bij de planning.
Évora is de stad waar je begint
De ommuurde binnenstad staat sinds 1986 op de werelderfgoedlijst, met de Templo Romano uit de eerste eeuw midden in de stad, de Sé uit de dertiende eeuw en het aquaduct Água de Prata dat de stad in loopt en waar huizen tussen de bogen zijn gebouwd. De universiteit erachter dateert uit 1559 en houdt de stad jong.
De bekendste plek is de Capela dos Ossos, de kapel waarvan de wanden met de botten van duizenden mensen zijn bekleed, aangelegd door monniken in de zeventiende eeuw. Entree kost rond de 6 euro. Reken op een dag, met een klim naar het dak van de kathedraal voor het uitzicht. Twintig minuten westwaarts staat het Cromeleque dos Almendres, een kring van bijna honderd staande stenen die zo'n zesduizend jaar voor Christus is opgezet en waar je vrij tussendoor loopt; de weg ernaartoe is onverhard.
De kurkeiken hebben nummers op de stam
Portugal produceert volgens de brancheorganisatie ongeveer de helft van alle kurk ter wereld, en het grootste deel daarvan komt uit deze streek. De schors wordt met de hand van de stam gehaald, waarna de boom er negen jaar over doet om te herstellen.
Op de kale stammen staat een cijfer geschilderd: het laatste cijfer van het jaar waarin geoogst is, zodat iedereen ziet wanneer de boom weer aan de beurt is. Dat is het eenvoudigste stukje landschapskennis dat je hier kunt meenemen, en je ziet het langs elke weg. Tussen de kurkeiken staan de olijfgaarden en de wijngaarden: de Alentejo levert met druiven als Aragonez, Trincadeira en Alicante Bouschet inmiddels de helft van de Portugese wijn, en landgoederen als Esporão bij Reguengos de Monsaraz en Cartuxa bij Évora zijn op afspraak te bezoeken vanaf ongeveer 15 euro.
Monsaraz kijkt over het grootste stuwmeer van West-Europa
In het oosten ligt Monsaraz, een ommuurd dorp met witte huizen op een heuvel, met daaronder het Alqueva-stuwmeer van ongeveer 250 vierkante kilometer dat in 2002 ontstond toen de dam in de Guadiana werd gesloten.
Het dorp is autovrij binnen de muren en in een half uur rond te lopen. Er wonen nog geen honderd mensen. Vanaf het Castelo de Monsaraz kijk je over het water tot in Spanje. Toegang tot het dorp is gratis; parkeren gebeurt buiten de poort. Aan de andere oever liggen Alandroal en de dorpen die bij de aanleg deels onder water verdwenen.
Boven dat meer is de donkerste hemel van Europa
Het gebied rond het Alqueva werd in 2011 als eerste ter wereld erkend als bestemming voor sterrenkijken, omdat er nauwelijks lichtvervuiling is en er meer dan tweehonderd heldere nachten per jaar zijn.
Er is een sterrenwacht met avondprogramma's voor rond de 15 tot 25 euro per persoon, en verschillende accommodaties hebben telescopen. Je hoeft er niets voor te boeken om iets te zien: op een heldere nacht buiten het dorp staan, is genoeg. Neem een rode zaklamp mee in plaats van een witte.
Mértola laat de islamitische periode zien
Foto: Ferhat Deniz Fors / Unsplash
Mértola aan de Guadiana was in de Romeinse tijd een havenplaats en daarna eeuwenlang islamitisch. De parochiekerk is een voormalige moskee waarvan de mihrab in de achterwand bewaard is gebleven, wat in Portugal vrijwel uniek is.
Er zijn kleine musea over de Romeinse, islamitische en middeleeuwse lagen, met een gezamenlijk kaartje van enkele euro's. Het stadje ligt afgelegen, op ruim een uur van de kust en anderhalf uur van Évora, en juist daarom is het er stil. Noordelijker liggen Beja met zijn kasteeltoren van 40 meter, Serpa met de schapenkaas die de naam van het stadje draagt, en Moura met zijn oude Moorse wijk.
De kust is ruw en het water is koud
De westkust bestaat uit kliffen met zandbaaien ertussen en is beschermd als het Parque Natural do Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina. Er staat vrijwel altijd wind en het water komt uit de Atlantische Oceaan: in augustus 17 tot 19 graden, in het voorjaar minder.
Vila Nova de Milfontes bij de monding van de Mira is de bekendste plaats, met Porto Covo en de Praia do Malhão als rustiger alternatieven. Over de kliffen loopt de Rota Vicentina, waarvan de Trilha dos Pescadores het visserspad langs het water volgt, met dagetappes van 15 tot 25 kilometer. Let op: de kliffen zijn onbeschermd en het zand erboven is instabiel; blijf van de rand. Voor wie zon en warm water zoekt is dit de verkeerde kust; voor wandelaars een van de mooiste van Europa.
In het noordoosten liggen de enige echte bergen
Tegen de Spaanse grens ligt de Serra de São Mamede, een natuurpark waar de Pico de São Mamede tot 1.025 meter komt en waar het groener en koeler is dan in de rest van de streek. Op een uitloper staat Marvão, een vestingdorp op 860 meter waar de muren rond het hele plaatsje doorlopen en je bij helder weer tientallen kilometers Spanje in kijkt.
Een half uur verderop ligt Castelo de Vide, met een bewaarde joodse wijk en een synagoge uit de middeleeuwen. De paden in het park zijn 5 tot 15 kilometer lang en toegang is gratis; in de dorpen staan bordjes met de routes. Dit is het deel van de Alentejo waar je in juli nog buiten kunt lopen.
De zomerhitte bepaalt je dagindeling
Dit is een van de heetste streken van Europa: in juli en augustus is 38 graden normaal en worden regelmatig temperaturen boven de 40 gemeten. Er is in het binnenland weinig schaduw en de dorpen liggen op open heuvels.
Plan in die maanden alles voor elf uur en na zes uur, en houd de middag binnen; dat doen de bewoners ook, en tussen twee en vijf is er in de dorpen weinig open. In april, mei, september en oktober is het 20 tot 28 graden en kun je de hele dag door.
Praktisch
Lissabon is de dichtstbijzijnde luchthaven, op anderhalf tot twee uur rijden van het midden van de streek; vanuit Nederland vlieg je er in ongeveer drie uur naartoe. Er rijden bussen tussen de grotere plaatsen, maar voor de dorpen heb je een auto nodig. Portugal betaalt met de euro.
Een maaltijd in een dorpsrestaurant kost 12 tot 20 euro en accommodatie 60 tot 110 euro per nacht, merkbaar minder dan aan de Algarve. Vraag naar de açorda alentejana, de broodsoep met koriander en knoflook die hier het standaardvoorafje is. Op de snelwegen geldt tol, met op sommige wegen alleen elektronische inning; regel dat bij het huurbedrijf voordat je wegrijdt.