Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Alentejo is een derde van Portugal met vijf procent van de mensen
Foto: Joao / Unsplash
De Alentejo beslaat ruim 31.000 vierkante kilometer en heeft ongeveer twintig inwoners per vierkante kilometer, een van de laagste dichtheden van West-Europa. Je rijdt er kilometers tussen kurkeiken door zonder een dorp te zien.
Dat is precies de reden om te komen. Dit artikel behandelt de dorpen in het binnenland en de kust aan de westkant, met afstanden, entreeprijzen en watertemperaturen.
Monsaraz kijkt over het Alqueva-stuwmeer uit
Op een heuvel van ruim 300 meter ligt Monsaraz binnen een middeleeuwse muur, met uitzicht over het Alqueva-stuwmeer, het grootste kunstmatige meer van West-Europa: ongeveer 250 vierkante kilometer, sinds 2002 gevuld.
Het dorp is autovrij, je parkeert erbuiten en het rondje kost een uur. De streek eromheen is als sterrenreservaat erkend, het eerste ter wereld met die status, want door de lage bevolkingsdichtheid is er nauwelijks strooilicht. Nachtwandelingen met een gids kosten 15 tot 30 euro. Évora, de hoofdstad van de streek en sinds 1986 werelderfgoed, ligt op een uur rijden.
Marvão ligt op 862 meter tegen de Spaanse grens
In het noordoosten staat Marvão op een rots in de Serra de São Mamede, met minder dan tweehonderd vaste inwoners en een kasteel uit de dertiende eeuw. Bij helder weer kijk je vanaf de muren tot in Spanje.
Entree voor het kasteel kost enkele euro's en het is dagelijks open. De weg omhoog is smal met haarspeldbochten, dus met een camper kom je er niet. Een half uur zuidelijker ligt Castelo de Vide, met een middeleeuwse Joodse wijk en een van de best bewaarde synagogegebouwen van het land. Westelijker liggen de marmersteden Estremoz en Evoramonte.
In Mértola staat een moskee die kerk werd
Aan de Guadiana in het uiterste zuiden ligt Mértola, waar de moskee uit de twaalfde eeuw niet is gesloopt maar tot kerk is verbouwd; de gebedsnis en de zuilen staan er nog. Het is het enige gebouw van die soort in Portugal en het herinnert aan de islamitische eeuwen van de streek.
De kerk vraagt enkele euro's en is van dinsdag tot zondag open. Het stadje was in de Romeinse tijd een rivierhaven, want tot hier was de Guadiana bevaarbaar, en het Museu-complex verspreid door het dorp laat die lagen zien. Vanaf de kust rijd je er in ruim een uur naartoe over vrijwel lege wegen.
De kust is natuurpark en daarom nauwelijks bebouwd
Foto: Ferhat Deniz Fors / Unsplash
De westkust is over ruim honderd kilometer beschermd als Parque Natural do Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina, waardoor er tussen de dorpen geen hoogbouw staat. De stranden liggen aan de voet van kliffen en zijn met trappen bereikbaar, onder meer bij Zambujeira do Mar, waar in augustus een groot muziekfestival wordt gehouden.
Toegang en parkeren zijn op de meeste plekken gratis. Let op dat het water hier recht van de Atlantische Oceaan komt en in augustus 16 tot 19 graden haalt, met stevige branding en muien. Zwem bij de bewaakte stranden, die van juni tot september bemand zijn.
Bij Vila Nova de Milfontes kies je tussen zee en rivier
Halverwege die kust ligt Vila Nova de Milfontes, waar de Mira in zee uitkomt. Aan de rivierkant is het water rustig, ondiep en enkele graden warmer dan aan de zeekant, wat het met kinderen het verschil maakt; noordelijker ligt de Praia das Furnas.
Kajakverhuur kost 15 tot 25 euro per dagdeel. Vanaf hier loopt met de Rota Vicentina een langeafstandspad over de kliffen, deels over zandpaden waar je door los zand ploegt; reken daar op drie kilometer per uur in plaats van de gebruikelijke vier tot vijf. Landinwaarts ligt Cercal als rustig dorp met een markt.
Achter de duinen bij Comporta liggen rijstvelden
In het noordwesten, op een uur van Lissabon en tegen het estuarium van de Sado, ligt bij Comporta een strook van tientallen kilometers strand met daarachter rijstvelden en pijnbossen, met de Praia do Pego als bekendste opgang. Het gebied is de laatste twintig jaar in trek geraakt en dat is aan de prijzen te merken.
Parkeren bij de strandopgangen kost er enkele euro's, waar het elders aan deze kust gratis is. Ga vroeg in de ochtend, want vanaf een uur of elf staat de noordenwind op en waait het zand over het strand, wat vanaf dan onaangenaam ligt. In het estuarium van de Sado leeft daarnaast een vaste groep dolfijnen, die je met een boottocht van twee uur voor 35 tot 50 euro kunt zien.
De kurkeiken hebben een cijfer op de stam
Het binnenland staat vol kurkeiken, waarvan Portugal volgens de brancheorganisatie ongeveer de helft van de wereldproductie levert. De schors mag maar eens per negen jaar worden geoogst, en op de kale stam wordt met verf het jaartal gezet.
Zo zie je aan een boom wanneer hij aan de beurt is. De oogst gebeurt van mei tot augustus met een bijl en met de hand. Rondleidingen op landgoederen kosten 10 tot 25 euro per persoon en gaan doorgaans van dinsdag tot zaterdag.
Praktisch
Vanuit Lissabon ben je in een tot twee uur op de meeste plekken, en vliegen kan op Lissabon of Faro, met daarna anderhalf tot twee uur rijden. Het openbaar vervoer is hier dun, dus je hebt een auto nodig. Portugal betaalt met de euro en heeft elektronische tol op de snelwegen.
April, mei, september en oktober zijn de aangenaamste maanden met 20 tot 28 graden. In juli en augustus wordt het binnenland 35 tot 40 graden, en het Portugese hitterecord van boven de 47 graden staat op naam van een dorp in deze streek. Aan de kust is het door de zeewind vijf tot tien graden koeler.