Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Ayutthaya is een eiland vol ruïnes, en dat vraagt uitleg
De oude hoofdstad ligt op een eiland tussen de Chao Phraya, de Lopburi en de Pa Sak, ongeveer 80 kilometer ten noorden van Bangkok. In 1767 werd de stad door een Birmees leger verwoest; sindsdien staan de tempels van het Ayutthaya Historical Park er als bakstenen skeletten bij, met onthoofde boeddhabeelden. Sinds 1991 staat het geheel op de werelderfgoedlijst.
Dat laatste is het eerste wat kinderen opvalt, en het is meteen het beste aanknopingspunt. Dit artikel behandelt de dag met kinderen, met entreeprijzen, openingstijden, afstanden en de hitte.
De trein erheen is voor kinderen het leukste vervoer
Vanaf Bangkok rijden er dagelijks treinen die er anderhalf tot twee uur over doen; sinds 2023 vertrekken die niet meer vanaf Hua Lamphong maar vanaf het nieuwe hoofdstation Krung Thep Aphiwat. Een kaartje in de goedkoopste klasse kost enkele tientallen baht, omgerekend minder dan een euro; in een klasse met airco betaal je een paar euro.
De ramen staan open, er lopen verkopers met eten door het gangpad en het station ligt aan de overkant van de rivier, waar je bij Wat Phanan Choeng met een pontje van enkele baht oversteekt. Reken op een halve dag heen en terug alleen voor het reizen.
De boeddhakop in de boomwortels staat in Wat Mahathat
In Wat Mahathat is een stenen boeddhahoofd door de wortels van een vijgenboom omsloten geraakt. Het is de meest gefotografeerde plek van de stad, en er staan borden met een regel: je moet erbij hurken zodat je eigen hoofd niet hoger komt dan dat van de boeddha.
Entree voor dat complex kost 50 baht per persoon, nog geen 1,50 euro; kinderen betalen niets. De tempels zijn dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur open. Een combinatiekaart voor zes complexen kost ongeveer 220 baht en is een dag geldig; naast Wat Mahathat vallen daar Wat Ratchaburana met zijn ondergrondse grafkamer, het koninklijke Wat Phra Si Sanphet en het fotogenieke Wat Chaiwatthanaram aan de overkant van de rivier onder. Met kinderen zijn drie tempels genoeg; de liggende boeddha van Wat Lokayasutharam, 37 meter lang en in de openlucht, is er vaak de vierde die nog wel werkt.
Fietsen kan, maar niet overal
Binnen het historische park zijn de wegen rustig en de afstanden klein: tussen de belangrijkste complexen ligt telkens één tot twee kilometer. Fietsverhuur kost 50 tot 100 baht per dag, ongeveer twee euro, en zit rond het pontje en bij het station.
Let op: op de doorgaande wegen buiten het park rijden bussen en brommers hard en is er geen fietspad. Met kinderen onder de tien blijf je binnen het parkgebied. Neem een helm als de verhuurder die heeft, want ze zijn hier niet verplicht en dus vaak niet aanwezig.
Een boottocht om het eiland duurt anderhalf uur
Vanaf de kades varen de lange smalle longtailboten rond het eiland, langs Wat Chaiwatthanaram en Wat Phutthaisawan, die vanaf het water beter te zien zijn dan vanaf de weg. Je huurt de hele boot, wat 500 tot 800 baht kost voor maximaal zes personen.
De tochten gaan het hele jaar door, het mooist rond zonsondergang. Er zijn zwemvesten aan boord; vraag ernaar voordat je instapt. Voor kinderen die genoeg tempels hebben gezien, is dit de manier om er toch nog een paar mee te pikken zonder gemor.
Op olifanten rijden hoort hier bij het aanbod
Rond het park worden ritjes op olifanten aangeboden, vaak met een stoel op de rug van het dier. Volgens dierenartsen en welzijnsorganisaties geven die stoelen rugletsel en gebeurt de training met dwang.
Wie dat niet wil steunen, kiest een plek waar je de dieren alleen ziet, voert en wast. De Royal Elephant Kraal aan de noordkant, waar vroeger de koninklijke olifanten werden gevangen, heeft daarvoor het Elephantstay-programma; dat kost 500 tot 1.000 baht per persoon en duurt een tot twee uur. Uitleggen waarom je niet rijdt, is met kinderen vanaf een jaar of acht een gesprek dat ze zich langer herinneren dan de rit zelf.
Om elf uur is het buiten niet meer te doen
In maart tot mei loopt het hier op naar 35 tot 40 graden, en op de bakstenen terreinen is nauwelijks schaduw. De praktische indeling is: om acht uur beginnen, tot elf uur tempels, daarna binnen of aan het water.
Neem per persoon twee liter water mee, een hoed en zonnebrand; bij de ingangen staan kraampjes met ijs en vers fruit voor enkele baht. Het regenseizoen loopt van mei tot oktober, met korte hevige buien in de namiddag die de temperatuur even breken.
De musea zijn de beste binnenopties
Het Chao Sam Phraya National Museum toont wat er uit de tempels is geborgen: gouden voorwerpen uit de grafkamer van Wat Ratchaburana, wapens en beelden die de verwoesting hebben overleefd. Entree kost 150 baht voor volwassenen en kinderen komen gratis binnen; het is van woensdag tot zondag open, doorgaans van negen tot vier. Er is airco, wat op een middag van 38 graden op zichzelf al een reden is.
In hetzelfde deel van de stad staat het Ayutthaya Historical Study Centre met maquettes die laten zien hoe de stad er voor 1767 uitzag. Twee adressen die het met kinderen vaak beter doen dan de ruïnes zelf: het Million Toy Museum, een particuliere verzameling van duizenden stukken speelgoed uit een eeuw, voor rond de 50 baht, en Baan Hollanda ten zuiden van het eiland, het informatiecentrum op de plek waar de Nederlandse handelspost stond toen Ayutthaya nog een wereldhaven was.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer elf uur naar Bangkok en reis je daarna anderhalf tot twee uur verder met trein, bus of taxi. Thailand rekent in baht; pinnen kan in de stad, maar op de markten en bij de bootjes heb je contant geld nodig. De Ayothaya Floating Market aan de oostkant is een nagebouwde markt op stelten boven het water, met bootjes, eetkraampjes en een poppenkastvoorstelling; voor kinderen een uur vermaak, voor liefhebbers van echte markten een toeristische versie.
November tot februari is de aangenaamste periode met 25 tot 32 graden en weinig regen. Maart tot mei is het heetst en juni tot oktober het natst. Let op: bij tempels moeten ook kinderen schouders en knieën bedekt hebben; een dunne sarong in de tas lost dat ter plekke op.