Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Surat Thani is een provinciestad waar reizigers doorheen komen
De stad Surat Thani telt rond de 130.000 inwoners en ligt aan de monding van de rivier Tapi, aan de Golf van Thailand. De naam betekent zoiets als stad van goede mensen en werd in 1915 door koning Rama VI gegeven; daarvoor heette de plaats Ban Don, een naam die de havenwijk nog draagt. Vrijwel iedereen die hier komt is op weg naar Koh Samui, Koh Phangan of Koh Tao, en dat merk je aan de reisbureaus op elke hoek. Wie een halve of hele dag over heeft kan die beter in de omgeving besteden dan in het centrum zelf.
Het station ligt niet in de stad maar veertien kilometer verderop
Het treinstation heet Phun Phin en ligt ongeveer 14 kilometer westelijk van het centrum; er rijden om de twintig minuten bussen en songthaews naartoe voor een paar tientallen baht, en een taxi kost rond de 200 baht. De luchthaven ligt zo'n 20 kilometer noordelijk. Het busstation voor de lange afstand ligt weer aan een andere kant van de stad, terwijl de streekbussen vertrekken bij de markt Talad Kaset midden in het centrum. Let op: die drie punten liggen ver uit elkaar, dus reken bij een overstap altijd een uur extra.
De Tapi is het enige echte gezicht van de stad
De Tapi is met ruim 230 kilometer de langste rivier van Zuid-Thailand en loopt hier breed en bruin langs de stad naar zee. Aan de kade bij Ban Don liggen de veerboten en de vissersschepen door elkaar en 's avonds staan de eetkraampjes langs het water. Bij het Chinese tempeltje San Chao aan de oever branden bezoekers wierook, en een paar straten landinwaarts staat de stadszuil Lak Mueang, waar de beschermgeest van de stad wordt vereerd. Een uur langs de kade lopen aan het eind van de middag is het aardigste wat het centrum te bieden heeft, en het kost niets.
Wat Phra Borommathat Chaiya is bijna twaalf eeuwen oud
Ongeveer 55 kilometer noordelijk ligt Chaiya, dat in de achtste en negende eeuw een van de centra van het Srivijaya-rijk was. In de tempel Wat Phra Borommathat Chaiya staat een chedi uit die tijd, een van de weinige overgebleven bouwwerken uit de Srivijaya-periode in Thailand; hij is meerdere keren hersteld maar de vorm is behouden. Ernaast zit het nationaal museum van Chaiya met beelden uit dezelfde eeuwen, voor rond de 100 baht. Vanaf Surat Thani rijd je er in een uur naartoe of je stapt uit bij het station van Chaiya.
Suan Mokkh is een bosklooster waar je in stilte kunt verblijven
Het bosklooster Suan Mokkh, voluit Wat Suan Mokkhaphalarama, werd in 1932 gesticht door de monnik Buddhadasa Bhikkhu, die in Thailand geldt als een van de invloedrijkste boeddhistische denkers van de twintigste eeuw. Het ligt bij Chaiya, verspreid over een beboste heuvel, en is overdag vrij toegankelijk. Elke maand begint er op de eerste dag een stilteretraite van tien dagen, met slapen op een houten bed en een strikt dagritme, tegen een bijdrage van rond de 2.000 baht. Wie alleen wil rondlopen kan dat zonder aanmelding.
Khao Sok is het echte uitstapje in de omgeving
Nationaal park Khao Sok ligt ongeveer 100 kilometer westelijk, anderhalf tot twee uur rijden, en beslaat rond de 739 vierkante kilometer regenwoud met kalksteenpieken tot boven de 900 meter. Volgens biologen hoort dit tot de oudste regenwouden ter wereld, ouder dan het Amazonegebied. Toegang tot het park kost voor buitenlandse bezoekers 300 baht en het is dagelijks open. Vanuit de dorpen aan de rand vertrekken wandelingen van een halve dag.
Het meer Cheow Lan is aangelegd en daardoor zo bijzonder
Het meer Cheow Lan in Khao Sok ontstond in 1982 achter de Ratchaprapha-dam en beslaat ongeveer 165 vierkante kilometer; de kalksteentoppen die eruit steken zijn de voormalige bergtoppen van het overstroomde dal. Op het water liggen drijvende houten hutten waar je kunt overnachten, meestal zonder stroom in de nacht. Een dagtocht met de longtailboot vanaf de dam kost rond de 1.500 baht per persoon; met overnachting ligt dat op het dubbele. Let op: het dorp bij de dam ligt nog eens 60 kilometer voorbij de parkingang, dus dit is geen uitstapje van twee uur.
In Kanchanadit worden apen getraind om kokosnoten te plukken
In Kanchanadit, ongeveer 20 kilometer oostelijk, zitten scholen waar makaken worden afgericht om kokosnoten uit de bomen te draaien, een praktijk die in deze streek eeuwenoud is. Bezoek is mogelijk voor een paar honderd baht. Dierenwelzijnsorganisaties voeren er campagne tegen omdat de dieren aan een lijn werken en vaak geïsoleerd worden gehouden; verschillende Britse supermarkten haalden om die reden Thaise kokosproducten uit de schappen. Het is dus geen onschuldig uitje en het is goed dat vooraf te weten.
Het zeepark Mu Ko Ang Thong ligt voor de kust
Het zeenationaal park Mu Ko Ang Thong bestaat uit tweeënveertig eilandjes van kalksteen en is sinds 1980 beschermd; het ligt ten noordwesten van Koh Samui en wordt doorgaans vanaf dat eiland bezocht, niet vanaf het vasteland. Op het hoofdeiland ligt een groen binnenmeer in een ingestorte grot, bereikbaar via een trap van rond de vierhonderd treden. Een dagtocht kost vanaf Samui rond de 1.800 baht inclusief toegang. Vanaf Surat Thani zelf vaart er niets rechtstreeks heen.
Voor een halve dag zijn er drie redelijke keuzes
Met vier tot zes uur speling kun je naar Chaiya en terug, inclusief tempel en museum. Met evenveel tijd kun je ook een fietstocht maken over de eilandjes in de Tapi, waar wegen van beton over de dijken lopen tussen kokospalmen en garnalenvijvers. Of je blijft aan de kade en neemt de lokale boot naar de overkant voor een paar baht; een fiets huren kost rond de 150 baht per dag. Voor Khao Sok heb je een volle dag nodig en dat past niet tussen twee verbindingen.
Wanneer je hier bent en wat het kost
Surat Thani ligt tussen de provincies Chumphon in het noorden en Nakhon Si Thammarat in het zuiden, met Krabi op ongeveer 200 kilometer westelijk en Bangkok op 640 kilometer noordelijk. De regentijd aan deze kust van Thailand loopt van oktober tot december, met november als natste maand; dat is anders dan aan de Andamankust, waar het juist in de zomer regent. De rest van het jaar is het warm en vochtig, met dagtemperaturen rond de 32 graden. Een maaltijd in een gewone zaak kost 50 tot 100 baht, een kamer voor één nacht 500 tot 1.000 baht. Pinnen kan overal in de stad, maar bij de kraampjes en de kleine boten wordt contant verwacht.