Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Jämtland is 49.000 vierkante kilometer groot en heeft 132.000 inwoners
Foto: Sidde / Pexels
Jämtland in Midden-Zweden is groter dan Nederland en telt minder inwoners dan Leeuwarden en Assen samen. Ongeveer de helft van die inwoners woont in Östersund, de enige stad, aan de Storsjön in het midden van de provincie.
Wat je hier vindt: bergen tot ruim 1.400 meter, meren, veen en dorpen op tientallen kilometers van elkaar. Dit artikel behandelt de streek zoals hij werkelijk in elkaar zit, met afstanden, prijzen en seizoenen.
De Storsjön is 456 vierkante kilometer
Foto: Petra Nesti / Pexels
Het Storsjön-meer bij de stad is met 456 vierkante kilometer het vijfde van het land. Er ligt met Frösön een eiland in dat met twee bruggen aan Östersund vastzit, met een kerk uit de twaalfde eeuw en een runensteen van rond het jaar 1050 die volgens de erfgoeddienst de noordelijkste ter wereld is.
Rondlopen kost niets. Rondvaarten met een oude stoomboot kosten 200 tot 350 kronen en varen van juni tot augustus, enkele keren per dag. Vanaf het eiland kijk je over het water op de bergen die 80 kilometer westelijker beginnen. Aan de zuidkant van het meer ligt de Hoverberget, een heuvel met grotten en uitzicht, gratis toegankelijk.
Het meermonster is tussen 1986 en 2005 wettelijk beschermd geweest
Sinds een verslag uit 1635 doen verhalen de ronde over de Storsjöodjuret, een dier in het meer, vergelijkbaar met de verhalen over Loch Ness. De provincie stelde het beest in 1986 formeel onder natuurbescherming, waardoor het bij wet verboden was het te vangen of de eieren mee te nemen; die bepaling is in 2005 ingetrokken.
Er valt niets te zien en het kost dus ook niets, maar het verklaart de afbeeldingen op vlaggen, bierviltjes en het stadswapen. In het openluchtmuseum Jamtli in de stad staat de geschiedenis van de vangstpogingen uitgestald; entree kost rond de 200 kronen in de zomer, wanneer het museum met acteurs in oude boerderijen werkt, en aanzienlijk minder in het laagseizoen.
Het bergland begint pas 80 kilometer ten westen van de stad
Foto: Jan Lundin / Pexels
De echte bergen liggen langs de Noorse grens, met de Åreskutan van 1.420 meter en het wintersportdorp Åre aan de voet. Je bent er pas na een uur rijden vanaf Östersund; zuidelijker liggen de Oviksfjällen dichterbij.
Toegang tot de bergen is gratis. In de zomer loop je dagtochten van 8 tot 20 kilometer en zijn er berghutten van de wandelvereniging waar je voor 350 tot 600 kronen per nacht slaapt. Een kaartje voor de kabelbaan kost in de zomer rond de 300 kronen. Let op dat er boven de boomgrens geen enkele beschutting is en dat het weer er binnen een uur omslaat.
Vålådalen is bijna zo groot als de provincie Utrecht
Tussen de bergen en de dalen ligt het natuurreservaat Vålådalen van rond de 1.000 vierkante kilometer, met berkenbos, hoogvlakte en riviervalleien. Er leven elanden, veelvraten en lynxen, en in kleine aantallen beren.
Toegang is gratis en er is een bezoekerscentrum met kaarten, doorgaans van negen tot vijf. De routes zijn 6 tot 25 kilometer, deels over vlonders door het veen. In juli en augustus zitten hier steekmuggen in aantallen die je onderschat; een muggennet over de hoed is geen aanstellerij en middel alleen redt het niet.
Dit is Zuid-Samisch gebied, niet het Lapland van de folders
De Sami-bevolking hier spreekt het Zuid-Samisch, een andere taal dan die in het hoge noorden, en heeft eigen gebruiken. In Östersund zit met Gaaltije een Sami-cultuurcentrum dat daar uitleg over geeft, met tentoonstellingen over Sami-ambachten en de lavvu, de verplaatsbare tent.
Toegang is gratis of kost enkele tientallen kronen en het is op werkdagen open. Let op dat de bekende Sami-wintermarkt van Jokkmokk en de grote rendierkuddes waar reisteksten naar verwijzen, bij Lapland horen, meer dan 700 kilometer noordelijker. Wie hier rendieren ziet, ziet werkdieren van een familiebedrijf en geen attractie: blijf op afstand en houd honden aangelijnd.
De Vasaloppet wordt hier niet gehouden
De beroemde volkstocht op de latten van negentig kilometer, de Vasaloppet, wordt verreden in Dalarna, ruim 300 kilometer zuidelijker. Wat hier wel ligt, zijn honderden kilometers geprepareerde loipes rond de dorpen en de skigebieden.
Een dagkaart voor de loipes is doorgaans gratis of kost enkele tientallen kronen; langlaufmateriaal huren kost 200 tot 350 kronen per dag. Het seizoen loopt van december tot april, met de betrouwbaarste sneeuw in februari en maart, wanneer het ook al langer licht is. Eind juli draait in Östersund het Storsjöyran-festival, een van de oudste muziekfestivals van Zweden, waarvoor de stad dan volgeboekt is.
In de winter is het hier tussen min tien en min twintig
Van december tot maart ligt de temperatuur doorgaans tussen min tien en min twintig graden, met uitschieters naar min dertig in de dalen. In december is het maar vier tot vijf uur licht.
Winterbanden zijn wettelijk verplicht, een motorvoorverwarmer is geen luxe en veel accommodaties hebben stopcontacten op de parkeerplaats. Noorderlicht is hier op 63 graden noorderbreedte enkele keren per winter zichtbaar bij heldere hemel, duidelijk minder vaak dan in het hoge noorden, dus reis er niet speciaal voor.
Wat er net over de grens en aan de kust ligt
Over de Noorse grens ligt op ongeveer 150 kilometer Røros, een oude kopermijnstad van houten huizen die sinds 1980 een UNESCO-werelderfgoedlocatie is, met het Rørosmuseet in de oude smelthut; entree kost er enkele tientallen kronen en je bent er in tweeënhalf uur.
Oostwaarts, in Västernorrland, ligt de Höga Kusten aan de Botnische Golf, waar het land na de laatste ijstijd het sterkst van de wereld is opgeveerd en dat daarom eveneens werelderfgoed is. In het Nationaal Park Skuleskogen loop je daar naar de Slåttdalsskrevan, een kloof van zo'n 200 meter lang en 40 meter diep. Vanuit Östersund is het 250 kilometer en drie uur rijden.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je via Stockholm; de aansluitende vlucht duurt een uur, de trein vijfenhalf uur over 550 kilometer. Met de auto vanaf Nederland is het ruim 1.800 kilometer. Zweden betaalt met kronen en vrijwel uitsluitend met de kaart, ook bij een berghut.
Juni tot augustus geeft 15 tot 22 graden en nachten die nauwelijks donker worden. September kleurt de berken geel en is muggenvrij. Buiten de dorpen zijn de afstanden tussen tankstations groot en sluiten winkels om zes uur, dus doe boodschappen in de stad voordat je het bergland in rijdt.