Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Ardennen liggen dichtbij, maar het water bepaalt wat er kan
Foto: Thomas Somme / Unsplash
Vanuit Nederland rijd je in tweeënhalf tot vier uur naar dit heuvelland van leisteen en bos in het zuiden van België. Wat je er kunt doen hangt sterk af van het seizoen: kajakken op de Lesse, de Ourthe, de Amblève en de Semois mag alleen als er genoeg water staat, en dat is niet het hele jaar zo.
Dit artikel behandelt de wandelroutes, het water en de rotsen rond Dinant, Han-sur-Lesse, Durbuy, La Roche-en-Ardenne, Bouillon en de Hoge Venen, met prijzen, afstanden en seizoenen.
Kajakken mag alleen tussen half maart en half november
Op de Waalse rivieren geldt een vaarseizoen dat van half maart tot half november loopt, en daarbinnen wordt er alleen uitgevaren als het peil hoog genoeg is. Bij droogte ligt de verhuur in Anseremme, Houyet en Vresse-sur-Semois stil, soms weken achtereen.
De klassieke afdaling van Houyet naar Anseremme over de Lesse is 21 kilometer en kost 20 tot 35 euro per persoon, inclusief terugbrengen met een busje; de korte variant is 12 kilometer. Reken op drie tot vijf uur op het water. Bel op de ochtend zelf of er gevaren wordt; in juli en augustus is dat de vraag die het vaakst nee oplevert.
De rotsen van Freÿr zijn in het broedseizoen deels gesloten
Tussen Dinant en Hastière staan aan de Maas de kalksteenwanden van Freÿr, tot ruim honderd meter hoog en met een paar honderd klimroutes; aan de overkant ligt het Château de Freÿr met zijn tuinen. Van februari tot in juni broeden er volgens de natuurbeheerder slechtvalken, en dan gaan delen van de wanden dicht.
Klimmen is gratis maar loopt via de Koninklijke Belgische Alpinistenvereniging, die de gesloten sectoren op haar site bijhoudt. Let op: die sluitingen zijn geen advies maar een verbod, en er wordt gecontroleerd. Wie geen ervaring heeft, boekt een introductiedag bij een gids voor 60 tot 100 euro per persoon.
De Hoge Venen gaan bij brandgevaar helemaal dicht
Op het plateau in het oosten ligt het natuurreservaat van de Hoge Venen, zo'n 4.500 hectare veen en berkenbos, met bij het Signal de Botrange op 694 meter het hoogste punt van België. Bij Botrange en de Baraque Michel lopen houten vlonderpaden over het veen.
Toegang tot de gemarkeerde paden is gratis; voor de strengst beschermde zones is een gids verplicht. Let op: bij brandgevaar wordt het hele plateau gesloten, soms dagenlang, en dat wordt met borden en slagbomen afgedwongen. Kijk de code na voordat je vertrekt. Verderop bij Vielsalm ligt de Baraque de Fraiture op 652 meter, het tweede hoogste punt.
De Grotten van Han bezoek je met een tram en verlaat je per boot
Foto: Alex Vasey / Unsplash
In Han-sur-Lesse verdwijnt de Lesse onder de grond en komt een paar kilometer verderop weer tevoorschijn. Een oude tram brengt je naar de ingang, je loopt ongeveer anderhalve kilometer door de zalen, waaronder de Koepelzaal met zijn gewelf van tientallen meters, en komt per boot weer buiten.
Entree kost 26 tot 32 euro voor volwassenen; in het seizoen is het dagelijks open, doorgaans van tien tot half vijf. Het is er het hele jaar rond 13 graden: neem een jas mee. Reken op twee uur, en op een halve dag als je het Domein van Han met de wisenten en beren meeneemt.
Het RAVeL-net ligt op opgeheven spoorlijnen
Door Wallonië loopt het RAVeL, een netwerk van fietspaden op oude spoortracés en jaagpaden van meer dan duizend kilometer, autovrij en met hellingen van hooguit een paar procent. De Vennbahn in het oosten is daarvan de bekendste: 125 kilometer van Aken via Sankt Vith naar Troisvierges in Luxemburg.
Fietsen kost niets; huren 20 tot 35 euro per dag, een elektrische fiets het dubbele. Dat vlakke karakter is hier belangrijker dan het lijkt: buiten deze tracés zijn de wegen steil, met klimmen van 100 tot 200 hoogtemeters die met kinderen niet te doen zijn.
De Transardennaise loopt in 160 kilometer van La Roche naar Bouillon
Van La Roche-en-Ardenne aan de Ourthe naar Bouillon aan de Semois loopt de Transardennaise, een gemarkeerde route van ongeveer 160 kilometer in zeven etappes van 15 tot 25 kilometer, met overnachting in de dorpen onderweg.
Lopen kost niets; overnachten 60 tot 110 euro voor een tweepersoonskamer. Reken op zeven tot negen dagen voor het geheel. De bagagediensten die etappewandelaars bedienen vragen 15 tot 25 euro per overbrenging. Losse dagetappes zijn met de bus terug te doen, al rijdt die in het weekeinde beperkt. Korter en steiler is de Ninglinspo-route bij Nonceveux, 7 kilometer langs de enige echte bergbeek van het land.
De avonturenparken zitten bij Durbuy en bij Coo
Bij Durbuy aan de Ourthe en bij Coo aan de Amblève, naast de waterval, liggen terreinen met klimparcours, kabelbanen, mountainbikeroutes en waterglijbanen op één plek, aangelegd op oude steengroeves en beboste hellingen.
Een dagkaart of losse activiteit kost 25 tot 45 euro per persoon; de meeste onderdelen hebben een minimumleeftijd van acht jaar of een minimumlengte van 1,30 meter. Ze zijn van april tot november open, doorgaans van tien tot zes, en sluiten bij onweer onmiddellijk. In Spa verderop liggen de thermen voor een rustdag.
Praktisch
Vanuit Nederland rijd je in tweeënhalf tot vier uur; met de trein reis je via Luik of Namen en stap je over op een streeklijn. België betaalt met de euro. In de dorpen wordt Frans gesproken, met Duits in het uiterste oosten rond Sankt Vith.
Mei, juni en september geven 16 tot 24 graden en het meeste water in de rivieren. Juli en augustus zijn warm en druk, en dan ligt het peil op de Lesse vaak te laag om te varen. Van november tot maart is het 0 tot 8 graden met veel regen; wandelen kan het hele jaar, maar de meeste actieve aanbieders sluiten dan.