Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Gent verken je van plein naar plein
Foto: LIZHI LIANG / Pexels
Gent heeft sinds 1996 volgens de stad zelf een van de grootste autovrije binnensteden van Europa, tegenwoordig zo'n 50 hectare, en dat maakt de stad één groot wandelgebied: pleinen die in elkaar overlopen, waterkanten zonder verkeer en wijken die elk hun eigen eeuw lijken te bewonen. Dit artikel loopt de leukste pleinen en wijken langs, van het monumentale hart tot de buurten waar vooral Gentenaars zelf komen.
De vuistregel: het centrum doe je te voet, de buitenwijken per tram of fiets; alles ligt binnen 4 kilometer van het belfort.
Rond het Sint-Baafsplein klopt het monumentale hart
Foto: LIZHI LIANG / Pexels
Het Sint-Baafsplein is het toneel van de drie torens: de kathedraal waar het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck uit 1432 hangt, het belfort van 91 meter dat sinds 1999 werelderfgoed is, en verderop de Sint-Niklaaskerk. Het bezoek aan het beroemdste altaarstuk ter wereld kost rond de 16 euro met audiogids; boek het eerste tijdslot en je staat er vrijwel alleen.
Doorlopen naar de Korenmarkt en de waterkant van Graslei en Korenlei is vanzelfsprekend: de gildehuizen spiegelen er in de Leie en de kadetrappen zijn het gedeelde terras van de stad. Vanaf de Sint-Michielsbrug ernaast kijk je in één blik op de drie torens; het is het meest gefotografeerde standpunt van de stad.
Patershol en Gravensteen zijn de middeleeuwen
Het Patershol is het best bewaarde middeleeuwse buurtje van de stad: een kluwen steegjes waar tientallen restaurants achter lage gevels schuilen, van Gentse stoverij tot verfijnd; hoofdgerechten lopen van 18 tot 25 euro. Overdag is het er stil, 's avonds gaan de luiken open. De Kraanlei en de Oudburg ernaast hebben gevels met gebeeldhouwde taferelen en het Huis van Alijn, een museum over het dagelijks leven in een godshuis uit 1363.
Om de hoek rijst het Gravensteen op, de waterburcht uit 1180 midden in de stad, compleet met weergangen en een folterzaal; entree rond de 13 euro, en de omloop geeft het beste dakenpanorama van het centrum. De combinatie burcht plus Patershol-diner is de klassieke Gentse avond.
Vrijdagmarkt en Kouter zijn de marktpleinen
De Vrijdagmarkt doet al sinds de middeleeuwen zijn naam eer aan: op vrijdagochtend staan er de kramen, de rest van de week staan er de terrassen rond het standbeeld van volksleider Jacob van Artevelde, en op zaterdag is er op het Beverhoutplein bij Sint-Jacobs een rommelmarkt. De cafés hier horen bij de oudste van de stad; een Gentse tripel kost rond de 5 euro.
De Kouter is de zondagsklassieker: bloemenmarkt onder de platanen, met de muziekkiosk in het midden en oesterkraampjes als traditie. Wie beide pleinen op hun marktdag meepikt, heeft het Gentse weekritme te pakken: vrijdag volks, zondag deftig.
Kunst en creativiteit hebben hun eigen adressen
Het beroemdste steegje van de stad is het Werregarenstraatje, waar graffiti officieel is toegestaan en de wanden wekelijks van kleur wisselen; gratis en altijd open. Zuidwaarts ligt het Citadelpark met de twee kunsttempels, het museum voor schone kunsten en het SMAK voor actuele kunst, entrees rond de 15 euro. Aan de andere kant van de Leie staat op de Bijloke-site het stadsmuseum STAM, in een abdij uit de dertiende eeuw.
De makers zitten noordelijker: rond het herbestemde havenkwartier bij Dok Noord en in de zijstraten van Sluizeken wisselen ateliers, koffiebranders en platenzaken elkaar af. Het is het Gent waar de stad zichzelf opnieuw uitvindt, op wandelafstand van de middeleeuwen.
Het studentenzuiden draait om het Sint-Pietersplein
Foto: Alex Vasey / Unsplash
Gent is met tienduizenden studenten een van de jongste steden van het land, en dat voel je rond het Sint-Pietersplein: de abdij als decor, koffiebars vol laptops en op zondagochtend een grote boeken- en brocantemarkt over het hele plein.
De aangrenzende Overpoortstraat is 's nachts het uitgaanshart en overdag opvallend braaf. Voor bezoekers is dit de buurt van de betaalbare lunch, met dagschotels rond de 12 euro, en van de mooiste boekhandels; de studentenstad subsidieert onbedoeld het hele culturele leven.
De rustige en de volkse wijken kennen de toeristen amper
Het Prinsenhof, tussen centrum en Rabot, is de stilste erfgoedbuurt: kasseien, beluiken en de plek waar keizer Karel V in 1500 geboren werd, nu gemarkeerd door een poort en een pleintje. Vijf minuten van de Graslei, en toch hoor je er de mussen.
Wie het volkse Gent wil, steekt naar Ledeberg aan de Schelde, een dichtbebouwde negentiende-eeuwse wijk vol bakkers en wasserettes, of naar Muide-Meulestede, het havendorp in de stad met scheepskranen aan de horizon. En in Sint-Amandsberg ligt het grote begijnhof, sinds 1998 werelderfgoed, als een dorp met eigen muren binnen de stad.
Zo rijg je pleinen en wijken aaneen
De klassieke middagronde telt zo'n 4 kilometer: Sint-Baafsplein, Graslei, Gravensteen, Patershol, Vrijdagmarkt en via het graffitistraatje terug naar de Kouter, met twee koffiepauzes ingebouwd. Wie er de rustige schil bij wil, plakt Prinsenhof en het begijnhof eraan vast en komt op een dagvullende 8 kilometer.
Het openbaar vervoer vult aan waar de benen stoppen: trams verbinden het centrum elke paar minuten met Ledeberg, Sint-Amandsberg, Dampoort en het station Gent-Sint-Pieters, voor zo'n 2,50 euro per rit. De fiets is het Gentse alternatief; huurfietsen kosten rond de 15 euro per dag en het centrum is er koning.
Praktisch en wanneer in Gent
De pleinen hebben elk hun beste uur: Graslei bij zonsopkomst en avondlicht, de marktpleinen op hun marktdag, de terrassen van het autovrije hart de hele dag door omdat het verkeer er simpelweg ontbreekt. Houd er rekening mee dat veel musea op maandag sluiten; plan die dag de wijken en waterkanten.
De grootste uitzondering op alle regels valt in juli: 10 dagen lang veranderen de Gentse Feesten de complete binnenstad in één festival met gratis podia op vrijwel elk plein; boek een verblijf dan maanden vooruit of mijd de stad juist die week. April tot juni en september zijn de zachtste wandelmaanden; de winter geeft de verlichte kaden vrijwel privé.