Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Luik is de grootste stad van Wallonië en ligt aan de Maas
Luik telt ongeveer 200.000 inwoners en ligt in een dal waar de Maas en de Ourthe samenkomen, ingeklemd tussen heuvels die aan beide zijden een kleine honderd meter oplopen. De stad was eeuwenlang zelfstandig als prinsbisdom, tot 1795, en dat verklaart waarom het stadsbeeld anders is dan in de rest van België. Vanaf Maastricht is het ongeveer 30 kilometer, vanaf Brussel een uur met de trein. Het centrum ligt op de linkeroever, de volkswijk Outremeuse op een eiland ertussen.
De zondagsmarkt La Batte is de oudste van het land
La Batte staat elke zondag langs de kade van de Maas over een lengte van ongeveer 2 kilometer en gaat volgens de stad terug tot 1561, wat hem de oudste en grootste markt van België maakt. Er staan honderden kramen met groente, kaas, kleding, planten en dieren. Hij loopt van ongeveer 8.00 tot 14.30 uur en is rond het middaguur op zijn drukst. Toegang is gratis en het is te doen om er twee uur voor uit te trekken.
De Montagne de Bueren telt 374 treden
Foto: Colin Piret / Pexels
Vanaf de Hors-Château klimt de Montagne de Bueren in één rechte lijn 374 treden omhoog naar de Citadel, aangelegd in 1881 zodat soldaten niet meer door de rosse buurt hoefden. Boven kijk je over de daken van de hele stad en de Maasvallei erachter. De klim duurt tien tot vijftien minuten en er is geen alternatief met een lift. Let op: de treden zijn hoog en onregelmatig en er is geen leuning over de volle lengte, dus met slechte knieën is dit geen goed idee.
De Sint-Pauluskathedraal werd pas in 1802 kathedraal
Foto: Sonny Vermeer / Pexels
De Sint-Pauluskerk dateert uit de dertiende tot zestiende eeuw en werd pas kathedraal nadat de veel grotere Sint-Lambertuskathedraal na de Franse Revolutie was afgebroken. In de schatkamer staat het reliekschrijn van Karel de Stoute uit 1471, van goud, zilver en email. Toegang tot de kerk is gratis, de schatkamer kost rond de 6 euro. De kruisgang naast de kerk is een van de weinige laatgotische kloostergangen die België nog heeft.
De Sint-Jacobskerk is de mooiste van de stad
Foto: Jan van der Wolf / Pexels
De Sint-Jacobskerk gaat terug op een abdij uit 1015 en werd tussen 1513 en 1538 herbouwd in flamboyante gotiek. Het gewelf is over de volle lengte beschilderd en bezet met honderden gebeeldhouwde sluitstenen, wat in België nergens anders op deze schaal voorkomt. De kerk is doorgaans in de middag open en vraagt een kleine bijdrage. Vanaf het centrum is het ongeveer tien minuten lopen.
Het paleis van de prinsbisschoppen heeft een binnenhof met zestig zuilen
Het Prinsbisschoppelijk Paleis aan de Place Saint-Lambert werd na een brand vanaf 1526 herbouwd en geldt als het grootste wereldlijke gotische bouwwerk van Europa. De eerste binnenhof is vrij toegankelijk en heeft zestig zuilen die stuk voor stuk anders zijn uitgehouwen, met groteske koppen en taferelen. Het gebouw is nu gerechtshof, dus alleen de binnenhof kun je in. Op het plein ervoor staan de contouren van de gesloopte kathedraal met stalen zuilen aangegeven.
Het station van Calatrava is zelf een bezienswaardigheid
Station Luik-Guillemins opende in 2009 naar ontwerp van Santiago Calatrava, met een overkapping van staal en glas van ongeveer 200 meter lang en 32 meter hoog, zonder voorgevel. Het is gratis toegankelijk en de moeite waard ook als je er niet met de trein aankomt. Vanaf het station is het ongeveer 1,5 kilometer naar het centrum, twintig minuten lopen langs de Maas. De hogesnelheidstrein doet er vanaf Brussel drie kwartier over.
Le Grand Curtius bundelt vier musea in één
Le Grand Curtius opende in 2009 in een rood bakstenen koopmanshuis uit 1600 aan de kade en voegde vier verzamelingen samen: archeologie, decoratieve kunst, wapens en religieuze kunst. De doopvont van Reinier van Hoei uit rond 1118, een bronzen bekken op twaalf ossen, staat in de Sint-Bartholomeuskerk verderop en geldt als het belangrijkste Maaslandse kunstwerk. Toegang tot het museum kost rond de 9 euro en het is op dinsdag gesloten. Reken op twee uur.
Outremeuse is de volkswijk met een eigen feestweek
Outremeuse ligt op een eiland tussen twee armen van de Maas en heeft zijn eigen karakter, met poppenspeler Tchantchès als symbool. Rond 15 augustus wordt er een week lang feest gevierd dat de hele stad leegtrekt, met processies, volksdans en péket, de plaatselijke jenever. Buiten die week is het een gewone woonwijk met cafés en een museum over het volkstheater. Vanaf het centrum steek je in vijf minuten een brug over.
De brocante draait op vrijdag en zondag
Naast La Batte heeft Luik een tweedehandsmarkt bij de Saint-Pholienkerk in Outremeuse, waar op vaste dagen met meubels, boeken en huisraad wordt gehandeld. De prijzen liggen er lager dan op de antiekmarkten in Vlaanderen. Kom vroeg, want de handelaren onderling zijn er het eerste uur. Toegang is gratis en de markt loopt tot een uur of twee in de middag.
Wat je hier moet eten en drinken
De boulets à la liégeoise zijn gehaktballen in een donkere saus van stroop uit de streek en azijn, met frieten; een portie kost 15 tot 20 euro. De Luikse wafel is dikker en zoeter dan de Brusselse, met parelsuiker die karamelliseert, en kost op straat 2 tot 3 euro. Péket is de plaatselijke jenever, met of zonder smaakje, voor rond de 3 euro per glas. In de Rue Roture en rond de Place du Marché zitten de meeste kroegen.
Zo vul je een dag in de stad
Kom op zondag zodat je La Batte meepakt, loop daarna langs de kade naar het Grand Curtius en steek door naar de Place du Marché met de Perron, het zuiltje dat eeuwenlang het symbool van de stedelijke vrijheden was. Neem in de middag de Montagne de Bueren naar de Citadel voor het uitzicht, en daal af via de Coteaux de la Citadelle, een reeks trappen en tuinen door de heuvel. Eindig in Outremeuse. Dat is ongeveer 7 kilometer met veel hoogteverschil.
Praktisch
De meeste musea zijn op maandag gesloten en openen rond 10.00 uur. Parkeren in het centrum kost 1,50 tot 2 euro per uur en de garages onder het Saint-Lambertplein zijn het handigst. In november en december staat er een kerstdorp op de pleinen, wat de drukste periode van het jaar is na de augustusfeesten. Voor een stedentrip is één volle dag genoeg, twee als je ook de Citadel en de musea wilt doen.