Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het kanaal is 242 kilometer lang en heeft 189 sluizen
Foto: Stéf -b. / Pexels
Het Canal de Bourgogne verbindt volgens de waterbeheerder de Yonne bij Migennes in het noordwesten met de Saône bij Saint-Jean-de-Losne in het zuidoosten en werd tussen 1775 en 1832 aangelegd, in een tijd waarin goederenvervoer over water het snelste was dat er bestond. Langs vrijwel de hele lengte ligt een jaagpad.
Dat pad is nu een fietsroute zonder noemenswaardige helling. Dit artikel gaat over hoe je die rit indeelt, waar het pad goed is en waar niet, en wat het onderweg kost.
De route heeft twee helften met een verschillende ondergrond
Tussen Dijon en de waterscheiding bij Pouilly is het jaagpad grotendeels verhard en breed genoeg om naast elkaar te rijden; dat deel doe je met elke fiets. Ten noorden daarvan wisselt het af tussen halfverharding, gras en stukken met boomwortels.
Met een toerfiets of gravelbike kom je overal; met smalle racebanden of een bakfiets wordt het noordelijke deel vervelend. Reken op 40 tot 60 kilometer per dag, en op vijf tot zeven dagen voor de hele lengte. Let op: na een natte periode staan er op het onverharde deel plassen die dagenlang blijven.
Op het hoogste punt gaat het kanaal onder de heuvel door
Bij Pouilly-en-Auxois ligt de waterscheiding tussen het stroomgebied van de Seine en dat van de Rhône. Om die te passeren loopt het kanaal door een tunnel van ruim 3,3 kilometer, gebouwd tussen 1826 en 1832 en zonder jaagpad erin.
Fietsers gaan er dus overheen, over een bewegwijzerde route van enkele kilometers met een klim van zo'n honderd hoogtemeters. Aan beide zijden ligt een havenkom waar boten wachten. Het dorp zelf is klein en heeft een bakker, een café en een supermarkt; het is een logische overnachtingsplaats halverwege.
Bij de waterscheiding liggen de sluizen dicht op elkaar
Aan de zuidkant van het hoogste punt daalt het kanaal in korte tijd fors, met een reeks sluizen die vrijwel achter elkaar liggen. Je fietst er in een half uur langs en ziet in dat half uur meer sluiswerk dan op de rest van de route.
Elke sluis heeft een sluiswachtershuisje, waarvan een deel nu vakantiewoning of theehuis is. In het vaarseizoen, grofweg van eind maart tot begin november, zijn de sluizen bemand en gaat het schutten door tot een uur of zeven. Kijken is gratis en kinderen blijven er langer staan dan je verwacht.
Boven het kanaal staat een versterkt dorp op een rots
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Vanaf het kanaal bij Vandenesse zie je op de heuvel ten zuiden Châteauneuf-en-Auxois liggen, een middeleeuws dorp met een burcht. Het klimmetje erheen is ongeveer twee kilometer met zo'n 120 hoogtemeters, over een smalle weg.
De burcht gaat terug tot de twaalfde eeuw en is in de vijftiende eeuw uitgebouwd; hij is te bezoeken voor rond de 6 euro, doorgaans van de late ochtend tot in de middag, met beperkte openstelling in de winter. Vanaf de wallen kijk je over het hele dal met het kanaal erdoorheen.
De abdij ligt zes kilometer van het kanaal
Bij Montbard, in het noordelijke deel, ligt in een zijdal de abdij van Fontenay, een cisterciënzerklooster dat in 1118 door Bernard van Clairvaux werd gesticht en die sinds 1981 op de werelderfgoedlijst staat. Ze is vrijwel volledig bewaard: kerk, kloostergang, slaapzaal en een smederij op waterkracht.
Vanaf het jaagpad is het een zijsprong van ongeveer zes kilometer, deels klimmend. Entree kost rond de 13 euro en het terrein is dagelijks open, in de zomer ruimer dan in de winter. Voor wie één cultuurstop maakt op deze route, is dit de stop.
De wijn ligt niet aan dit kanaal
Dat is een misverstand dat veel mensen hebben: de beroemde wijngaarden van de Côte liggen ten zuiden van Dijon en niet langs de kanaaloever. Vanaf het eindpunt in Dijon rijd je er wel naartoe over een aparte fietsroute door de wijndorpen.
Die route, de Voie des Vignes, is ongeveer 20 kilometer tot Nuits-Saint-Georges en loopt verder door Aloxe-Corton en Pommard tot Beaune met zijn Hôtel-Dieu, over een verharde weg tussen de percelen. Een proeverij bij een domein kost 15 tot 30 euro per persoon en reserveren is bij de kleinere huizen nodig. Wie de wijn wil, plant er dus een dag extra voor.
Onderweg eten en slapen
Langs de route liggen dorpen met chambres d'hôtes en kleine hotels, met prijzen van grofweg 70 tot 110 euro voor twee personen inclusief ontbijt. In het hoogseizoen is vooruit boeken nodig, want het aanbod per dorp is klein.
Reken op 15 tot 25 euro voor een menu in een dorpsrestaurant. Belangrijker is de planning van de bevoorrading: op maandag zijn veel zaken op het platteland gesloten en tussen twaalf en twee is de keuken dicht. Neem daarom altijd brood en water mee vanaf de ochtendstop.
Praktisch
In Montbard staat het park van Buffon, de natuuronderzoeker die hier in de achttiende eeuw zijn smeltovens had; samen met Dijon ligt de plaats aan de spoorlijn, met een snelle trein vanuit Parijs in ongeveer een uur naar Montbard. Fietsen mogen tegen een toeslag mee, en er is verhuur in Dijon vanaf zo'n 20 euro per dag. Frankrijk betaalt met de euro.
Mei, juni en september zijn de beste maanden: 18 tot 26 graden en het jaagpad droog. In juli en augustus kan het in dit binnenland boven de 30 graden komen, en schaduw is er niet overal. In de winter is het pad plaatselijk drassig en zijn de sluizen buiten bedrijf.