Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Frankrijk › Bretagne › Wandelen langs de GR34, de beroemde Bretonse kustroute
Bestemming 4 min lezen

Wandelen langs de GR34, de beroemde Bretonse kustroute

Denise Veldmeijer
Denise Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Het kustpad was een douanepad tegen smokkel

De GR34 volgt het Douanierspad dat vanaf 1791 werd aangelegd zodat douaniers te voet de hele kust konden bewaken en smokkelaars konden onderscheppen. Daarom loopt het pad overal zo dicht mogelijk langs het water, ook waar dat de langste route is. Volgens de wandelbond meet het geheel inmiddels ruim 2.000 kilometer en gaat het om heel Bretagne heen. Dit artikel behandelt de route en de plekken erlangs, met afstanden, looptijden en de dingen waar je op moet letten.

De route begint niet in de ommuurde stad maar bij de baai in het oosten

Wandelen bij de roze granietkust in Ploumanach
Foto: Teddy CHARTI / Pexels
Veel mensen denken dat Saint-Malo het beginpunt is, maar het pad start in de baai bij de rotsabdij aan de oostgrens van Bretagne en loopt van daar met de klok mee langs de noordkust, de westpunt en de zuidkust naar de monding van de Loire. Lopen kost niets en het pad is het hele jaar open. Reken op zes tot acht weken voor het geheel, of kies etappes van 12 tot 22 kilometer met een station of bushalte aan beide kanten. De markering is een wit-rood streepje op een steen of paal, om de paar honderd meter.

Reken op meer hoogtemeters dan een kustpad suggereert

Het pad klimt en daalt voortdurend, omdat het elke inham en elk riviertje volgt. Over 20 kilometer kust kom je gemakkelijk aan 500 tot 700 hoogtemeters, verdeeld over tientallen korte steile stukken met trappen. Lopen kost niets, maar reken op vier tot zes uur voor 20 kilometer en niet op de drie uur die je op vlak terrein zou doen. Let op: op veel etappes is er onderweg geen dorp, geen water en geen schaduw, en het pad loopt op sommige plekken vlak langs een onbeveiligde klifrand.

De roze rotsen op de noordkust zijn driehonderd miljoen jaar oud

Wat maakt de kliffen van Pointe du Raz bijzonder?
Foto: Jean-Paul Wettstein / Pexels
Tussen Perros-Guirec en Ploumanach ligt over ongeveer 10 kilometer de Côte de Granit Rose, waar het graniet van ruim driehonderd miljoen jaar oud door verwering tot ronde blokken is gesleten. De kleur komt van veldspaat en is bij laag zonlicht het sterkst. Lopen kost niets en het pad is het hele jaar open. Reken op anderhalf uur voor het mooiste stuk van 4 kilometer tussen de vuurtoren en het strand. Let op: dit is het drukste stuk van de hele GR34; kom voor tien uur of na zes uur, anders loop je in een rij.

De kaap op de noordkust heeft kliffen van zeventig meter

Cap Fréhel steekt met kliffen van ongeveer 70 meter uit in zee, met heide erachter die in augustus paars en geel kleurt. Er broeden zeekoeten en alken op de rotsen voor de kust. Parkeren kost 5 tot 7 euro en het pad is gratis. Reken op twee uur voor het rondje om de kaap. Op 5 kilometer oostwaarts staat een middeleeuws fort op een eigen rots, met entree van rond de 7 euro. Let op: bij harde westenwind is de klifrand hier levensgevaarlijk en er staat geen hek.

De bekendste punt in het westen is niet het westelijkste punt van Frankrijk

Oesterbanken in de baai van Morlaix verkennen
Foto: SlimMars 13 / Pexels
De Pointe du Raz geldt als het einde van de wereld, maar het westelijkste punt van het Franse vasteland ligt 20 kilometer noordelijker bij een onopvallende kaap zonder parkeerterrein. De Raz is wel het spectaculairst, met de stroomversnelling tussen de punt en het eiland Sein. Parkeren kost 6 tot 8 euro en het laatste stuk loop je 800 meter of neemt een pendelbusje. Reken op twee uur. Let op: de stroming in die zeestraat is een van de sterkste van Europa en de rotsen beneden zijn niet toegankelijk.

Bij de punt met de abdijruïne staan vuurtoren en klooster naast elkaar

Op de Pointe Saint-Mathieu staan de ruïne van een abdij uit de elfde eeuw en een vuurtoren van 37 meter pal naast elkaar, met een gedenkteken voor omgekomen zeelieden ernaast. De ruïne is gratis en de vuurtoren kost rond de 3 euro om te beklimmen; die is van april tot september open. Reken op een uur. Vanaf de punt kijk je over de zeestraat naar de eilanden. Dit is een van de weinige plekken op de route waar je in één blik duizend jaar kustgeschiedenis ziet staan.

In de baai in het noorden vallen de oesterbanken droog

In de baai bij Carantec en Morlaix trekt het water bij eb kilometers terug en liggen de oesterbanken droog. Het pad loopt langs de dijken en over de strandhoofden, met uitzicht op een eiland dat je bij laag water te voet bereikt. Lopen is gratis. Reken op drie uur voor het rondje. Let op: de oversteek naar dat eiland kan alleen rond laag water en het tij komt hier snel op; er staan borden met de veilige tijden en die zijn geen advies. Een dozijn oesters bij de kweker kost 5 tot 9 euro.

De havenstad in het westen heeft een museum in de haven zelf

In Douarnenez ligt bij Port-Rhu het Port-Musée, waar de oude schepen niet in een hal staan maar gewoon in het water liggen; je loopt over de kades en mag op een deel van de boten aan boord. Entree kost 8 tot 12 euro en het is van april tot september dagelijks open van 10.00 tot 18.00 uur. Reken op twee uur. Tegenover de haven ligt het Tristan-eiland, dat bij laag water te voet bereikbaar is en alleen met een gids bezocht mag worden.

De stad met de vijf havens ligt aan het einde van het zuidelijke deel

Lorient heeft vijf afzonderlijke havens naast elkaar: vissershaven, jachthaven, veerhaven, handelshaven en de betonnen onderzeebootbunkers uit de Tweede Wereldoorlog, die zo zwaar zijn gebouwd dat slopen nooit is gelukt. De bunkers zijn met een rondleiding van rond de 10 euro te bezoeken en in een ervan zit een zeilmuseum voor 12 tot 15 euro. Reken op een halve dag. In augustus vult het Keltische festival hier tien dagen lang de stad met muziek uit alle Keltische landen.

Praktisch

Frankrijk betaalt met de euro en vrijwel overal met de kaart. Vanaf Parijs rijdt de trein in tweeënhalf uur naar Rennes en in drie uur naar Brest of Quimper; vanaf Utrecht rijd je in zes tot acht uur. De snelwegen in Bretagne zijn tolvrij. Het beste loopseizoen is mei tot oktober, met 18 tot 24 graden. Let op: het weer wisselt hier binnen het uur, de regen komt in buien en op de kliffen staat vrijwel altijd wind. Neem waterdichte schoenen mee, want het pad is over lange stukken modderig en de granieten treden zijn bij nat weer glad.
Denise Veldmeijer
Over de auteur
Denise Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Denise Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine