Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Loirevallei telt honderden kastelen, en je kunt er drie per dag
Foto: Susanne Jutzeler, suju-foto / Pexels
Langs de Loire en haar zijrivieren staan ruim driehonderd kastelen, gebouwd van de 10e tot de 19e eeuw. Het middendeel tussen Sully-sur-Loire en Chalonnes staat sinds 2000 als cultuurlandschap op de werelderfgoedlijst van UNESCO, juist om die combinatie van rivier, dorpen en kastelen.
Dit artikel kiest er negen die de moeite waard zijn, met entreeprijzen, bezoekduur en de vraag welke bij je past.
Chambord is het grootste en het meest uitbundige
Chambord werd vanaf 1519 gebouwd in opdracht van Frans I en telt 426 kamers, 282 schoorstenen en een park van 5.440 hectare, omheind door een muur van 32 kilometer. Het is nooit voltooid en de koning verbleef er in totaal maar enkele weken.
Het beroemdste onderdeel is de dubbele wenteltrap, waarbij twee spiralen om elkaar heen draaien zodat mensen elkaar wel zien maar nooit tegenkomen; volgens verschillende architectuurhistorici gaat dat ontwerp terug op Leonardo da Vinci. Entree ligt rond de 16 euro, parkeren apart. Reken op twee tot drie uur, en houd er rekening mee dat het gebouw grotendeels leeg is: dit gaat om architectuur, niet om inrichting.
Chenonceau staat op de rivier zelf
Chenonceau uit 1521 is het kasteel dat op bogen over de Cher is gebouwd, met een galerij van 60 meter lang boven het water. Het wordt het damesslot genoemd omdat het achtereenvolgens door vrouwen werd bewoond en verbouwd, onder wie Diane de Poitiers en Catharina de' Medici.
Ernaast liggen hun twee formele tuinen, die elk seizoen met tienduizenden bloemen worden ingeplant. In de Eerste Wereldoorlog diende de galerij als hospitaal, en in de Tweede lag de Cher precies op de demarcatielijn, waardoor mensen via het kasteel naar de vrije zone konden ontsnappen. Entree rond de 16 euro; dit is het drukst bezochte kasteel na Chambord, dus kom bij opening.
Villandry draait om de tuinen
Villandry is minder om het gebouw en meer om wat ervoor ligt: renaissancetuinen op meerdere terrassen, met de beroemde moestuin waarin groenten in geometrische vakken op kleur zijn geplant. De tuinen zijn begin 20e eeuw in oude stijl gereconstrueerd.
Reken op anderhalf tot twee uur en op ongeveer 13 euro voor de tuinen alleen, iets meer met het kasteel erbij. Beste tijd is juni tot september, wanneer de moestuin op zijn kleurrijkst is; in maart en november zie je vooral de structuur. Dit is het kasteel dat je overslaat als het regent.
Amboise, Blois en Chinon dragen de geschiedenis
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Amboise kijkt vanaf een rots over de Loire en is de plek waar Leonardo da Vinci in 1519 stierf; hij ligt begraven in de kapel op het terrein. Op 400 meter staat het Clos Lucé, het huis waar hij zijn laatste jaren woonde, nu met modellen van zijn uitvindingen.
Blois toont vier bouwstijlen in één binnenhof, van gotiek tot classicisme, met een achthoekige trap als blikvanger. Chinon is de tegenpool: een middeleeuwse vesting op een rots boven de Vienne, waar Jeanne d'Arc in 1429 de dauphin ontmoette. Entree per kasteel ligt tussen de 12 en 16 euro.
Cheverny, Azay-le-Rideau en Langeais zijn de kleinere
Cheverny is als enige groot kasteel nog altijd door dezelfde familie bewoond, sinds meer dan zes eeuwen, en is daardoor volledig ingericht met meubels en wandtapijten. Er is een jachthondenkennel met ruim honderd honden; het kasteel diende bovendien als model voor Kasteel Molensloot in de Kuifje-albums.
Azay-le-Rideau uit 1518 staat op een eilandje in de Indre en spiegelt in het water; het is compact en in een uur te doen. Langeais heeft een van de oudste donjons van Frankrijk, uit de 10e eeuw, en een volledig ingerichte middeleeuwse zaal. Alle drie kosten rond de 12 tot 14 euro.
Saumur en de wijnstreek sluiten de rij
Saumur ligt aan de westrand van het gebied, wit uitgelicht boven de rivier, en huisvest musea over paardrijkunst en speelgoed. De streek eromheen is bekend om zijn tufsteengroeven, waarin nu wijnkelders en zelfs woningen zijn uitgehakt.
De Loire-wijnen zijn hier de tweede reden om te komen: sancerre en pouilly-fumé in het oosten, vouvray bij Tours, chinon en bourgueil in het westen. Een proeverij bij een producent kost 8 tot 15 euro, vaak verrekend bij aankoop. Veel kelders zijn ondergronds en constant zo'n 12 graden; neem een jas mee, ook in augustus.
Zo verdeel je de kastelen over je dagen
Twee kastelen per dag is comfortabel, drie is haalbaar als ze dicht bij elkaar liggen. Een werkbare indeling: dag één Chambord en Cheverny, dag twee Chenonceau en Amboise met het Clos Lucé, dag drie Villandry en Azay-le-Rideau, dag vier Chinon en Langeais.
Kies vooraf waar je op let, want negen kastelen achter elkaar gaan op elkaar lijken. Chambord voor architectuur, Cheverny voor interieur, Villandry voor tuinen, Chinon voor middeleeuwen. Houd er rekening mee dat de meeste kastelen in juli en augustus tussen 11.00 en 15.00 uur het drukst zijn en dat kaarten online doorgaans goedkoper zijn.
Praktisch en wanneer je gaat
De streek ligt op ongeveer zes tot zeven uur rijden vanuit Nederland, met Tours, Blois en Orleans als handige uitvalsbases. Frankrijk betaalt met euro's. Tussen de kastelen is een auto het praktischst, al is er ook het fietsroutenetwerk La Loire à Vélo van meer dan 900 kilometer langs de rivier, grotendeels vlak.
Mei, juni en september zijn de beste maanden: alles open, de tuinen mooi en de rijen kort. Juli en augustus zijn druk en warm. In de winter zijn verschillende kastelen enkele weken gesloten of hebben ze kortere openingstijden; controleer dat vooraf, want een dichte poort na twee uur rijden is de klassieke misser hier.