Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De fietsroute langs de rivier is negenhonderd kilometer lang
Foto: Susanne Jutzeler, suju-foto / Pexels
La Loire à Vélo loopt over ongeveer 900 kilometer van de bovenloop bij Cuffy naar de monding aan de Atlantische Oceaan, vrijwel overal vlak en voor het grootste deel op vrijliggend pad of rustige weg. De route maakt deel uit van EuroVelo 6, die van de Atlantische kust naar de Zwarte Zee loopt.
Fietsen kost niets en de bewegwijzering is doorlopend. Dit artikel behandelt die route en het varen op de Loire, met afstanden, prijzen en de dingen waar je op moet letten.
Reken op vijftig tot zeventig kilometer per dag
Het parcours is vlak, maar de wind komt hier overwegend uit het westen. Wie stroomafwaarts fietst, van oost naar west, heeft die wind in de rug; andersom kost dezelfde etappe een uur meer.
Een fiets huren kost 15 tot 25 euro per dag en bij veel verhuurders kun je hem in een andere plaats inleveren tegen een toeslag van 20 tot 40 euro. Reken op vier tot vijf uur voor 60 kilometer met stops. Let op: tussen de dorpen zijn de stukken zonder winkel soms 20 kilometer lang, dus neem water mee.
Onderweg passeer je een reeks kastelen op fietsafstand
Blois en Amboise liggen pal aan de route; Chambord ligt 5 kilometer landinwaarts en Chenonceau ongeveer 15 kilometer zuidwaarts aan de Cher. Vanaf de route zijn ze allemaal met een zijtak of een rustige weg te bereiken.
Entree kost 14 tot 17 euro per kasteel en kinderen tot achttien uit de Europese Unie komen bij de rijksmonumenten gratis binnen. Reken op twee tot drie uur per kasteel. Let op: één kasteel per fietsdag is realistisch; twee betekent dat je van geen van beide iets ziet en de etappe in het donker eindigt.
Varen gebeurt met een schipper op een platbodem
Op de Loire vaar je niet zelf. De traditionele platbodems, hier toues en gabares genoemd, hebben een schipper die de zandbanken kent en de vaargeul leest; die verschuift elk jaar.
Een tocht van anderhalf uur kost 15 tot 25 euro per persoon en gaat van april tot oktober, bij voldoende water. Reken op twee uur met het wachten. Let op: bij lage waterstand in augustus varen sommige aanbieders niet, en bij hoogwater in het voorjaar evenmin; bel dezelfde dag.
Op de zijrivier in het zuiden kun je wel zelf peddelen
De Cher, de zijrivier waar Chenonceau overheen staat, is rustiger en ondieper dan de Loire en daar mag je wel zelf met een kano of kajak op.
Een kano huren kost 15 tot 25 euro per persoon voor een halve dag, inclusief vervoer terug. Het seizoen loopt van mei tot september. Reken op drie uur voor 12 kilometer. Onderweg vaar je onder de galerij van het kasteel door, wat het enige uitzicht op dat gebouw vanaf het water is.
Door het wijngebied ten zuiden van de rivier lopen aparte lussen
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Rond Vouvray en Montlouis-sur-Loire liggen aangegeven fietslussen van 20 tot 40 kilometer door de wijngaarden van de Touraine, met kelders die in de tufsteenwand zijn uitgehakt.
Fietsen kost niets en een proeverij 8 tot 20 euro. Reken op een halve dag per lus. Verder oostelijk liggen Sancerre en Pouilly-Fumé, waar de heuvels een stuk steiler zijn dan langs de rivier. Let op: die kelders zijn het hele jaar rond de twaalf graden, dus neem een trui mee en drink met mate als je nog moet fietsen.
De stad in het midden heeft een fietsknooppunt bij het station
Tours ligt halverwege de route en heeft bij het station een verzamelpunt met verhuur, reparatie en bagagevervoer. De meeste mensen beginnen of eindigen hier hun tocht.
Een fiets huren kost 15 tot 20 euro per dag en bagagevervoer tussen de etappes 15 tot 25 euro per stuk. De treinen langs de Loire nemen fietsen mee, meestal gratis maar met een beperkt aantal plekken. Reserveer dat vooruit, want in juli en augustus zitten de fietsplaatsen dagen van tevoren vol.
Het bosgebied in het zuidoosten is grotendeels privéterrein
De Sologne ten zuiden van de rivier is een gebied van ongeveer 5.000 vierkante kilometer met bos, heide en duizenden vijvers. Het is bijna helemaal particulier jachtgebied, met hekken en borden langs vrijwel elke zijweg.
Over de openbare wegen fietsen mag en kost niets, maar van het pad af gaan mag niet. Reken op lange rechte stukken door dennenbos zonder dorp. Let op: van eind september tot februari wordt er gejaagd; draag dan iets opvallends en blijf op de verharde weg.
De stad in het oosten heeft moerastuinen die je per boot bezoekt
In Bourges liggen aan de rand van het centrum de marais, ruim honderd hectare moestuinen in een oud moerasgebied, doorsneden door sloten. De tuinders varen er met platte bootjes tussendoor en een deel is met een gids te bezoeken.
Een tocht kost 8 tot 14 euro en gaat van april tot oktober. Reken op anderhalf uur. In dezelfde stad staat de Cathédrale Saint-Étienne, die sinds 1992 op de werelderfgoedlijst staat en gratis toegankelijk is; de crypte en de toren kosten rond de 9 euro.
Onderweg eet je streekproducten die je zelf kunt kopen
De streek is bekend om geitenkaas, met drie beschermde namen uit de dorpen langs de route, en om de omgekeerde appeltaart die volgens het verhaal in 1898 bij toeval ontstond in een dorpshotel in de Sologne.
Een geitenkaasje kost 4 tot 8 euro op de markt en een punt appeltaart 4 tot 7 euro. De markten draaien van 8.00 tot 13.00 uur en zijn om één uur afgelopen. Let op: tussen 12.00 en 14.00 uur is buiten de steden vrijwel alles dicht, dus koop je lunch voor twaalven.
Praktisch
Frankrijk betaalt met de euro en vrijwel overal met de kaart. Vanaf Parijs rijdt de trein in een uur naar Tours en in vijftig minuten naar Orléans; vanaf Utrecht rijd je in vijf tot zes uur. De treinen langs de rivier nemen fietsen mee.
Het beste seizoen is mei tot september, met 20 tot 30 graden. Let op: in juli en augustus zijn de kampeerplaatsen langs de route vol en moet je vooruit boeken; mei, juni en september geven hetzelfde weer met veel minder mensen. Neem regenkleding mee, want op de open rivierdijken is geen schuilplek.