Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Frankrijk › Hauts-de-France › Kust en erfgoed in Hauts-de-France, authentiek Noord-Frankrijk
Bestemming 9 min lezen

Kust en erfgoed in Hauts-de-France, authentiek Noord-Frankrijk

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Van de twee kapen is er maar één van krijt

Regio Hauts De France
Foto: Mel Jlt / Pexels
Aan de Opaalkust liggen twee kapen naast elkaar. Cap Blanc-Nez is een krijtwand van ongeveer 134 meter hoog, dezelfde laag als de witte kliffen aan de Engelse overkant; Cap Gris-Nez is met 45 meter lager en bestaat uit grijze zandsteen en klei, vandaar de naam. Kijken kost niets. Vanaf Gris-Nez is Engeland op heldere dagen te zien, 34 kilometer over het Kanaal. Dit artikel behandelt de kust, het erfgoed en de steden van Hauts-de-France, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.

Bij de kapen rijdt in het seizoen een pendelbus

Omdat het parkeren bij de kapen de duinen aantastte, zijn de terreinen verkleind en rijdt er in de zomermaanden een pendelbus vanaf de dorpen eromheen. De bus kost enkele euro's en de kapen zelf zijn gratis. Reken op twee uur voor een wandeling over de klifrand van 5 kilometer. Let op: de rand kalft af en er staat geen hek; blijf achter de afzetting. Het waait hier vrijwel altijd, en juist daarom is dit de plek waar de kitesurfers zitten.

De kathedraal in het zuiden is de grootste van Frankrijk

De Notre-Dame van Amiens is volgens de bisschoppelijke opgave met ongeveer 200.000 kubieke meter de grootste kathedraal van Frankrijk; het schip is 145 meter lang en het gewelf hangt op 42 meter. Sinds 1981 staat het gebouw op de werelderfgoedlijst. De kerk is gratis en dagelijks open. In de zomeravonden en in december wordt de gevel met gekleurd licht beschenen om te laten zien hoe hij ooit geschilderd was; dat is eveneens gratis. Reken op anderhalf uur. Achter de kathedraal liggen de hortillonnages, moestuinen in het moeras die je per boot bezoekt voor rond de 8 euro.

De belforten in deze streek staan sinds 2005 op de werelderfgoedlijst

De vrijstaande stadstorens, de belforten, waren het symbool van stedelijke zelfstandigheid tegenover kerk en adel. In 2005 zijn drieëntwintig Franse belforten toegevoegd aan de lijst die al voor België gold. De meeste zijn van buiten gratis te zien; wie omhoog wil, betaalt 3 tot 7 euro, zoals bij de Belforttoren in Arras, Douai, Calais, Duinkerke, Saint-Quentin, Valenciennes en Maubeuge. Reken op een uur per stad. Let op: veel belforttorens zijn alleen op vaste tijden met een gids te beklimmen, en in kleinere steden alleen in het weekend.

De stad in het noorden heeft twee grote pleinen naast elkaar

In Lille grenzen de Grand'Place en de Place du Théâtre aan elkaar, met daartussen de Vieille Bourse uit 1653, een koopmansbeurs van vierentwintig huisjes om een binnenhof waar nu boekverkopers en schakers zitten. Rondlopen kost niets en de binnenhof is doorgaans van dinsdag tot zondag open. Het Palais des Beaux-Arts kost rond de 7 euro. Reken op een dag met het Vieux-Lille erbij. In het naburige Roubaix zit met La Piscine een museum in een Art Deco-zwembad uit 1932, waar de schilderijen rond het oude bassin hangen; dat kost rond de 11 euro. De Grand'Place heet officieel Place du Général de Gaulle, en het museum staat aan de Place de la République; samen met Roubaix en Tourcoing vormt Lille de Métropole.

De stad in het midden werd in de oorlog vrijwel volledig verwoest

Land Frankrijk
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Arras werd in de Eerste Wereldoorlog voor het grootste deel kapotgeschoten en is daarna in de oude Vlaamse stijl herbouwd; de gevels aan de twee pleinen zijn dus jonger dan ze lijken. Rondlopen is gratis en de Citadel van Vauban aan de rand van Arras staat sinds 2008 op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Onder de stad liggen de Carrière Wellington, krijtgroeven die in 1917 door Nieuw-Zeelandse mijnwerkers tot een ondergrondse kazerne voor 24.000 soldaten werden uitgebreid; een rondleiding kost rond de 8 euro en duurt een uur. Het is er negen graden, dus neem een jas mee.

Aan de slagvelden liggen honderden begraafplaatsen

In het Sommegebied liggen honderden militaire begraafplaatsen tussen de akkers, vaak niet groter dan een tuin. Bij Thiepval staat een Memorial met de namen van ruim 72.000 vermisten, bij Albert het museum over de Somme, en bij La Boisselle ligt de Lochnagar Crater, een krater van ongeveer 100 meter breed en 30 meter diep die op 1 juli 1916 door een mijn werd geblazen. Alles is gratis toegankelijk en het bezoekerscentrum bij Thiepval vraagt een kleine bijdrage. Reken op een dag voor een rondrit. Let op: dit zijn geen bezienswaardigheden maar graven; er wordt hier stilte verwacht.

Het kasteel in het zuiden heeft de tweede schilderijenverzameling van Frankrijk

Het Château de Chantilly bewaart in het Musée Condé na het Louvre de grootste verzameling oude schilderkunst van Frankrijk, met werk van Raphael en Ingres. Bij testament van de laatste eigenaar mag er niets worden verhangen, dus de zalen hangen nog vol tot aan het plafond. Entree kost 17 tot 20 euro inclusief het park van Le Nôtre en de Grandes Écuries, de grote stallen met paardendemonstraties. Reken op een halve dag. Vanaf Parijs ben je er met de trein in een half uur.

Het natuurpark bij de Belgische grens is bosrijk en vlak

Het Parc naturel régional Scarpe-Escaut was in 1968 het eerste regionale natuurpark van Frankrijk. Het ligt tegen de Belgische grens, is vrijwel vlak en bestaat uit bos, moeras en oude mijnterreinen. Toegang is gratis en er lopen tientallen kilometers pad en fietsroute. Reken op een halve dag. In het Avesnois ten zuiden liggen heggenlandschap en de Abdij van Vaucelles, en langs de Sensée en het Canal de Saint-Quentin lopen jaagpaden. In dezelfde streek staan de Terrils, de kegelvormige afvalbergen van de steenkoolmijnen, die sinds 2012 als mijnbouwlandschap op de Werelderfgoedlijst staan; de hoogste zijn ruim 180 meter en je mag er tegenop lopen.

De vissersdorpen aan de kust leven nog van de zee

Boulogne-sur-Mer is de grootste vissershaven van Frankrijk en in Étaples-sur-Mer wordt de vangst nog vanaf de kade verkocht. Dit zijn werkhavens en geen jachthavens. De vismarkt op de kade in Boulogne draait doorgaans van 9.00 tot 13.00 uur en het kopen gaat per stuk of per kilo. Verderop liggen Cayeux-sur-Mer met zijn strandhuisjes, Le Portel en de Marine-haven van Duinkerke, waar in 1940 met Operatie Dynamo honderdduizenden soldaten naar Engeland werden gehaald. In Boulogne zit met Nausicaá het grootste aquarium van Europa, met een bassin van 10.000 kubieke meter; entree kost 26 tot 32 euro. Reken op een halve dag. Let op: de Champagnestreek die in sommige lijstjes bij deze streek wordt genoemd, ligt in de Grand Est, 200 kilometer oostelijker.

Praktisch

Frankrijk betaalt met de euro en vrijwel overal met de kaart. Vanaf Utrecht rijd je in drie uur naar Lille en in vier uur naar de Opaalkust; met de trein ben je vanaf Brussel in een half uur in Lille en vanaf Parijs in een uur. Tol kost 8 tot 12 euro per honderd kilometer. De zomer geeft 20 tot 26 graden en het zeewater haalt in augustus 17 tot 19 graden. Let op: aan deze kust waait het vrijwel altijd en het weer wisselt binnen het uur, dus neem ook in juli een windjack mee. Dit is de dichtstbijzijnde Franse streek vanuit Nederland en daarmee geschikt voor een lang weekend.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine