Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Metz, Nancy en Toul liggen binnen zestig kilometer van elkaar
Foto: Mel Jlt / Pexels
Tussen Metz en Nancy is het 55 kilometer en tussen Nancy en Toul 25; alle drie liggen ze aan de snelweg en aan de spoorlijn. Ze zijn elk in een dag te bekijken, maar niet op dezelfde dag.
Ze verschillen sterk van karakter. Dit artikel behandelt ze afzonderlijk, met openingstijden, entreeprijzen en wat er niet klopt aan de gangbare beschrijving.
Metz is een Romeinse en Duitse stad, niet alleen een middeleeuwse
Metz begon als Romeinse nederzetting, kreeg tussen de dertiende en zestiende eeuw de Cathédrale Saint-Étienne en was van 1871 tot 1918 Duits. Uit die laatste periode stamt het hele Quartier impérial rond het station uit 1908.
Rondlopen kost niets. De kathedraal heeft volgens de kerkbeheerder ongeveer 6.500 vierkante meter gebrandschilderd glas, de grootste oppervlakte ter wereld, met ramen van Marc Chagall uit de jaren zestig. Reken op een halve dag voor het centrum en de stationswijk samen; de Porte des Allemands aan de Seille en de Place Saint-Louis met haar arcades zijn gratis. De Moselle deelt de stad in armen, en Luxemburg ligt op 65 kilometer.
Het Centre Pompidou-Metz opende in 2010
Bij het station staat het Centre Pompidou-Metz, ontworpen door Shigeru Ban en Jean de Gastines, met een golvend dak van houten vlechtwerk. Het is een dependance van het Parijse museum en toont wisselende tentoonstellingen uit dezelfde collectie.
Entree kost 7 tot 14 euro; het is van woensdag tot maandag open, doorgaans van 10.00 tot 18.00 uur, en op dinsdag gesloten. Reken op twee uur. Let op: er is geen vaste collectie, dus wie voor bepaalde werken komt, kan voor niets rijden. Kijk vooraf na wat er hangt. In het Arsenal verderop, een negentiende-eeuws wapendepot, zit een concertzaal.
De Place Stanislas in Nancy dateert uit 1755
De Place Stanislas is tussen 1752 en 1755 aangelegd door Emmanuel Héré, met de vergulde smeedijzeren hekken van Jean Lamour op de hoeken en het stadhuis aan de lange zijde. Het plein staat sinds 1983 op de werelderfgoedlijst, samen met de Place de la Carrière en de Place d'Alliance.
Rondlopen kost niets. De middeleeuwse stad ligt er direct naast, met de Porte de la Craffe uit de veertiende eeuw en smalle straten eromheen. Reken op een uur voor het plein en de poort, en op een halve dag voor de hele binnenstad met het Musée des Beaux-Arts.
Nancy is het centrum van de École de Nancy
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
In Nancy werkten rond 1900 glasmakers, meubelmakers en architecten als Émile Gallé, Louis Majorelle en de familie Daum, die samen de École de Nancy vormden en de stad vol zetten met gebogen lijnen, glas-in-lood en smeedwerk.
Het Musée de l'École de Nancy kost 6 tot 9 euro en is van woensdag tot maandag open, doorgaans van 10.00 tot 18.00 uur. Reken op anderhalf uur. Buiten het museum staan tientallen gevels in die stijl verspreid door de stad, met de Villa Majorelle en de Chambre de Commerce als bekendste; er is een gratis wandelroute langs de belangrijkste.
Toul is een bisschopsstad met vestingwerken van Vauban
Toul was eeuwenlang zetel van een bisdom en werd vanaf 1700 door Vauban van wallen en bastions voorzien, die nog grotendeels rond de stad liggen.
De wallen zijn gratis en het hele jaar toegankelijk; een ronde is ongeveer 4 kilometer. De Cathédrale Saint-Étienne heeft een laatgotische westgevel en is gratis open, net als de Sint-Gengulfuskerk met haar kloostergang. Reken op twee tot drie uur voor het hele stadje.
Rond Toul wordt een lichte rosé gemaakt
De wijngaarden van de Côtes de Toul beslaan enkele honderden hectaren en leveren vooral een bleke rosé van gamay die hier Vin Gris heet; daarnaast worden er Auxerrois en Pinot Noir gemaakt. De AOC Côtes de Toul bestaat sinds 1998.
Een proeverij kost 5 tot 15 euro en gaat op afspraak, doorgaans van dinsdag tot zaterdag. Een fles kost 8 tot 16 euro. De wijngaarden liggen op de hellingen ten westen van de stad, met een route van ongeveer 20 kilometer langs de dorpen en fietsverhuur in Toul.
De drie steden combineer je beter met de trein dan met de auto
Tussen Metz en Nancy rijden treinen die er 40 minuten over doen en tussen Nancy en Toul 20 minuten. Parkeren in de centra kost 2 tot 4 euro per uur en de kernen zijn deels autovrij.
Een treinkaartje kost 5 tot 12 euro enkele reis. Reken op één stad per dag, want elk van de drie vraagt een halve tot hele dag als je de musea meeneemt. Let op: op dinsdag zijn de meeste musea gesloten, dus plan die dag voor de wallen van Toul en de wijndorpen.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijd je drie tot vier uur; met de trein ben je vanuit Parijs in anderhalf uur in Metz. De Franse snelwegen zijn tolwegen en Frankrijk betaalt met de euro.
Mei tot oktober geeft 16 tot 28 graden. In augustus is er in Metz een oogstfeest rond de mirabel, de kleine gele pruim uit deze streek. Winkels sluiten in de kleinere plaatsen tussen 12.00 en 14.00 uur en op zondag is vrijwel alles dicht, ook in Nancy.