Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het mijnbouwlandschap staat sinds 2012 op de werelderfgoedlijst
Foto: Bernd 📷 Dittrich / Unsplash
Rond Lens en Douai lag tot in de jaren negentig volgens de erfgoedorganisatie het grootste steenkoolbekken van Frankrijk. De mijnwerkerswijken, de schachtgebouwen en de terrils van het Bassin minier zijn samen als cultuurlandschap erkend.
Daaromheen liggen musea over de mijnbouw en over twee wereldoorlogen. Dit artikel behandelt ze, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
De dependance van het Louvre in Lens is deels gratis
In december 2012 opende het Louvre-Lens op een voormalig mijnterrein, met werken uit de Parijse collectie opgesteld in de Galerie du temps, één lange zaal die de kunstgeschiedenis chronologisch doorloopt.
Die vaste zaal is gratis toegankelijk; tijdelijke tentoonstellingen kosten 10 tot 14 euro. Het is van woensdag tot maandag open, doorgaans van 10.00 tot 18.00 uur, en op dinsdag gesloten. Reken op twee tot drie uur.
Het mijnmuseum bij Douai zit in een echte mijn
In Lewarde is de Fosse Delloye, een mijn die in 1971 sloot, ingericht als het Centre Historique Minier, met gangen, machines en rondleidingen die deels door oud-medewerkers worden gegeven.
Entree kost 12 tot 16 euro; het is dagelijks open, doorgaans van 9.00 tot 17.30 uur, en in januari gesloten. Reken op drie uur. Neem een jas mee, want ondergronds is het rond de 12 graden. Dit is het grootste mijnmuseum van Frankrijk.
De mijn bij Blegny ligt in België
Blegny-Mine ligt bij Luik, ongeveer 200 kilometer hiervandaan en ruim twee uur rijden. Het hoort bij de Waalse mijnsites die in hetzelfde jaar op de werelderfgoedlijst kwamen, maar het is een aparte reis.
Datzelfde geldt voor het Musée de la Grande Guerre bij Meaux, dat vlak bij Parijs ligt. Kijk voordat je rijdt na in welk departement een museum staat; in deze streek liggen genoeg alternatieven binnen een half uur, zoals het Historial de la Grande Guerre in Péronne.
Onder Arras liggen middeleeuwse krijtgangen
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Onder Arras ligt met de boves een netwerk van gangen dat in de middeleeuwen in het krijt is uitgehakt als opslagruimte en dat later als schuilplaats diende.
Een rondleiding kost 5 tot 9 euro en duurt drie kwartier; ze vertrekken op vaste tijden vanuit het stadhuis aan de Place des Héros. Het is er het hele jaar rond de 11 graden. Elders in de stad ligt met de Carrière Wellington een tweede stelsel, waar in 1917 vierentwintigduizend Britse en Nieuw-Zeelandse soldaten verbleven voor een offensief; dat kost 8 tot 12 euro.
Het kunstmuseum van Arras zit in een oude abdij
Naast de kathedraal staat de achttiende-eeuwse abdij Saint-Vaast, waarin het Musée des Beaux-Arts met schilderijen, beeldhouwwerk en middeleeuwse voorwerpen is ondergebracht; er hangt onder meer werk van Rubens.
Entree kost 5 tot 9 euro; het is van woensdag tot maandag open, doorgaans van 9.30 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.30 uur. Let op die middagsluiting. Reken op anderhalf uur. In dezelfde stad staat het huis waar Maximilien de Robespierre woonde; dat is klein en vraagt een vrijwillige bijdrage.
Bij Vimy staan loopgraven en tunnels uit 1917
Op de heuvelrug ten noorden van Arras ligt het Canadese gedenkterrein van Vimy, met bewaarde loopgraven, kraters en ondergrondse gangen, en het monument erboven.
Toegang en de rondleidingen zijn gratis; het bezoekerscentrum is dagelijks open, doorgaans van 9.00 tot 17.00 uur. Reken op twee uur. Let op: grote delen van het terrein zijn afgezet omdat er nog munitie in de bodem ligt, dus blijf op de paden en tussen de hekken. Schapen houden het gras er kort, juist om die reden.
Bij Saint-Omer staan twee Duitse bunkers uit de Tweede Wereldoorlog
In het bos bij Éperlecques staat het Blockhaus, een betonnen bunker die als lanceerbasis voor V2-raketten was bedoeld; enkele kilometers verderop ligt bij Helfaut La Coupole, in een steengroeve, met een koepel van beton van 55.000 ton.
Beide kosten 11 tot 15 euro entree en zijn doorgaans dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur open, met beperkingen in de winter. Reken op twee uur per bunker. In La Coupole zit ook een planetarium; dat kost enkele euro's extra.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijd je twee tot drie uur; de snelwegen in deze streek zijn grotendeels tolvrij. Frankrijk betaalt met de euro.
April tot oktober geeft 14 tot 24 graden. Musea zijn hier doorgaans op dinsdag gesloten en veel kleinere musea sluiten tussen 12.00 en 14.00 uur. Let op: de ondergrondse bezoeken zijn het hele jaar rond de 11 tot 12 graden, dus neem ook in augustus een jas mee.