Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Glenveagh National Park beslaat honderdzeventig vierkante kilometer
Glenveagh is met ongeveer 170 vierkante kilometer het op één na grootste nationale park van Ierland. Het kasteel in het dal werd vanaf 1870 gebouwd door een landeigenaar die kort daarvoor, in 1861, ruim tweehonderd pachters van hun grond had laten zetten om er een jachtterrein van te maken; dat verhaal wordt in het bezoekerscentrum niet weggelaten.
Sinds 2001 worden er steenarenden uitgezet, die hier honderd jaar afwezig waren. Vanaf het bezoekerscentrum rijdt een pendelbus 3,5 kilometer naar het kasteel voor enkele euro's, of je loopt het langs het meer in een klein uur. Het park is gratis toegankelijk; een rondleiding door het kasteel kost rond de 7 euro en het is van maart tot oktober dagelijks open.
De kliffen van Slieve League zijn niet de hoogste van Europa
Slieve League valt tot ongeveer 600 meter naar zee en hoort daarmee tot de hoogste kliffen van Ierland, maar de allerhoogste zijn het niet: die staan op Achill Island in Mayo, met bijna 690 meter. De bewering dat het de hoogste van Europa zijn, die je op borden en in folders tegenkomt, klopt evenmin.
Vanaf de onderste parkeerplaats is het ongeveer 1,5 kilometer omhoog naar het uitzichtpunt, met in het seizoen een shuttlebus als alternatief voor een paar euro. Let op: het pad langs de rand is onbeveiligd, en doorlopen naar de smalle kamroute die One Man's Pass heet, wordt bij wind of mist sterk afgeraden. Toegang tot het gebied zelf is gratis.
Five Finger Strand heeft duinen van dertig meter
Dit strand op Inishowen wordt omzoomd door duinen die tot ongeveer 30 meter hoog zijn, bij de hoogste van Europa. De naam komt van vijf rotspunten die voor de kust uit zee steken; bij laagwater loop je er honderden meters zand.
Zwemmen wordt hier afgeraden vanwege de sterke onderstroom en er is geen bewaking, ook niet in de zomer. Vanaf Malin is het ongeveer 5 kilometer over een smalle weg naar de parkeerplaats, die klein is en in juli en augustus vol staat. Parkeren en toegang kosten niets.
Inishowen is het grootste schiereiland van Ierland
Aan de noordpunt ligt Malin Head, het noordelijkste punt van het land. De panoramaroute om het schiereiland is ongeveer 160 kilometer lang en verbindt stranden, kliffen en oude forten; reken er een volle dag voor, want de wegen zijn smal.
Op de hoogste heuvel, de Slieve Snaght van 615 meter, zie je bij helder weer zowel de Atlantische Oceaan als Lough Foyle liggen; de klim duurt heen en terug drie uur en het pad is drassig. In het gebied liggen meerdere kortere gemarkeerde rondes van 4 tot 10 kilometer. Aan de zuidkant staat het ringfort Grianán of Aileach op een heuveltop, vrij toegankelijk.
Op Arranmore wordt nog dagelijks Iers gesproken
Arranmore ligt ongeveer 5 kilometer uit de kust en telt rond de 450 inwoners. Het is een van de gebieden waar het Iers de gewone omgangstaal is gebleven, en dat hoor je in de winkel en in de pub.
De veerboot vaart vanaf Burtonport in ongeveer 20 minuten en gaat meerdere keren per dag, met minder afvaarten in de winter; een retour kost rond de 20 euro. Over het eiland loopt een kustpad van ongeveer 14 kilometer langs kliffen tot 100 meter hoog. Neem eten mee, want de voorzieningen zijn beperkt tot een paar adressen bij de haven.
In Ardara wordt tweed op handgetouwen geweven
Ardara staat bekend om het weven van tweed, een ambacht dat hier al eeuwen op handweefgetouwen wordt uitgeoefend. In het dorp zitten enkele werkplaatsen en winkels waar je het weven kunt zien, doorgaans van maandag tot en met zaterdag van 10.00 tot 17.30 uur; kijken kost niets.
Vanaf het dorp is het ongeveer 10 kilometer naar de kliffen en het strand bij Maghera, waar een reeks zeegrotten ligt. Let op: die grotten zijn alleen bij laagwater te betreden en het tij komt er snel op; kijk de getijdentabel na. Ten zuiden loopt de Glengesh Pass, een bergweg met haarspeldbochten die tot 270 meter klimt.
Tory Island kiest een eigen koning
Tory ligt ongeveer 11 kilometer uit de kust en telt rond de 120 inwoners, die volgens een eeuwenoude gewoonte een eigen koning kiezen; die heeft geen formele macht maar verwelkomt wel de bezoekers aan de aanlegsteiger. De overtocht vanaf Magheroarty duurt ongeveer 45 minuten en kost rond de 30 euro retour.
Let op: bij ruw weer vaart de veerboot niet, en in het winterhalfjaar gebeurt dat regelmatig meerdere dagen achtereen, dus houd rekening met een gedwongen extra nacht. Aan de noordkant broeden in het voorjaar papegaaiduikers en jan-van-genten op de kliffen; die zijn van april tot juli te zien.
Donegal Bay strekt zich vijftig kilometer uit
De baai loopt tussen Donegal town en de grens met Sligo. Bij Bundoran breken golven die het plaatsje tot een van de bekendste surfplekken van Europa maakten; er zijn scholen die lessen geven vanaf ongeveer 40 euro inclusief pak en plank.
Het water is met 10 tot 15 graden koud, dus een dik pak is geen luxe maar noodzaak. Langs de baai liggen brede stranden die bij eb honderden meters droogvallen, waaronder Rossnowlagh en het strand bij Narin en Portnoo. In Donegal town zelf staat een burcht uit de vijftiende eeuw, te bezoeken voor rond de 5 euro.
Lough Eske ligt zes kilometer buiten Donegal town
Het meer wordt omringd door bos en heuvels en vormt de overgang naar de Bluestack Mountains erachter. Aan de oever staan de resten van een kasteel uit de negentiende eeuw dat na een brand in 1939 verviel en later tot hotel is herbouwd.
Rond het meer loopt een weg van ongeveer 12 kilometer die met de fiets goed te doen is; in het bos erachter liggen gemarkeerde paden van een tot twee uur. Toegang is gratis. Dit is de rustige kant van het graafschap: geen uitzichtpunten met bussen, maar bos, water en de Bluestacks als achtergrond.
De Errigal is met 751 meter de hoogste top
Deze berg in de Derryveagh Mountains is herkenbaar aan zijn kegelvorm en aan het lichte kwartsiet dat in de zon bijna wit oplicht. De klim duurt heen en terug ongeveer drie uur over een steil pad met los gesteente, en de laatste meters lopen over een smalle kam tussen twee toppen.
Het gebied grenst aan het nationale park en bestaat verder uit hoogveen, meertjes en kale rotshellingen. De bodem is er drassig, ook na droge periodes, dus waterdichte schoenen zijn nodig. Klimmen kost niets, maar de parkeerplaats aan de weg is klein en in het weekend vol.