Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Glenveagh ligt in een gletsjerdal
Het park beslaat ongeveer 170 vierkante kilometer en is het op één na grootste van Ierland. Het dal is door ijs uitgeslepen: steile wanden, een vlakke bodem en daartussen een langgerekt meer, ingeklemd tussen bergen van ruim 600 meter.
Het bezoekerscentrum is dagelijks vanaf 9.00 uur open en de toegang tot het park is gratis. Vanaf daar rijdt een pendelbus 3,5 kilometer het dal in voor rond de 3 euro, of je loopt het in een klein uur. Let op: de weg het dal in is alleen voor die bus, dus met de auto kom je niet verder dan de parkeerplaats.
Langs Lough Veagh loopt een vlak pad
Het meer is ongeveer 4 kilometer lang en niet meer dan een paar honderd meter breed, waardoor je vanaf het pad voortdurend beide oevers ziet. De wandeling van het bezoekerscentrum naar het kasteel en terug is zo'n 7 kilometer en vrijwel vlak, dus ook met minder goede benen te doen.
In het park leeft volgens de parkbeheerder een kudde edelherten van enkele honderden dieren, die in de bronsttijd in oktober tot ver in het dal te horen is. Honden zijn in het park niet toegestaan, ook niet aangelijnd, omdat de herten en de uitgezette steenarenden erdoor verstoord raken.
Glenveagh Castle werd gebouwd na een ontruiming
Het kasteel werd tussen 1870 en 1873 gebouwd door John George Adair, dezelfde landeigenaar die in 1861 ruim tweehonderd pachters van zijn grond liet zetten om er een jachtterrein van te maken. Die ontruiming is tot vandaag onderdeel van de plaatselijke geschiedschrijving en wordt in de rondleiding niet overgeslagen.
De laatste particuliere eigenaar was de Amerikaan Henry McIlhenny, die het landgoed in 1983 aan de staat schonk; zijn inrichting staat er nog. Rondleidingen door het huis duren ongeveer 45 minuten en kosten rond de 7 euro. De tuinen eromheen zijn gratis en het hele jaar open.
De Errigal is met 751 meter de hoogste top
Deze berg in de Derryveagh Mountains grenst aan het park en bestaat uit kwartsiet, dat in de zon bijna wit oplicht en de kegelvorm van ver herkenbaar maakt. Het is de hoogste top van het graafschap.
De klim duurt heen en terug ongeveer drie uur over een steil pad met los gesteente en zonder enige beschutting; de laatste meters lopen over een smalle kam tussen twee toppen. Daaromheen bestaat het gebied uit hoogveen dat ook na droge weken drassig blijft, dus waterdichte schoenen zijn nodig. Klimmen kost niets en de parkeerplaats aan de weg is klein.
De Inishowen 100 is honderd mijl lang
De panoramaroute rond het schiereiland dankt haar naam aan de honderd mijl van de oorspronkelijke lus, ongeveer 160 kilometer. Onderweg wisselen stranden, kliffen, forten en dorpen als Buncrana en Carndonagh elkaar af, met genoeg stops voor een volle dag.
Let op: grote delen lopen over wegen van nog geen 4 meter breed met bochten zonder zicht, dus reken op een gemiddelde van hooguit 40 kilometer per uur. Tanken kan alleen in de grotere plaatsen. De steilste omweg is de Mamore Gap, een pas over de bergrug met haarspeldbochten en hellingen die met een caravan niet te doen zijn.
Fort Dunree staat op een rots boven Lough Swilly
Het fort gaat terug op een batterij uit 1798, gebouwd tegen een mogelijke Franse landing in de zeearm. Later werd het uitgebouwd tot kustverdediging en het bleef tot 1938 in Britse handen, toen de laatste verdragshavens aan Ierland werden overgedragen.
Nu is het een museum, doorgaans van dinsdag tot en met zondag open vanaf 10.30 uur, met kaartjes rond de 8 euro; reken op anderhalf uur. Vanaf het fort lopen paden over de heuvel met uitzicht over de hele zeearm, en die zijn gratis. Er staan nog kanonnen en bunkers op het terrein.
Bij Malin Head ligt het woord Eire in witte stenen
Malin Head is het noordelijkste punt van het Ierse vasteland; het eilandje Inishtrahull, ongeveer 10 kilometer uit de kust, ligt nog noordelijker. Op de kaap staat een uitkijktoren uit 1805, Banba's Crown genoemd.
In het gras eronder ligt met witte stenen het woord Eire, aangelegd in de Tweede Wereldoorlog om piloten duidelijk te maken dat ze boven neutraal gebied vlogen. Het gebied is vrij toegankelijk en er is een parkeerterrein op enkele honderden meters. Bij storm slaan de golven over de rotsen heen en wordt het pad naar de punt levensgevaarlijk.
Grianán of Aileach kijkt uit over twee zeearmen
Deze ronde stenen wal staat op een heuvel van ongeveer 240 meter en kijkt tegelijk uit over Lough Swilly en Lough Foyle, met bij helder weer zicht tot in Derry en Tyrone. Het bouwwerk gaat terug op de ijzertijd.
In de jaren zeventig van de negentiende eeuw werd het grotendeels herbouwd, waardoor het er completer uitziet dan de meeste ringforten; hoeveel er origineel is, valt niet meer precies vast te stellen. De muur is ongeveer 4 meter dik en 5 meter hoog, met trappen aan de binnenzijde. Toegang is gratis en de plek is dag en nacht bereikbaar.
Het emigratiedorp bij Doagh toont de hongersnood
Dit openluchtmuseum laat met nagebouwde huisjes zien hoe het leven eruitzag tijdens de hongersnood van 1845 tot 1852, toen Ierland ongeveer een kwart van zijn bevolking verloor door sterfte en emigratie. Het loopt door tot in de twintigste eeuw, met een dorpswinkel en een schoolklas.
De rondleiding duurt ongeveer een uur en wordt gegeven door bewoners van het schiereiland zelf, wat het een ander verhaal maakt dan een museumtekst. Toegang kost rond de 12 euro en het museum is van maart tot oktober dagelijks open. Voor kinderen vanaf een jaar of tien is het goed te volgen; jonger is de stof te zwaar.
Inishowen is het grootste schiereiland van Ierland
Het ligt ingeklemd tussen Lough Swilly en Lough Foyle, met de grens met Noord-Ierland aan de oostkant. De hoogste heuvel is de Slieve Snaght van 615 meter, vanaf de top zichtbaar tot aan beide kusten; de klim duurt drie uur en het pad is drassig.
Omdat de grens vlakbij loopt, wissel je binnen enkele kilometers van euro's naar ponden, en verschillen brandstofprijzen aan weerszijden merkbaar. Sinds 2025 heb je voor de oversteek naar Noord-Ierland vooraf een elektronische reistoestemming nodig. Reken op een dag of drie om het schiereiland rustig te doen.