Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De dagtrips vanuit Dublin beginnen bij de kusttrein
Weinig hoofdsteden hebben hun natuur zo dichtbij: de klifwandelingen, bergmeren en kuststadjes liggen aan de voorstadstrein of op een uur rijden. De DART-trein volgt de hele baai van Dublin en maakt de helft van deze lijst zonder auto bereikbaar, met dagkaarten voor een paar euro.
Dit artikel zet de dagtrips op een rij, van de vissershaven van Howth tot de kloostervallei van Glendalough, met afstanden, prijzen en de beste tijdstippen. Ierland betaalt met de euro.
Howth is de klifwandeling met zeehonden
Aan de noordpunt van de baai ligt Howth, een vissershaven waar zeehonden bij de viskraam op afval wachten. Daarboven loopt de klifronde van ongeveer 6 kilometer langs heide en het Baily-vuurtorentje, met de baai als decor; voor de kust ligt het vogeleiland Ireland's Eye, waar bootjes in tien minuten heen varen voor rond de 20 euro.
De trein doet er vanaf het centrum nog geen halfuur over en wandelen kost niets. Kom doordeweeks, want op zomerzondagen loopt half Dublin mee. Let op: het pad loopt op de open stukken vlak langs de rand zonder hek, en na regen is de klei glad.
De zuidbaai rijgt dorpjes en uitzichten aaneen
Zuidwaarts stopt de trein bij Dún Laoghaire met zijn twee pieren en het maritiem museum, bij Sandycove met de Martello-toren waarin Ulysses begint en het zwemplekje Forty Foot waar het hele jaar door wordt gezwommen, en bij Dalkey, waar Dalkey Castle in de hoofdstraat staat met een Heritage Centre erin. Killiney Hill erboven geeft het panorama over de hele baai.
Verderop ligt Bray, waar de klifwandeling naar Greystones ongeveer 7 kilometer langs de rotsen voert met de trein terug als ingebouwde oplossing. Dit is de makkelijkste wandeldag van de lijst: stations aan beide einden en onderweg geen klim van betekenis. Bij Bray staat Killruddery House met zijn zeventiende-eeuwse tuinen, entree rond de 10 euro.
Glendalough ligt in het bergpark achter de stad
Een uur zuidwaarts begint het nationale park van de Wicklow Mountains: kale toppen, veenplateaus en donkere meren. Het hart is Glendalough, de vallei waar Sint Kevin zich in de zesde eeuw terugtrok en waar een kloosterstad ontstond; de ronde toren van 30 meter en de kerkjes staan er nog tussen de twee meren.
De meren-wandeling telt naar keuze 4 tot 9 kilometer. Toegang tot de kloosterstad is gratis, parkeren kost rond de 4 euro en het Visitor Centre vraagt een paar euro; de grootste kerk heet de Cathedral en staat er als ruïne. Kom voor 10.00 uur, want de vallei is beroemd en de parkeerplaats loopt vol. Vanaf Marlay Park aan de stadsrand begint de Wicklow Way, een langeafstandspad van ruim 130 kilometer.
Bij Enniskerry liggen de tuinen van Powerscourt
Enniskerry is een landgoeddorp rond een pleintje, met erboven de tuinen van Powerscourt: terrassen, Italiaanse trappen, een Japanse tuin en een vijver met een tritonfontein, met de Sugar Loaf als achtergrond. De tuinentree kost volgens de kassa rond de 13 euro en het is dagelijks open.
Zes kilometer verderop stort de Powerscourt-waterval 121 meter omlaag, de hoogste van Ierland, met picknickweiden aan de voet; daar betaal je apart, rond de 7 euro. De Sugar Loaf, in het Nederlands de Suikerbroodberg, is 501 meter hoog en in anderhalf uur te beklimmen; het Powerscourt Estate eromheen beslaat honderden hectaren. Dit is met kinderen de dankbaarste dagtrip van de lijst.
Praktisch bij de dagtrips
De kusttrein dekt Howth, de zuidbaai en Bray; voor Wicklow en Powerscourt heb je een huurauto of een excursiebus nodig. De bergwegen zijn smal maar rustig; reken vanaf de stad op 30 tot 50 kilometer rijden en een gemiddelde van 50 kilometer per uur.
Aan de noordkust liggen verder het brede Velvet Strand bij Portmarnock, Malahide Castle en het vissersstadje Skerries, met voor de kust de vogeleilanden Lambay Island en Rockabill. Bij Sandymount loopt de Great South Wall een paar kilometer de baai in. Midden in Dublin Bay ligt North Bull Island, een zandeiland dat als biosfeerreservaat van UNESCO is erkend, met duizenden wadvogels in de winter en het Dollymount Strand aan de zeekant. In de stad zelf ligt Glasnevin Cemetery, met een ronde toren als monument voor Daniel O'Connell. Het weer wisselt hier per uur, dus laagjes en een regenjas horen standaard in de rugzak.
Wanneer je gaat
Mei tot en met september geeft de langste dagen en 14 tot 20 graden, met juni als beste maand voor de klifwandelingen. In augustus en september kleurt de heide paars over Howth en de Wicklows.
De winter kort de dagen in maar leegt de paden: een heldere januaridag boven de baai hoort bij de mooiste van het jaar, met 4 tot 9 graden en om vier uur donker. De dagtrips kennen geen seizoenssluiting, alleen kortere vensters, dus start vroeg. In het bezoekerscentrum bij Glendalough en bij Powerscourt gelden in de winter beperkte openingstijden.