Galway heeft 85.000 inwoners en een binnenstad van vijf straten
De stad aan de baai is klein: het centrum bestaat uit een handvol straten die u in een half uur uitloopt. Wat het bijzonder maakt, is de dichtheid van cafés met live muziek en het feit dat een kwart van de inwoners student is.
Rond de stad liggen vissersdorpjes en Ierstalige gehuchten. Dit artikel behandelt de stad en de kust eromheen, met entreeprijzen, afstanden, marktdagen en de weken waarin alles vol is.
In de winkelstraat spelen dagelijks straatmuzikanten
De hoofdstraat en de zijstraten vormen een voetgangersgebied waar het hele jaar door muzikanten staan, van vioolspelers tot complete bandjes. Volgens de stad is dit de dichtstbespeelde straat van het land.
Kijken kost niets. De drukste uren zijn tussen twaalf en zes. Op zaterdag staat er bij de kerk een markt met eten, planten en handwerk, doorgaans van acht tot zes; op zondag een kleinere versie. Reken op twee uur voor het centrum, langer als u blijft hangen.
Aan de rivier staat een poort uit 1584
Waar de rivier in de baai uitkomt staat een stenen poort uit 1584, gebouwd als deel van de stadsmuur om schepen te beschermen. Ernaast ligt een plein aan het water dat op zonnige dagen de plek is waar de stad zit.
Toegang is gratis, dag en nacht. Het museum ernaast is gratis en van dinsdag tot zaterdag open, doorgaans van tien tot vijf. Reken op een uur voor beide. Aan de overkant van de rivier ligt de oude vissersbuurt waar de bekende ring met handen en hart vandaan komt.
De boulevard aan de baai is twee kilometer lang
Ten westen van het centrum ligt een badplaatsgedeelte met een promenade van ongeveer 2 kilometer langs het strand, met uitzicht op de bergen aan de overkant van de baai.
Wandelen kost niets. Er is een plaatselijk gebruik om aan het einde met uw voet tegen het muurtje te tikken voordat u omkeert. Vanaf het centrum is het een half uur lopen of tien minuten met de bus. Het water is 12 tot 16 graden; er wordt het hele jaar door gezwommen, maar niet lang.
De eilanden voor de kust bereikt u met een boot van veertig minuten
Voor de baai liggen drie kalkstenen eilanden, waarvan het grootste ongeveer 31 vierkante kilometer meet. Er wordt Iers gesproken en het landschap bestaat uit kale rotsplaten met duizenden kilometers stenen muurtjes.
Een retour met de veerboot kost 30 tot 40 euro per persoon vanaf de haven 40 kilometer westelijk; de overtocht duurt veertig minuten. Op het eiland huurt u een fiets voor rond de 15 euro. De prehistorische ringburcht op een klif van 87 meter kost enkele euro's entree.
De dorpen ten westen zijn officieel Ierstalig
Langs de kust ten westen van de stad liggen dorpen die tot het officiële Ierstalige gebied horen. Daar staan de plaatsnaamborden op alle 40 kilometer kustweg uitsluitend in het Iers, terwijl uw navigatie de Engelse naam gebruikt.
Let op: noteer de Ierse namen van uw bestemmingen voordat u vertrekt, want anders rijdt u uw dorp voorbij zonder het te merken. In de winkels en pubs wordt gewoon Engels gesproken. Vanaf de stad rijdt u langs deze kust in een uur naar het uiterste puntje, met onderweg kleine havens en stranden zonder voorzieningen.
Het kalksteenplateau uit veel reisteksten ligt in het buurgraafschap
Het kale kalksteenlandschap met de zeldzame planten en de hoge zeekliffen ligt niet in dit graafschap maar in het graafschap ten zuiden ervan, 50 tot 80 kilometer verderop.
Dat is als dagtocht goed te doen: reken op anderhalf uur rijden enkele reis om de baai heen, of neem in het seizoen de veerboot die de baai oversteekt en een uur vaart. Aan de zuidoever van de baai, nog wel in dit graafschap, ligt een dorpje met een kasteel uit 1520 dat van april tot oktober open is voor rond de 8 euro.
In juli en augustus is de stad twee weken lang onbereikbaar vol
Eind juli is er een kunstenfestival en direct daarna een week paardenrennen die tienduizenden bezoekers trekt. In die weken zijn hotels twee tot drie keer zo duur en maanden vooruit volgeboekt.
Praktisch: wie de stad rustig wil zien, komt in mei, juni of september. Wie voor het festival komt, boekt een half jaar vooruit. In september is er een oesterfeest, en dat is meteen het begin van het oesterseizoen in deze baai, dat tot april loopt.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ruim anderhalf uur op Dublin en rijdt daarna 210 kilometer in tweeënhalf uur; er rijdt ook een trein die er tweeënhalf uur over doet voor 20 tot 40 euro. Ierland betaalt met de euro en er rijdt links verkeer.
Mei, juni en september geven 14 tot 20 graden en de meeste droge dagen. Het regent hier op ruim tweehonderd dagen per jaar. In de stad zelf hebt u geen auto nodig; voor de kust en de dorpen erbuiten wel, want het busaanbod is dun.