De kliffen die in vrijwel elke tekst over deze streek opduiken, liggen in het buurgraafschap ten zuiden, op ongeveer 70 kilometer van de stad en anderhalf uur rijden. Ze zijn volgens de bezoekersdienst daar een dagtocht, geen uitstapje.
Wat hier wel ligt: een leeg berglandschap, drie eilanden en een stad met muziek in de kroegen. Dit artikel behandelt dat, met entreeprijzen, afstanden, seizoenen en de taalregels waar bezoekers op stuklopen.
Het nationale park in het westen is gratis
Op ongeveer 80 kilometer westwaarts ligt een park met veengrond, heide en een berg van 442 meter waar een gemarkeerd pad naartoe loopt. Boven kijkt u over de kust en de eilanden.
Toegang en parkeren zijn gratis; het bezoekerscentrum is van maart tot oktober open. De ronde naar de top is 7 kilometer met 400 hoogtemeters en duurt drieënhalf uur. Praktisch: het pad is deels van steen en deels van vlonders en is bij regen glad; stevige schoenen zijn hier geen advies maar noodzaak.
Bij een meer in datzelfde gebied staat een abdij uit 1868
Aan een meer staat een neogotisch landhuis uit 1868 dat sinds 1920 door benedictinessen wordt bewoond, met een ommuurde victoriaanse tuin van 2,5 hectare en een kerkje in miniatuurvorm.
Entree kost 15 tot 19 euro voor volwassenen; kinderen tot tien komen gratis binnen. Het is dagelijks open, doorgaans van negen tot zes en in de winter korter. Reken op drie uur inclusief de tuin, waar een pendelbusje naartoe gaat over 1 kilometer.
Naar de eilanden voor de kust vaart een boot van veertig minuten
Voor de kust liggen drie eilanden met stenen muurtjes, verlaten forten en enkele honderden inwoners. Op het grootste staat een fort op een klif van 87 meter, waar geen hek langs de rand loopt.
De veerboot kost 30 tot 40 euro retour vanaf de haven op 35 kilometer van de stad; er varen er meerdere per dag in de zomer en enkele in de winter. Let op: bij dat fort zijn ongelukken gebeurd. Ga niet op de rand liggen voor een foto en houd kinderen ver van de klifrand.
In de kroegen van de stad wordt vanaf half tien gespeeld
In de stad zitten kroegen waar traditionele muziek wordt gespeeld door musici die in een hoek bij elkaar gaan zitten; dat is geen optreden met een podium maar een samenspel waar mensen bij aanschuiven.
Toegang is gratis en het begint doorgaans om 21.30 uur en loopt tot een uur of een; de meeste kroegen liggen binnen 500 meter van elkaar. Praktisch: er wordt niet stil geluisterd zoals in een zaal, maar het is ook geen achtergrondmuziek; wie tijdens een langzaam stuk hard praat, wordt daarop aangesproken. Een pint kost 6 tot 8 euro.
De oesters uit de baai hebben een eigen seizoen
In de baai bij de stad worden oesters gekweekt die in september en oktober met een festival worden gevierd. De inheemse platte oester is er alleen van september tot april.
Een half dozijn kost in een kroeg 15 tot 25 euro, met bruin brood en zwarte stout erbij. Praktisch: buiten dat seizoen krijgt u de gekweekte Japanse variant, die het hele jaar te koop is. In het oude vissersbuurtje aan de overkant van de rivier zitten de eenvoudigste adressen.
Op de weg westwaarts staan de borden alleen in het Iers
Delen van deze streek zijn officieel Ierstalig gebied, en daar staan plaatsnamen op de verkeersborden uitsluitend in het Iers. Uw navigatie kent vaak alleen de Engelse naam; het gaat om een gebied van ruim 1.000 vierkante kilometer ten westen van de stad.
Praktisch: zoek voor vertrek de Ierse namen van uw bestemmingen op en zet ze in uw telefoon. Dit is geen kleinigheid: de Engelse en Ierse namen lijken vaak in niets op elkaar. In de dorpen wordt gewoon Engels gesproken, dus vragen kan altijd.
Er staat een panoramaweg van zestien kilometer bij het kustplaatsje
Bij een plaatsje aan de westkust loopt een lus van ongeveer 16 kilometer over een klifrand met uitzicht op de baai en de eilanden. Er zijn parkeerplekken bij de uitzichtpunten.
Rijden is gratis. Reken op anderhalf uur inclusief stops, of drie uur op de fiets. Let op: de weg is smal met plekken om uit te wijken en in de zomer rijden er touringcars; rijd langzaam en gebruik de uitwijkhavens. Bij regen en mist ziet u niets, en dat komt hier vaak voor.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer anderhalf uur op Dublin; vandaar rijdt u in tweeënhalf uur over 210 kilometer, of u neemt de bus of trein. Ierland betaalt met de euro en pinnen kan overal.
Mei tot september geeft 14 tot 20 graden. Het regent hier op meer dan tweehonderd dagen per jaar, ook in de zomer; neem regenkleding mee en plan per dag een binnenoptie. In juli en augustus zijn accommodaties in de stad twee keer zo duur en weken vooruit vol.