De berg is 764 meter hoog en de klim vanaf Murrisk duurt heen ongeveer twee uur, terug anderhalf. Het eerste deel loopt over een pad met treden, het laatste deel over de kegel van los kwartsietgruis met een hellingshoek van rond de 30 graden. Sinds 2021 wordt er een stenen pad aangelegd om de erosie te stoppen; delen daarvan zijn al klaar. Er is een parkeerplaats bij het bezoekerscentrum aan de kustweg, waar je ook stokken kunt huren.
Het nationale park in het noordwesten
Het park bij Ballycroy werd in 1998 ingesteld en beslaat na samenvoeging met het aangrenzende bosgebied ongeveer 150 vierkante kilometer. Het bestaat vrijwel volledig uit dekenveen, dat hier meters dik op de ondergrond ligt. Het bezoekerscentrum aan de doorgaande weg is gratis toegankelijk en doorgaans van maart tot november open. Achter het centrum ligt een vlonderpad van ongeveer 2 kilometer dat ook met een kinderwagen te doen is.
Langs de westkust
De kust van Mayo telt honderden kilometers klif, strand en kwelder, met paden die vaak over privéland lopen waarvoor doorgangsafspraken bestaan. Blijf op die routes en laat hekken zoals je ze aantreft, want er loopt vee. Op de kaap bij Downpatrick staat een losse rotszuil van ongeveer 45 meter die volgens de kronieken in 1393 door een storm werd afgesneden. Vanaf de meeste parkeerplaatsen is het niet meer dan een paar honderd meter naar de rand.
Het verhaal achter de berg
De berg is al lang voor de kerstening een plek van samenkomst geweest; op de flanken liggen resten uit de bronstijd. In de christelijke overlevering zou Sint Patrick er in 441 veertig dagen hebben gevast. De laatste zondag van juli beklimmen duizenden pelgrims de berg, sommigen op blote voeten, en op de top wordt in de kapel uit 1905 de mis gelezen. Op die dag is de berg zo druk dat een gewone wandeling er niet in zit.
Planten en dieren in het veen
Het veengebied is een van de laatste grote intacte dekenvenen van West-Europa en herbergt planten die alleen op zure, natte grond groeien, zoals zonnedauw en veenbes. In het gebied broeden korhoenachtigen en goudplevieren, en in de winter overwinteren er ganzen uit Groenland. Otters leven in de rivieren die door het veen stromen. In 2016 werd het gebied het eerste erkende donkerteterrein van Ierland, met een melkweg die op heldere nachten met het blote oog zichtbaar is.
Het uitzicht vanaf de top
Vanaf de top van 764 meter kijk je over Clew Bay met zijn ongeveer 117 eilandjes, die op heldere dagen als een puzzelstuk onder je liggen. Bij goed zicht reikt het uitzicht tot Achill in het noordwesten en de bergen van Connemara in het zuiden. De top is vaak in de wolken: reken op minder dan honderd heldere dagen per jaar. Neem een windjack mee, want boven staat vrijwel altijd wind.
Paden in het park
Vanaf het bezoekerscentrum lopen korte routes van 2 tot 5 kilometer over vlonders en verharde paden. Voor wie verder wil, is er een oud doorgangspad van ongeveer 40 kilometer dat dwars door het bergmassief loopt; dat is ongemarkeerd, drassig en telt geen enkele voorziening onderweg. Wie dat pad loopt, doet er twee dagen over en overnacht onderweg in een eenvoudige hut. Kaart, kompas en genoeg eten zijn er noodzakelijk.
De oude pelgrimsroute
Vanaf de abdij van Ballintubber, gesticht in 1216, loopt een oude route van ongeveer 35 kilometer naar de voet van de berg. Het pad volgt in grote lijnen een tracé dat al voor de christelijke periode in gebruik was. Lopen mag alleen in georganiseerd verband of na melding, omdat het over particulier land gaat. De tocht duurt een lange dag en eindigt met de klim, wat de meesten over twee dagen verdelen.
Het veenlandschap
Dekenveen ontstaat waar het meer dan 1.200 millimeter per jaar regent, en dat is hier het geval. De laag is op sommige plekken meters dik en heeft duizenden jaren gedaan om te groeien, ongeveer een millimeter per jaar. Waar turf is gestoken, zijn de zwarte wanden nog zichtbaar; grote delen zijn nooit ontgonnen. Blijf van de vlonders af op eigen risico, want tussen de bulten staat vaak dieper water dan het lijkt.
De steile kant van de klim
Het laatste half uur naar de top voert over een steile helling van los gesteente waar je bij elke stap iets terugzakt. Afdalen is er lastiger dan klimmen en veroorzaakt de meeste ongelukken. Reken op stevige bergschoenen met profiel; sportschoenen zijn hier onvoldoende. Op drukke dagen staat de bergreddingsdienst bij de start; die rukt hier jaarlijks tientallen keren uit, vooral voor enkelblessures op de laatste 300 meter.
In het spoor van de pelgrims
Bij de start staat een beeld van de heilige, en langs het pad liggen drie plekken waar pelgrims traditioneel gebeden zeggen en rondgangen maken. Die gebruiken zijn eeuwenoud en gaan deels terug op voorchristelijke rituelen. Van de ruim 100.000 mensen die de berg jaarlijks beklimmen, doet inmiddels het merendeel dat om het uitzicht en niet om de bedevaart. Ook dan is het gebruikelijk om de plekken vrij te laten voor wie er wel voor komt.
Vogels kijken in het park
Het veengebied is van belang voor soorten die elders in Ierland zijn verdwenen, zoals de korhoenachtige die op de open heide broedt. In de winter komen ganzen uit Groenland op de natte vlakten foerageren. Vanaf het vlonderpad van 2 kilometer achter het bezoekerscentrum zijn ze met een verrekijker goed te volgen. De beste tijd is tussen zonsopgang en een uur of negen, voor de wind opsteekt.