Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Galtees zijn het hoogste binnenlandse gebergte van Ierland
In het zuiden van County Tipperary ligt de bergrug van de Galtee Mountains, ongeveer 25 kilometer lang, met de Galtymore van 917 meter als hoogste top. Dat is volgens de landmeetkundige dienst de hoogste berg van het land die niet aan de kust ligt.
Aan de noordkant ligt de Glen of Aherlow, een langgerekt dal met bossen en boerderijen aan de Aherlow-rivier; aan de zuidkant loopt de rug steil af naar de Golden Vale, het rijkste landbouwgebied van Ierland. Dit artikel behandelt de routes in beide, met lengtes, hoogteverschillen en het weer waar je rekening mee moet houden.
De klim naar de Galtymore gaat over een oude turfweg
De gebruikelijkste route begint bij een parkeerplaats aan de zuidkant op ongeveer 300 meter en volgt eerst een verharde turfweg, de Black Road, daarna een pad over open berghelling.
Het is 8 kilometer heen en terug met 600 meter hoogteverschil; reken op vier tot vijf uur. Parkeren en toegang kosten niets. Boven het einde van de turfweg zijn er geen markeringen meer en loop je op kompas of navigatie. Let op dat er op grote delen van de route geen mobiel bereik is.
In de kommen liggen meren van na de ijstijd
Aan de noordkant hebben gletsjers halfronde kommen in de berg uitgesleten, met daarin meertjes op 400 tot 500 meter hoogte, ingesloten door wanden van tweehonderd meter. Lough Muskry is het bekendste, met in de Keltische verhalen een koningsdochter die er in een zwaan veranderde.
De wandeling ernaartoe is 7 kilometer heen en terug met 350 meter stijging en duurt drie uur. Toegang is gratis en er is een kleine parkeerplaats aan het einde van een landweg. De laatste kilometer is drassig, dus waterdichte schoenen zijn hier geen aanbeveling maar een voorwaarde.
Reken op regen, ook in de zomer
Op de hoogste delen valt jaarlijks 1.200 tot 1.600 millimeter neerslag, ruim het dubbele van Nederland. De wolkenbasis hangt regelmatig op 500 meter, waardoor je de top in de mist beloopt.
Neem dus een regenjas en een extra laag mee, ook bij een blauwe ochtend, en kies een route die je kunt afbreken. Mei, juni en september zijn de droogste maanden met 15 tot 20 graden. Van november tot maart is het op de toppen 2 tot 7 graden met veel wind en korte dagen.
In de Glen of Aherlow liggen gemarkeerde bosroutes
Langs de voet van de bergen liggen staatsbossen met lussen van 3 tot 9 kilometer, met houten paaltjes gemarkeerd en met een bodem die het hele jaar begaanbaar blijft. Een van die routes volgt een oude Mass Path, het pad waarlangs gelovigen in de achttiende eeuw naar verboden missen in de bossen liepen.
Toegang en parkeren zijn gratis en de parkeerterreinen gaan doorgaans bij zonsondergang dicht. Dit zijn de routes voor een dag met kinderen, of voor een dag waarop de bergen in de wolken hangen. Vanaf het dorp in het dal is elk beginpunt binnen tien minuten rijden bereikbaar, ook de Clydagh Bridge aan de oostkant.
Vanaf de Slievenamuck zie je het hele dal
Aan de overkant van het dal ligt de Slievenamuck, een lage heuvelrug met een uitzichtpunt langs de weg op ruim 200 meter, waar een parkeerplaats en een pad naar het Christ the King-standbeeld uit 1950 liggen.
Toegang is gratis en de plek is dag en nacht bereikbaar. Van hier kijk je over de hele lengte van het dal op de bergwand tegenover je, wat helpt om je routes te plannen; reken op een half uur. In de vroege ochtend hangt er vaak mist in het dal terwijl de toppen vrij staan. Naar het zuiden zie je de Knockmealdown Mountains en naar het oosten de losse kegel van de Slievenamon.
Op de hoogvlakte staat geen enkel wegwijzertje
Boven de 600 meter is het terrein een aaneenschakeling van veen, kuilen en graspollen, zonder paden, hekken of herkenningspunten. Bij slecht zicht lijkt elke richting op elke andere.
Er zijn geen kosten en geen registratie, maar de plaatselijke reddingsdienst rukt hier elk jaar meerdere keren uit voor verdwaalde wandelaars. Ga niet alleen, laat achter waar je loopt, neem kaart en kompas mee en vertrouw niet op je telefoon. Wie dat te veel vindt, blijft in de bossen beneden, en die zijn niet minder mooi.
Twee keer per jaar zijn er begeleide wandelweekenden
De plaatselijke wandelvereniging organiseert in juni en in de herfst weekenden met begeleide tochten in verschillende zwaarteklassen, van dalwandelingen tot bergtochten met gids.
Deelname kost doorgaans 10 tot 25 euro per tocht en aanmelden gaat vooraf. Voor wie de bergen niet op eigen kompas durft, is dit de eenvoudigste manier om er toch te komen. In diezelfde weekenden zijn de accommodaties in het dal vol, dus boek ruim vooruit.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ruim anderhalf uur op Dublin of Cork; vanaf Dublin rijd je 200 kilometer in tweeënhalf uur, vanaf Cork 90 kilometer in ruim een uur. Ierland betaalt met de euro en er rijdt links verkeer.
Een auto is hier nodig, want naar de beginpunten van de routes rijdt geen bus. Overnachten kost 90 tot 140 euro voor een tweepersoonskamer, in de dorpen minder dan in de stadjes. In de bergen lopen schapen los: honden horen aan de lijn en hekken laat je achter zoals je ze aantreft. Voor een regendag ligt op 40 kilometer de Rock of Cashel, een kloosterburcht op een kalkrots, voor rond de 8 euro entree.