Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Powerscourt heeft negentien hectare tuin op terrassen
Bij Enniskerry ligt een landgoed waarvan het huis in 1731 werd gebouwd naar een ontwerp van Richard Cassels. De tuin eromheen beslaat ongeveer 19 hectare en de Italiaanse terrassen die van het huis naar het Triton-meer aflopen, werden vanaf 1843 aangelegd door Daniel Robertson; hij liet zich volgens de beheerders in een kruiwagen rondrijden om toezicht te houden.
Onder aan de trap ligt het meer met een fontein naar Romeins voorbeeld, en verderop liggen een ommuurde tuin, een rozentuin en een begraafplaats voor de honden van de familie. Entree kost 12 tot 15 euro en het terrein is dagelijks open vanaf 9.30 uur. Reken op twee uur. Ierland betaalt met de euro.
De Japanse tuin ligt op Powerscourt en niet in Kilmacurragh
Je komt de bewering tegen dat Kilmacurragh een Japanse tuin heeft. Dat klopt niet: die tuin ligt op Powerscourt, werd in 1908 aangelegd op een drooggelegd moeras en heeft rode bruggetjes, een grotje en Japanse esdoorns die in oktober fel verkleuren.
Kilmacurragh is iets anders, namelijk een botanische tuin met naaldbomen en rododendrons. Op Powerscourt liggen naast de Japanse tuin ook een ommuurde moestuin en de Pepperpot Tower, een torentje van 1911 dat op een peperbus lijkt en waar je in mag. Let op: het terras is een lange trap en er is een vlakke omweg voor wie slecht ter been is, maar die kost tien minuten extra.
Hunting Brook is de tuin van één man
In de heuvels bij Blessington legde Jimi Blake vanaf 2001 een tuin aan rond zijn eigen huis, met borders vol vaste planten uit Zuid-Amerika en Azië, een bosdal en een ommuurd deel. Het terrein is ongeveer 8 hectare en de beplanting wisselt per jaar, want er wordt voortdurend geëxperimenteerd.
Entree kost rond de 10 euro. Let op: de tuin is niet het hele jaar open maar doorgaans van april tot september en op wisselende dagen, dus kijk de openingstijden na voor je rijdt. Er worden workshops en rondleidingen gegeven, meestal op aanvraag. De paden zijn onverhard en hellend, dus met een rolstoel of kinderwagen kom je niet overal.
Mount Usher ligt aan de Vartry en niet aan de Avoca
Deze tuin in Ashford wordt doorsneden door de Vartry-rivier, niet door de Avoca zoals wel wordt geschreven; de Avoca stroomt tientallen kilometers zuidelijker. Het terrein beslaat ongeveer 8 hectare en telt volgens de beheerders meer dan 4.000 plantensoorten.
De tuin werd vanaf 1868 door de familie Walpole aangelegd in de zogeheten robinsoniaanse stijl, waarbij planten los worden gezet in plaats van in strakke perken, zodat het geheel op een natuurlijk bos lijkt. Er liggen hangbruggen over de rivier en er staan eucalyptussen en boomvarens. Entree kost rond de 9 euro; bij de ingang zitten een theehuis en winkeltjes.
Killruddery heeft twee kanalen uit de zeventiende eeuw
Dit landgoed bij Bray is sinds 1618 in handen van dezelfde familie en de tuin is voor een groot deel aangelegd in de jaren zestig van de zeventiende eeuw, wat hem tot een van de oudste bewaarde formele tuinen van Ierland maakt. Kenmerkend zijn de twee evenwijdige vijvers van ongeveer 165 meter lang, die de Long Ponds heten.
Verder zijn er een omheind groen theater met terrassen van gras, een sterrenvormige laan van beukenhagen en een moestuin waaruit het café kookt. Entree voor de tuin kost rond de 10 euro; het huis is alleen in bepaalde maanden en met rondleiding te zien. Er is op zaterdag een boerenmarkt. Let op: het theater is bij regen onbruikbaar.
Bij Russborough werd driemaal kunst gestolen
Dit Palladiaanse huis bij Blessington werd tussen 1741 en 1755 gebouwd, eveneens naar ontwerp van Richard Cassels, en heeft een gevel van ongeveer 200 meter breed. In het huis hing de verzameling van Alfred Beit, en juist die collectie werd drie keer geroofd: in 1974, in 1986 en nog eens in 2001 en 2002.
Een deel van de schilderijen hangt nu in de National Gallery in Dublin, de rest is er nog te zien met een rondleiding van een uur voor rond de 15 euro. Buiten liggen gazons, een doolhof van taxus en wandelpaden met zicht op het Blessington-meer. Het park alleen kost minder. Let op: het huis is op maandag en dinsdag vaak dicht buiten het hoogseizoen.
De National Botanic Gardens staan in Dublin, met een afdeling in Wicklow
De nationale botanische tuin met de negentiende-eeuwse kassen ligt in Glasnevin in Dublin, niet in Wicklow. Wat hier wel ligt is Kilmacurragh bij Rathdrum, sinds 1996 de tweede vestiging van diezelfde instelling, waar de mildere en nattere grond planten laat groeien die het in de stad niet redden.
Het landgoed heeft een kerkruïne, een vervallen huis uit 1697 en lanen met reuzenzilversparren en andere naaldbomen uit de negentiende eeuw. In april en mei bloeien de oude rododendrons, waarvan sommige boven de tien meter uitkomen. Toegang en parkeren zijn gratis en het terrein is dagelijks open; er is een café. Reken op anderhalf uur.
In Avondale staat het geboortehuis van Charles Stewart Parnell
Bij Rathdrum ligt het landgoed waar de politicus Charles Stewart Parnell in 1846 werd geboren en waar hij tot zijn dood in 1891 woonde. Het huis uit 1777 is te bezichtigen en het bos eromheen werd in 1904 de eerste bosbouwschool van het land; daardoor staan er proefvakken met boomsoorten uit de hele wereld.
De ommuurde tuin is negentiende-eeuws en ligt bij het huis. Sinds 2022 loopt door het bos een verhoogd pad door de boomkronen dat uitkomt bij een uitkijktoren van 38 meter, waar je via een glijbaan weer uit kunt. Een kaartje voor het geheel kost rond de 20 euro. Langs het landgoed stroomt de Avonmore, met paden langs de oever.
Een Parnell Memorial Park langs de Wicklow Way bestaat niet
Die naam duikt op in beschrijvingen van het graafschap, maar er is geen park met die naam aan de route. Het monument voor Parnell staat in Dublin aan het eind van O'Connell Street; zijn graf ligt op Glasnevin en de plek in Wicklow die aan hem herinnert is Avondale, 5 kilometer ten zuiden van Rathdrum.
Wat er langs de Wicklow Way wel ligt en met tuinen te maken heeft, is de waterval van Powerscourt: met 121 meter de hoogste van Ierland, 6 kilometer van het landgoed en met een eigen entree van rond de 8 euro. Er is een picknickveld en een speeltuin. Let op: de waterval sluit bij storm en in de winter al om vier uur.
Bij Glendalough is geen tuin te bezoeken
De hermitage bij het kloosterterrein wordt soms als tuin aangeprezen. Dat is ze niet: het is een retraitecentrum van het bisdom met een handvol huisjes voor wie er in stilte wil verblijven, en het is geen bezienswaardigheid waar je zomaar naar binnen loopt.
Wat er wel is, is het dal zelf: het kloosterterrein met de ronde toren, de twee meren en de bospaden eromheen, allemaal gratis toegankelijk. Voor beplanting rijd je 15 kilometer verder naar Kilmacurragh of 20 kilometer naar Mount Usher. Wil je tuinen en bergen op één dag combineren, dan haal je er hooguit twee, want tussen de landgoederen zit telkens een half uur rijden over smalle wegen.