Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Ierse kust telt twee soorten kliffen en honderden kastelen
Langs de Atlantische Oceaan liggen kliffen die bij de Cliffs of Moher 214 meter halen en op Achill Island 688 meter, de hoogste van Ierland. Daartussen staan burchten, torenhuizen en zeventiende-eeuwse landhuizen, deels ruïne en deels museum.
Een deel van die kust ligt in Noord-Ierland en dus in een ander land. Dit artikel behandelt de kliffen en de kastelen, met entreeprijzen, openingstijden, afstanden en de praktische gevolgen van die grens.
De Cliffs of Moher zijn 214 meter en werken met tijdvakken
In County Clare loopt de kliffenrij van de Cliffs of Moher over ongeveer 14 kilometer, met een hoogste punt van 214 meter. Het is de drukstbezochte natuurplek van Ierland en het hoort samen met de Burren bij een UNESCO Global Geopark.
Een kaartje inclusief parkeren kost 7 tot 12 euro en moet online met een tijdvak worden geboekt; wie zonder komt, betaalt meer of komt er niet in. Het terrein is doorgaans van acht tot zeven open. Ga voor negen uur of na vijf uur, want daartussen staan er tientallen bussen op de parkeerplaats. Vanuit Doolin varen boten die de wand van onderaf laten zien en doorvaren naar de Aran-eilanden Inis Mór, Inis Meáin en Inis Oírr, waar op Inis Mór de ringburcht Dún Aonghasa op de klifrand staat.
Slieve League haalt 601 meter en Croaghaun 688
De Slieve League-kliffen in County Donegal, die vaak de hoogste van Europa worden genoemd, halen 601 meter; over de smalle kam erboven loopt het pad One Man's Pass. Hoger nog zijn de kliffen van Croaghaun op Achill Island voor de westkust: 688 meter.
Beide zijn gratis toegankelijk; bij Slieve League is een parkeerplaats met een bezoekerspunt en rijdt in het seizoen een busje het laatste stuk voor enkele euro's. Let op: er staan geen hekken langs de randen en het waait er vrijwel altijd hard, dus blijf enkele meters van de rand en houd kinderen aan de hand.
Dunluce Castle verloor in 1639 zijn keuken
Aan de Noord-Ierse noordkust staat op een rotspunt de ruïne van Dunluce Castle, waarvan volgens de overlevering in 1639 een deel van de keuken met bedienden en al in zee stortte. De rots is met een smalle brug met het vasteland verbonden.
Entree kost 6 tot 9 pond en het is dagelijks open, doorgaans van tien tot vijf. Let op: dit ligt in Noord-Ierland, waar met het Britse pond wordt betaald en niet met de euro; pinnen kan overal, maar contant Iers geld heb je er niets aan. Op 5 kilometer ligt de Giant's Causeway, sinds 1986 op de UNESCO-werelderfgoedlijst, met de basaltzuilen die volgens de sage door een reus naar de Schotse kust zijn gelegd.
De Rock of Cashel staat op een kalkstenen uitloper
In County Tipperary staat op een kalksteenrots de Rock of Cashel, met een ronde toren, de romaanse Cormac's Chapel uit 1127 tot 1134 en een dertiende-eeuwse kathedraal. Het was eeuwenlang de zetel van de koningen van Munster en kijkt uit over de Golden Vale.
Entree kost rond de 8 euro en het is dagelijks open, doorgaans van negen tot half zes. Reken op anderhalf uur. Van onderaf gezien is dit het meest gefotografeerde silhouet van het binnenland; het weiland bij de ruïne van Hore Abbey aan de noordkant geeft het beste zicht en kost niets. Op een uur rijden staat Kilkenny-kasteel met zijn park midden in de stad.
Bij Blarney-kasteel sta je lang in de rij
Bij Blarney-kasteel in County Cork ligt de Blarney-steen in de borstwering, die volgens de overlevering welsprekendheid schenkt aan wie hem kust. Dat gaat op je rug liggend, achterover, met iemand die je vasthoudt.
Entree kost 20 tot 25 euro en het is dagelijks open, doorgaans van negen tot zes. Let op: in juli en augustus sta je een tot twee uur in de rij voor die ene handeling. De tuinen eromheen, met de Poison Garden en de Rock Close, horen bij het kaartje en zijn de rest van het bedrag waard. Westelijker loopt de Ring of Kerry langs Killarney aan Lough Leane, langs Derrynane House van Daniel O'Connell, de ruïne van Ballycarbery Castle en Portmagee, waar de boten naar de Skellig-eilanden vertrekken.
Bunratty-kasteel heeft een folkpark ernaast
Bij Bunratty aan de Shannon in County Clare staat een vijftiende-eeuws torenhuis dat in de jaren vijftig is ingericht met meubels uit die periode, met daarnaast een openluchtmuseum van verplaatste boerderijen, een school en een dorpsstraat.
Entree kost 18 tot 22 euro; het is dagelijks open, doorgaans van negen tot half zes. Reken op drie tot vier uur. Met kinderen is dit de bruikbaarste kasteelbestemming van Ierland, omdat er iets te doen is in plaats van alleen te kijken. Het ligt op 10 minuten van de luchthaven van Shannon, wat het een goede eerste of laatste stop maakt.
De grens tussen beide landen is onzichtbaar maar wel echt
Tussen de republiek en Noord-Ierland staat geen controlepost en zijn er geen borden van betekenis; je merkt de overgang aan de wegwijzers, die van kilometers naar mijlen omslaan.
De snelheidsborden veranderen mee, je telefoonabonnement valt in Noord-Ierland buiten de Europese Unie en betalen gaat in ponden. Controleer je huurautoverzekering, want niet elk contract dekt beide landen. De rijrichting blijft links, dus dat scheelt.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ruim anderhalf uur op Dublin, Cork of Belfast. Een huurauto is voor deze kust noodzakelijk, want naar de kliffen en de meeste kastelen rijdt weinig openbaar vervoer. Reken op 40 tot 80 euro per dag plus verzekering.
Mei, juni en september geven 14 tot 20 graden en de meeste droge dagen. Het regent in Ierland op ruim tweehonderd dagen per jaar. In juli en augustus zijn de bekende plekken voor elf uur al vol en zijn accommodaties in de kustdorpen maanden vooruit geboekt. Blijf je in Dublin hangen, dan zitten in Dublin Castle de State Apartments en de Chester Beatty Library, ligt de Dubh Linn Garden ernaast die de stad haar naam gaf, en staat de kathedraal van de Heilige Drie-eenheid met Viking-fundamenten op vijf minuten lopen.