Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Santo Stefano di Sessanio kreeg zijn toren in 2021 terug
Dit dorp op 1.250 meter in het park Gran Sasso e Monti della Laga was vanaf 1579 eigendom van de Medici, die hier de handel in grove wol organiseerden; hun wapen staat nog boven een poort. De Torre Medicea stortte bij de aardbeving van 2009 in en is steen voor steen herbouwd en in 2021 heropend.
Het dorp heeft ongeveer honderd vaste bewoners en een deel van de huizen is als verspreid hotel ingericht, waarbij kamers over het dorp verdeeld liggen. Rondlopen kost niets. Bekend zijn de kleine linzen die op de hoogvlakte eromheen groeien; een zakje kost 5 tot 8 euro. Abruzzen betaalt met de euro.
In Scanno wordt nog met klosjes kant gemaakt
Foto: Wolfgang Weiser / Pexels
Dit bergdorp op 1.050 meter heeft een centrum van hoge stenen huizen met overwelfde doorgangen en trappen tussen de straten. In een paar ateliers wordt nog kant geklost op een rond kussen, en ernaast zit het zilverfiligraan waarvoor het dorp bekend is.
Op de pleintjes staan cafés waar een espresso rond de 1,20 euro kost. Het dorp ligt aan de rand van het nationale park van de Abruzzen, Lazio en Molise, en 3 kilometer verderop ligt het hartvormige meer. Let op: de weg ernaartoe loopt door de kloof van de Sagittario en is smal met tegenliggers; reken vanaf Sulmona op drie kwartier voor 30 kilometer.
In Pacentro rennen mannen blootsvoets een helling af
Boven dit dorp aan de voet van de Majella staan de drie torens van het Castello Caldora, waarvan de oudste delen uit de elfde eeuw komen. Het dorp heeft steile straatjes met stenen balkons en kijkt uit over de vlakte van Sulmona.
Het bekendste gebruik is de Corsa degli Zingari op de eerste zondag van september: jonge mannen rennen blootsvoets een steile, stenige helling af naar de kerk in het dorp, een loop van enkele honderden meters die bloedende voeten oplevert en al eeuwen wordt gehouden. Toegang is gratis. Let op: parkeren kan alleen buiten het centrum en op die zondag staat het vol.
Pietracamela is het startpunt aan de noordkant van de Gran Sasso
Dit dorp op ongeveer 1.000 meter heeft nog een paar honderd inwoners en huizen die tegen de rotswand aan gebouwd zijn; de kerk van San Leucio gaat terug op de veertiende eeuw en van het kasteel staan alleen muurresten.
Vier kilometer hoger ligt Prati di Tivo op 1.450 meter, met een stoeltjeslift en in de winter skipistes; een dagkaart kost 25 tot 30 euro. In de zomer vertrekken hiervandaan de routes naar de noordwand van de Corno Grande. Let op: de weg omhoog is in de winter alleen met winterbanden of kettingen toegestaan en wordt bij sneeuwval afgesloten.
Castel del Monte in Abruzzen is een dorp en geen kasteel
Foto: Sascha Donelasci / Pexels
Wie deze naam opzoekt, komt meestal uit bij het achthoekige kasteel van Frederik II in Apulië, 300 kilometer zuidelijker. Dit is iets anders: een dorp op 1.346 meter op de zuidflank van de Gran Sasso, met overwelfde stegen, trappen en huizen die aan elkaar vastzitten.
In augustus wordt hier de Notte delle Streghe gehouden, een avond met verhalen over heksen waarbij het dorp met kaarsen wordt verlicht. Er lopen wandelpaden naar de hoogvlakte van Campo Imperatore en naar Rocca Calascio, 9 kilometer verderop. In de dorpsherbergen kosten arrosticini 0,60 tot 1 euro per spiesje.
Pescocostanzo ligt op bijna veertienhonderd meter
Dit dorp in het Majella-park heeft een ongewoon deftig centrum voor een bergplaats: rond de Basilica di Santa Maria del Colle staan huizen uit de zestiende en zeventiende eeuw, gebouwd toen het dorp rijk werd van wol en ambacht.
De kerk heeft een houten plafond en smeedijzeren hekwerk van plaatselijke makelij; toegang is gratis. Het dorp is bekend om kantklossen, houtsnijwerk en goudsmeedwerk, en er zijn nog ateliers. In de winter wordt er geskied op de hoogvlakte ernaast, met een dagkaart rond de 25 euro. Reken op een half uur voor de doorsteek naar Sulmona, 35 kilometer noordwaarts.
De saffraanvelden bij Navelli zijn klein en bloeien twee weken
De saffraan van deze hoogvlakte heeft een beschermde naam en geldt als een van de beste, maar het gaat om enkele tientallen hectares, niet om een uitgestrekt paars landschap. De krokussen bloeien in de tweede helft van oktober en dan maar twee weken; de bloemen worden bij zonsopgang geplukt en dezelfde dag gepeld.
Voor een gram droge stempels zijn honderden bloemen nodig, wat de prijs van 20 tot 40 euro per gram verklaart. Eind oktober is er een feest rond het product, met gerechten waarin de saffraan verwerkt zit. Wil je de bloei zien, bel dan vooraf een teler; de datum verschuift met het weer.
Penne is helemaal van rode baksteen gebouwd
Deze stad op de heuvels tussen de bergen en de Adriatische kust is opgetrokken uit rode baksteen in plaats van de grijze steen van het binnenland, straten en kerken inbegrepen. De Duomo, gewijd aan San Massimo, gaat terug op de achtste eeuw en werd na de bombardementen van 1944 herbouwd.
In het voormalige klooster van San Domenico zit het stadsmuseum met archeologische vondsten; entree kost enkele euro's en het is niet elke dag open. Buiten de stad ligt een stuwmeer dat natuurreservaat is, met kijkhutten, een otterproject en een vlak pad van 5 kilometer eromheen. Vanaf hier is het 30 kilometer naar de kust bij Pescara.
Rocca Calascio is een fort met een dorp eronder
Foto: Alessandro Cesarano / Pexels
De burcht op 1.460 meter is de hoogste van de Apennijnen en werd vanaf de tiende eeuw gebouwd om de schapendriften te bewaken. Een aardbeving in 1461 verwoestte een deel; het dorp eronder raakte daarna vrijwel leeg en telt nu een handvol bewoners.
Toegang is gratis en het terrein is dag en nacht bereikbaar. Vanaf de onderste parkeerplaats loop je in twintig minuten omhoog, vanuit Calascio in drie kwartier. Hier werden in 1985 en 1986 scènes voor Ladyhawke en The Name of the Rose opgenomen. Let op: boven is geen beschutting en bij onweer sta je op het hoogste punt van de omgeving.
In Caramanico Terme komt zwavelwater uit de grond
Dit dorp op ongeveer 600 meter in het Majella-park heeft bronnen met zwavel- en mineraalwater die al eeuwen worden gebruikt; het badhuis is van april tot november open en een behandeling kost 15 tot 40 euro. Het centrum heeft een stenen kerkportaal uit de zestiende eeuw.
Vanaf het dorp loopt een pad de Orfento-vallei in, langs een rivier met poelen en watervallen; daarvoor haal je een gratis vergunning bij het bezoekerscentrum, want het aantal wandelaars per dag is beperkt. De lus is 6 tot 9 kilometer en kost drie tot vier uur. Let op: het pad gaat steil omlaag en dezelfde klim weer omhoog.