Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Corno Grande is de hoogste top van de Apennijnen, niet van Italië
Deze piek in het Gran Sasso haalt 2.912 meter en is daarmee de hoogste van de Apennijnen; de hoogste bergen van het land staan in de Alpen en zijn ruim duizend meter hoger. De normale route begint bij Campo Imperatore op 2.130 meter en kost vijf tot zeven uur heen en terug.
Die route is geen wandeling maar een klim met handen en voeten over een steile geul van los gesteente, met een valgevaarlijk stuk vlak onder de top. Er is elk jaar een aantal ernstige ongevallen. Ga vroeg, want vanaf een uur of twee bouwen zich onweersbuien op. Abruzzen betaalt met de euro.
Het Majella-park beslaat vierenzeventigduizend hectare
Foto: Lorenzo Magagnini / Pexels
Dit park ten zuiden van het Gran Sasso telt volgens de parkdienst ruim 2.000 plantensoorten, ongeveer een derde van de hele Italiaanse flora, waaronder een eigen edelweisssoort die alleen op deze kalkbergen groeit. Er leven Apennijnse wolven en gemzen; van de Marsicaanse bruine beer zijn er maar enkele.
De paden lopen van lussen van 3 kilometer tot de doorsteek over de hoogvlakte, die een volle dag kost. Bezoekerscentra zitten in Caramanico Terme, Lama dei Peligni en Fara San Martino. Let op: op de kale hoogvlakte is geen water en geen schaduw, en er is vaak geen telefoonbereik; meld je route bij je verblijf.
De kloof van de Sagittario ligt buiten beide parken
Foto: Riccardo Toso / Pexels
Deze kloof wordt vaak bij het Gran Sasso of de Majella gerekend, maar ze ligt daar tussenin, bij Anversa degli Abruzzi tussen Sulmona en Scanno, en is een apart natuurreservaat dat door een natuurorganisatie wordt beheerd.
Door de kloof slijpt de Sagittario een weg tussen wanden die honderden meters hoog oplopen; de weg erdoorheen is smal en bochtig. Vanaf het bezoekerscentrum lopen paden van 2 tot 6 kilometer langs de rivier en naar een verlaten dorp. Entree kost enkele euro's en het reservaat is van maart tot november open. Er broeden slechtvalken in de wanden.
Wat je in de bergen van Abruzzen werkelijk ziet
De kans op een wolf is klein: het zijn er volgens tellingen enkele honderden in de hele Apennijnen en ze mijden mensen. Gemzen zie je op de hellingen boven de 1.800 meter, vooral vroeg in de ochtend met een verrekijker, en steenarenden en slechtvalken cirkelen boven de kammen.
Beneden de boomgrens staan beuken- en eikenbossen waar reeën, wilde zwijnen en stekelvarkens leven. In mei en juni bloeien op de weiden tientallen soorten orchideeën, die je niet mag plukken. Op de zuidhellingen ruik je tijm en rozemarijn. De kuddes schapen worden nog bewaakt door grote witte herdershonden; loop daar rustig omheen en houd honden aangelijnd.
Over de tratturi trokken schapen tweehonderdvierenveertig kilometer
Eeuwenlang werden hier in het najaar kuddes van de bergen naar de vlakte van Apulië gedreven en in het voorjaar terug. Die driftwegen heten tratturi en waren tot 111 meter breed; de langste, de Tratturo Magno, liep in ongeveer 244 kilometer van L'Aquila naar Foggia.
De praktijk gaat terug tot voor de Romeinse tijd en kwam in de middeleeuwen tot bloei door de wolhandel; in de negentiende en twintigste eeuw liep ze terug. Delen van de oude routes zijn nu wandel- en fietspad en staan op de kaarten van de parken. Langs die wegen staan herdersstallen van droge steen, en in enkele dorpen wordt de trek in september nog nagespeeld.
Campo Imperatore ligt op achttienhonderd meter
Deze hoogvlakte van ongeveer 18 bij 8 kilometer wordt de Kleine Tibet genoemd omdat er nauwelijks bomen staan; er grazen in de zomer schapen en paarden. Er lopen vlakke paden van 4 tot 10 kilometer en een asfaltweg die tot aan het hotel op 2.130 meter komt.
In dat hotel werd Mussolini in 1943 gevangen gehouden, tot Duitse militairen hem met zweefvliegtuigen kwamen halen; er is een kleine tentoonstelling over. In de winter wordt er geskied en ligt de weg soms dicht. Let op: het waait hier vrijwel altijd en het temperatuurverschil met de kust is 10 tot 15 graden, ook in augustus.
In de grotten van Stiffe stroomt een ondergrondse rivier
Deze kalksteengrotten bij San Demetrio ne' Vestini liggen niet in de twee grote parken maar in het gebied van Sirente-Velino, op 20 kilometer van L'Aquila. Wat je bezoekt is een hervonden riviermonding: water dat kilometers verderop in de grond verdwijnt, komt hier met watervallen weer naar buiten.
De rondleiding voert ongeveer 700 meter naar binnen langs vlonderpaden en duurt een uur; entree kost rond de 10 euro. Het is er het hele jaar rond de 10 graden, dus neem een jas mee, en de paden zijn nat en glad. Let op: na hevige regen zwelt de rivier en gaan de grotten dicht, soms dagen achtereen.
Drie wandelingen die geen klimervaring vragen
De doorsteek door de Valle di Fara San Martino, waar de wand op de smalste plek een paar meter uit elkaar staat, is 3 kilometer heen over een stenig pad en kost anderhalf uur. Bij Caramanico Terme loopt een pad door de Orfento-vallei langs het water, met poelen waarin je in de zomer kunt afkoelen; daarvoor is een gratis vergunning bij het bezoekerscentrum nodig.
De derde is de lus over Campo Imperatore naar het meertje van Pietranzoni, vlak en 5 kilometer, waar de bergen zich bij windstil weer in spiegelen. Alle drie zijn gratis. Neem stevige schoenen, water en een regenjas mee; het weer slaat hier binnen een half uur om.
Langs de paden staan kastelen en een beschilderd kerkje
Foto: Alessandro Cesarano / Pexels
Rocca Calascio ligt op 1.460 meter en is vanaf het dorp in drie kwartier te belopen; toegang is gratis. Het kasteel van Celano uit 1392 staat boven de vlakte van Fucino en heeft een museum met kerkkunst en archeologische vondsten, open van dinsdag tot zondag voor rond de 6 euro.
Bij Bominaco zit het bijzondere niet in het kasteel maar in het oratorium van San Pellegrino eronder: een zaaltje waarvan de wanden in 1263 volledig zijn beschilderd, met een stenen kalender langs de muur. De sleutel haal je bij de bewaker in het dorp, tegen een kleine bijdrage. Reken op een half uur en kom niet tussen 13.00 en 15.00 uur.
Het Lago di Barrea ligt in een ander nationaal park
Dit meer wordt geregeld bij het Gran Sasso of de Majella genoemd, maar het ligt in het nationale park van de Abruzzen, Lazio en Molise, ongeveer 60 kilometer zuidelijker. Dat park is met zijn oprichting in 1922 het oudste van Italië en het is de plek waar de ongeveer zestig Marsicaanse beren leven.
Rond het stuwmeer loopt een vlak pad van ongeveer 12 kilometer, met de dorpen Barrea, Villetta Barrea en Civitella Alfedena eraan; in dat laatste zit een wolvenreservaat waar je de dieren in een groot hek kunt zien. Toegang tot het meer is gratis. Let op: zwemmen mag alleen op aangewezen plekken en het water blijft ook in augustus koud.