Rond het Gardameer fiets je langs twee totaal verschillende oevers
Foto: Karsten Würth / Unsplash
Het Gardameer is volgens de landmeetkundige cijfers met zo'n 370 vierkante kilometer het grootste meer van Italië, en de ronde eromheen telt ongeveer 160 kilometer. Maar het is geen rondje: het zuiden is vlak en breed met wijngaarden en badplaatsen, het noorden knijpt samen tussen wanden van meer dan 1.000 meter waar de weg door tunnels is uitgehakt. Dit artikel splitst de route in stukken die elk op zichzelf een dag zijn.
De hoofdweg heet de Gardesana, en die is prachtig maar druk; de mooiste kilometers liggen er net naast.
Het vlakke zuiden is de instap
Van Peschiera del Garda naar Salò volg je de zuidoever over vlakke wegen en fietspaden, zo'n 45 kilometer met nauwelijks hoogtemeters. Peschiera zelf is een vestingstadje waarvan de Venetiaanse muren sinds 2017 op de werelderfgoedlijst staan.
Onderweg liggen Desenzano en Padenghe, en het is vrijwel de hele route mogelijk om het verkeer te mijden via de binnendoorwegen tussen de olijfgaarden. Huurfietsen kosten in de badplaatsen 15 tot 20 euro per dag, e-bikes rond de 35 euro.
Sirmione is de fotostop op het schiereiland
Sirmione steekt als een smalle landtong 4 kilometer het meer in, en de toegang loopt over een brug bij de Scaligerburcht uit de 13e eeuw, een van de weinige kastelen ter wereld met een eigen haven binnen de muren. Entree ligt rond de 8 euro.
Houd er rekening mee dat het historische centrum grotendeels autovrij is maar in de zomer overvol; fietsen mag er niet overal en stallen is beperkt. Kom vroeg, zet de fiets bij de brug en loop het laatste stuk. Aan de punt liggen de Romeinse villaresten die de Grotten van Catullus heten.
Lazise en de Lugana-wijngaarden vullen de oostoever
Lazise was in de 10e eeuw een van de eerste vrije gemeenten van Italië en heeft zijn complete ommuring en haventje behouden. Het is de gemoedelijkste stop van de oostoever, met terrassen aan het water en een fietspad dat verder noordwaarts loopt naar Bardolino en Garda.
Landinwaarts liggen de Lugana-wijngaarden op de morenebodem tussen Peschiera en Desenzano: vlakke landweggetjes tussen de rijen, met wijnhuizen die proeverijen schenken vanaf zo'n 15 euro. Een lus van 25 kilometer combineert oever en wijngaard.
Tremosine is de klim die de moeite waard is
Foto: Engjell Gjepali / Unsplash
De weg omhoog naar Tremosine is de bekendste klim van het meer: vanaf de westoever klim je in ongeveer 6 kilometer met stukken van 10 procent door de Brasa-kloof naar een hoogvlakte op ruim 400 meter. De weg is deels uit de rots gehakt en loopt door korte tunnels.
Boven ligt het dorpsplein met het beroemde terras dat honderden meters loodrecht boven het water hangt. Neem licht mee voor de tunnels en reken op koelte in de kloof; het temperatuurverschil met de oever is fors.
Riva del Garda en Torbole zijn het noordelijke duo
Aan de noordpunt liggen Riva del Garda en Torbole op 4 kilometer van elkaar, verbonden door een vlak fietspad langs het water. Dit is de windhoek van het meer: de ora waait er elke middag betrouwbaar uit het zuiden, wat het tot een van de beste surfplekken van Europa maakt.
Riva heeft een Oostenrijks verleden dat je aan de gevels ziet, en de Cascata del Varone even verderop stort in een grot 100 meter omlaag; entree rond de 7 euro. Wie de bergen in wil, vindt hier het beginpunt van tientallen mountainbikeroutes.
Limone en de westoever zijn tunnelwerk
De afdaling naar Limone sul Garda voert over de spectaculairste kilometers van de Gardesana: de weg hangt tegen de rotswand en duikt door de ene tunnel na de andere. Limone dankt zijn naam aan de citroenterrassen die er vanaf de 17e eeuw tegen de helling werden gebouwd; een gerestaureerde limonaia is te bezoeken voor enkele euro's.
Sinds 2018 hangt hier bovendien een fietspad op consoles boven het water langs de rotswand, ruim 2 kilometer lang, dat wereldwijd de foto's haalde. Het is het veiligste en mooiste stuk van de westoever; de rest van de Gardesana vraagt om achteruitkijkspiegel en aandacht.
Salò en de valleien bij Arco zijn de rustige keerzijde
Salò heeft de langste promenade van het meer, zo'n 3 kilometer, en een dom uit de 15e eeuw. Het stadje draagt ook een zwaar hoofdstuk: hier zetelde van 1943 tot 1945 de Republiek van Salò, de laatste fascistische staat.
Wie de drukte helemaal wil ontlopen, fietst bij Arco de Sarca-vallei in: vlakke wegen tussen appelboomgaarden en klimrotsen, met de burcht van Arco op zijn kale rots als baken. Dit is het stilste fietsgebied van de streek, en de lussen van 20 tot 40 kilometer zijn met kinderen prima te doen.
Praktisch en wanneer rond het meer
De veerboten varen tussen vrijwel alle plaatsen en nemen fietsen mee voor een paar euro, waardoor je de zware of drukke stukken kunt overslaan en toch een ronde maakt. Dat is de sleutel tot een prettige week: fiets de mooie oevers, vaar de tunnels.
April tot juni en september tot oktober zijn de beste maanden, met 18 tot 25 graden en beheersbaar verkeer. Juli en augustus zijn heet en de Gardesana staat dan vol; rijd in die maanden voor 10.00 uur. Houd er rekening mee dat de wind hier een dagritme heeft: 's ochtends de peler uit het noorden, 's middags de ora uit het zuiden, en dat bepaalt in welke richting je het best kunt vertrekken.