Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Noord-Italië is het stuk boven de Apennijnen
Foto: Bjorn Snelders / Unsplash
De streek loopt van de Alpen tot aan de Po-vlakte en de Ligurische kust: Piemonte, Valle d'Aosta, Lombardije, Trentino-Zuid-Tirol, Veneto, Friuli, Ligurië en Emilia-Romagna. Toscane hoort er niet bij, ook al wordt het er vaak bij genoemd.
Binnen die grens liggen enkele van de bekendste autoroutes van Europa. Dit artikel behandelt ze met lengtes, hoogtes, tolkosten en het seizoen waarin de passen open zijn.
De Grande Strada delle Dolomiti is de klassieker
Van Bolzano naar Cortina d'Ampezzo loopt de Grande Strada delle Dolomiti over ongeveer 110 kilometer en doet vier bergpassen aan: de Costalunga bij het Karersee, de Pordoi op 2.239 meter als hoogste, de Falzarego en de afdaling naar Cortina, met de Marmolada en het Sellamassief in het zicht. De route werd volgens de streekhistorici in het begin van de twintigste eeuw als toeristische weg aangelegd en gaat langs de kalksteenmassieven die 's avonds roze kleuren.
Je doet er zonder stops drie tot vier uur over, met stops een hele dag. De passen zijn doorgaans van eind mei tot oktober open en gratis. Let op: in juli en augustus staan er lange rijen motoren en campers, en op de smalle stukken kun je niet inhalen; vertrek vroeg.
De hoogste verharde pas van Italië heeft 48 haarspeldbochten
De Stelviopas klimt naar ongeveer 2.757 meter en is daarmee de hoogste verharde bergpas van het land. Aan de kant van Prato allo Stelvio liggen 48 genummerde haarspeldbochten boven elkaar tegen de helling, met de Ortler erachter, wat het beeld oplevert dat je van foto's kent; in de Giro d'Italia geldt de top vaak als Cima Coppi, het hoogste punt van de ronde.
De weg is doorgaans van eind mei of juni tot eind oktober open; buiten die periode is hij gesloten door sneeuw. Er zit geen tol op. Boven staan kraampjes en restaurants, en naar het westen takt de Umbrailpas naar Zwitserland af. Reken op tien graden koeler dan in het dal en op een uur klimmen vanaf Bormio of Trafoi, langer bij druk verkeer.
Langs het Gardameer rijd je door de rots
De westoever van het grootste meer van Italië heeft met de Gardesana Occidentale een weg die deels in tunnels en galerijen door de rotswand is uitgehakt, met open zijkanten waardoor je tijdens het rijden het water ziet liggen. Het meer is ongeveer 52 kilometer lang, van Riva del Garda in het noorden tot Desenzano en Sirmione in het zuiden.
De weg is smal, en bij tegemoetkomend verkeer met bussen wordt het passen en meten; campers boven een bepaalde breedte mogen er niet in. Het rondje om het hele meer is ongeveer 160 kilometer en kost met stops een dag; aan de oostkant klimt vanaf Malcesine een kabelbaan naar de Monte Baldo. In het hoogseizoen is parkeren in Limone sul Garda en de andere dorpen aan de noordkant vrijwel onmogelijk na tien uur.
De prosecco-heuvels liggen op een uur van Venetië
Foto: Engjell Gjepali / Unsplash
Tussen Conegliano en Valdobbiadene in Veneto loopt de Strada del Prosecco over ongeveer 35 kilometer, langs heuvelruggen die zo steil zijn dat de druiven er met de hand worden geoogst. Het gebied staat sinds 2019 op de werelderfgoedlijst; de steilste percelen bij Cartizze leveren de duurste flessen.
De weg slingert tussen de percelen door, via dorpen als Follina en Rolle, met domeinen waar je kunt proeven voor 10 tot 20 euro per persoon; bij de kleinere is reserveren nodig. Rijd de route in de late middag, wanneer de zon zijdelings over de ruggen valt. Vanaf Venetië ben je er in ongeveer een uur.
De Aostavallei is de kortste weg naar de hoogste bergen
Deze vallei in het noordwesten loopt van de Po-vlakte langs Aosta naar de voet van de Mont Blanc bij Courmayeur en de Cervino, zoals de Matterhorn hier heet, met zijdalen die elk op een gletsjer uitkomen en het Nationaal Park Gran Paradiso aan de zuidkant. Onderweg staan tientallen middeleeuwse burchten op de rotsen boven de weg, waarvan die van Fénis, Issogne en het Forte di Bard de bekendste zijn.
Aan het einde liggen twee tunnels naar Frankrijk en Zwitserland; de tol daarvoor bedraagt grofweg 50 tot 65 euro enkele reis voor een personenauto. De snelweg door het dal is eveneens tolweg. Wie de burchten wil zien, neemt de oude staatsweg ernaast, die gratis is en langzamer.
De kustweg van Ligurië is smal en langzaam
Langs de Ligurische kust loopt de Via Aurelia, de oude staatsweg die alle dorpen aandoet van Sanremo via Savona naar Genua, terwijl de snelweg erboven door tunnels snijdt. De route via de kust is aanzienlijk mooier en aanzienlijk trager: reken op 30 kilometer per uur in het seizoen.
Voor de Cinque Terre aan het einde geldt bovendien dat je er beter niet met de auto komt; de parkeerplaatsen zijn klein en duur en de dorpen zelf zijn autovrij. Zet de auto in La Spezia of Levanto en neem de trein, die er elk half uur rijdt voor een paar euro.
De Via Emilia loopt kaarsrecht door Emilia-Romagna
Van Piacenza naar Rimini aan de Adriatische kust loopt de Via Emilia over ongeveer 260 kilometer, in 187 voor Christus aangelegd als Romeinse heerbaan. Alle steden eraan zijn op dat stramien gebouwd, met het oude stratenpatroon nog zichtbaar.
Het is geen landschappelijke route maar een culturele: je rijdt in één lijn langs Parma, Reggio Emilia, Modena, Bologna met zijn universiteit uit 1088 en Imola, met de mozaïeken van Ravenna op een half uur afstand. Het is vlak, gratis en het hele jaar berijdbaar, wat het een goede keuze maakt wanneer de passen dicht zijn.
Praktisch
Vanuit Nederland rijd je in tien tot twaalf uur naar het noorden van Italië, via de Gotthard in Zwitserland of de Brenner in Oostenrijk; reken op vignetten en tunneltol onderweg. In Italië zelf is de snelweg tolweg: grofweg 7 tot 8 euro per honderd kilometer. Italië betaalt met de euro.
De bergpassen zijn van juni tot oktober open; daarbuiten liggen ze dicht en moet je omrijden via tunnels. Juli en augustus zijn druk en warm, met in de vlakte temperaturen boven de 33 graden. Mei, juni en september zijn de aangenaamste maanden. Let op de zona a traffico limitato in de steden: rijden in een historisch centrum zonder ontheffing levert boetes op die maanden later thuis aankomen.