Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Italië › Noord-Italië › Wandelen in Noord-Italië over routes door bergen en wijngaarden
Bestemming 5 min lezen

Wandelen in Noord-Italië over routes door bergen en wijngaarden

Denise Veldmeijer
Denise Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

In Noord-Italië bepaalt de hoogte wanneer je kunt lopen, niet de maand

Op 1.500 meter loop je van mei tot oktober; boven 2.500 meter ligt tot in juni sneeuw in de noordhellingen en sluiten de berghutten eind september. In de heuvels van de Langhe en van Conegliano loop je het hele jaar, met november als uitzondering omdat er dan mist hangt. Dat verschil bepaalt de planning meer dan de vakantieweek. Dit artikel behandelt de routes per streek, met afstanden, hoogtemeters, kosten en de regels bij de hutten. Italië betaalt met de euro.

De Alta Via 1 door de Dolomieten duurt tien tot twaalf dagen

Wandelen op de heuvels van Piemonte
Foto: Bernard Hermant / Unsplash
Deze doorgaande route loopt van het Lago di Braies in het noorden naar Belluno in het zuiden, over ongeveer 120 kilometer met dagetappes van vier tot zeven uur. Je slaapt in berghutten en komt langs de Tofane, de Civetta en de Pelmo. Een hut kost 60 tot 80 euro per persoon met halfpension en moet maanden vooruit worden geboekt; ze zijn open van eind juni tot eind september. Neem een lakenzak, contant geld en oordoppen mee, want je slaapt op een zaal. Wie niet alles wil lopen, kiest twee of drie etappes en gebruikt de kabelbanen voor de aan- en afvoer; die kosten 20 tot 35 euro retour.

Bij de Tre Cime di Lavaredo loop je in anderhalf uur de rondgang

Wandelroutes langs de wijnvelden in Veneto
Foto: Jędrzej Koralewski / Pexels
Vanaf het Rifugio Auronzo op 2.320 meter loopt een vrijwel vlak pad naar het Rifugio Locatelli, met de drie wanden aan één kant en de Zuid-Tiroolse bergen aan de andere. De hele ronde is ongeveer 10 kilometer met 350 hoogtemeters en drie tot vier uur. Lopen is gratis, maar de tolweg naar het Rifugio Auronzo kost rond de 30 euro per auto en de parkeerplaats is in augustus om 8.00 uur vol; er rijdt dan ook een bus vanuit Misurina. Het pad is breed en zonder valgevaar, dus dit is de route die met kinderen vanaf een jaar of acht werkt. Let op: het is druk, want iedereen begint op dezelfde parkeerplaats. Boven is het 10 graden koeler dan in het dal.

Voor een via ferrata heb je een set nodig, niet alleen schoenen

Door de Dolomieten lopen met staalkabels beveiligde klimpaden, waarvan een deel in de Eerste Wereldoorlog is aangelegd, zoals die op de Lagazuoi en rond de Monte Paterno. Je hebt een gordel, een helm en een gecertificeerde set met schokdemper nodig; een gewone karabijnhaak is niet genoeg. Huren kost 15 tot 25 euro per dag bij de sportwinkels in Cortina, Corvara en Arabba. Zonder die uitrusting is een ferrata levensgevaarlijk, ook als het pad van onderaf makkelijk oogt. Wie het nooit heeft gedaan, gaat met een berggids; die kost 200 tot 350 euro per dag voor een kleine groep.

Op de Monte Pasubio ligt een weg met tweeënvijftig tunnels

Italiaanse soldaten hakten in 1917 een bevoorradingsweg door de rotswand, met tweeënvijftig tunnels over ongeveer 6,5 kilometer en 800 meter stijging, zo aangelegd dat de Oostenrijkse artillerie er niet bij kon. De weg ligt in Veneto op de grens met Trentino en is nu wandelpad. De route is gratis en het hele jaar open, al ligt er in de winter sneeuw en ijs. Neem een hoofdlamp mee, want enkele tunnels zijn tientallen meters lang, pikdonker en hebben een ongelijke bodem. Reken op drie uur omhoog en twee uur terug over de Strada degli Scarubbi. Verderop in Trentino loopt het Sentiero della Pace langs de hele oude frontlijn.

In het Gran Paradiso loop je kans op steenbokken

Dit werd in 1922 het eerste nationale park van Italië, opgericht om juist die steenbok te redden; er leven er nu enkele duizenden. Het park ligt in het Aostadal en Piemonte en beslaat volgens de parkorganisatie ruim 70.000 hectare, met de Gran Paradiso zelf op 4.061 meter. Toegang is gratis en parkeren bij de daluitgangen als Cogne en Valnontey kost enkele euro's. De paden lopen van 1.500 tot boven 3.000 meter en de dagroutes zijn 8 tot 16 kilometer. Ga vroeg: dieren laten zich in de ochtend zien en vanaf het middaguur trekken er in de zomer onweersbuien over, terwijl er boven de boomgrens geen schuilplaats is.

Door de prosecco-heuvels loopt een route tussen de wijngaarden

Meren en bergen ontdekken in Friuli-Venezia Giulia
Foto: Gabriele Tirelli / Unsplash
De steile stroken tussen Conegliano en Valdobbiadene in Veneto staan volgens Unesco sinds 2019 op de werelderfgoedlijst; de hellingen zijn te steil voor machines, dus daar wordt met de hand geoogst. Er lopen paden tussen de percelen door, met stijgingen van 200 tot 500 meter per dag. Wandelen is gratis en een proeverij onderweg kost 10 tot 25 euro per persoon. Reken op routes van 8 tot 15 kilometer. Dit kan het hele jaar, maar in juli en augustus is het in de dalen 30 tot 35 graden en loop je beter voor 10.00 uur. In september wordt er geoogst en staan de smalle wegen vol met tractoren.

In de Langhe volg je paden tussen de Barolo-dorpen

De heuvels ten zuiden van Alba zijn met gemarkeerde paden verbonden die Barolo, La Morra, Monforte d'Alba en Serralunga d'Alba aandoen, met dagetappes van 10 tot 18 kilometer en 300 tot 600 hoogtemeters. Je loopt over karrensporen tussen de wijngaarden en komt elke twee uur een dorp met een bar tegen. Lopen is gratis; de wijnhuizen onderweg ontvangen op afspraak, van maandag tot zaterdag, voor 15 tot 40 euro per proeverij. Het aangenaamst is oktober, als de bladeren kleuren en de oogst binnen is en het 15 tot 22 graden is. In november hangt hier dagenlang mist en zie je van de heuvels niets.

Aan de Ligurische kust is de Via dell'Amore sinds 2024 weer open

Dit lage kustpad tussen Riomaggiore en Manarola lag twaalf jaar dicht na een steenlawine en ging in juli 2024 weer open, met een tijdslot en een dagelijks maximum. Het stuk tussen Manarola en Corniglia van het Sentiero Azzurro is nog altijd gesloten; wat wel loopt is Monterosso naar Vernazza en Vernazza naar Corniglia, samen 7 kilometer met 500 hoogtemeters. Een kaartje voor de Via dell'Amore kost rond de 10 euro en een dagkaart voor de overige paden rond de 7,50 euro. De paden zijn smal, hebben honderden treden en gaan bij regen dicht, wat je pas bij de ingang hoort. Ga in april, mei, september of oktober; in juli en augustus is het er 30 graden en sta je op de treden in de file.

Praktisch

Vanuit Nederland vlieg je in anderhalf tot twee uur op Milaan, Verona, Venetië of Turijn; naar de bergdalen rijd je daarna een tot drie uur. Wie verder wil: door Piemonte loopt de Grande Traversata delle Alpi van Liguria tot het Aostadal, in Friuli liggen de Julische en Karnische Alpen met de meren van Fusine, en boven Bergamo de Orobische Alpen. In de bergen slaat het weer om vanaf het middaguur; begin vroeg en wees voor 15.00 uur beneden. Kabelbanen stoppen doorgaans om 17.00 uur, en wie de laatste mist loopt uren af. Neem regenkleding, een muts en meer water mee dan je denkt nodig te hebben, want boven de boomgrens is er geen schaduw en geen bron. Berghutten nemen lang niet allemaal kaarten aan.
Denise Veldmeijer
Over de auteur
Denise Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Denise Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine