Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In Piëmont liggen de bergen en de wijnheuvels twee uur uit elkaar
De Alpen sluiten deze regio aan drie kanten af, met de Monviso op 3.841 meter en de Monte Rosa op de Zwitserse grens. De wijnheuvels van de Langhe liggen daar 100 tot 150 kilometer vandaan, in het zuidoosten bij Alba.
Dat betekent dat je niet 's ochtends op een gletsjer staat en 's middags in een kelder in Barolo: reken op twee uur rijden ertussen. Dit artikel behandelt de bergroutes en de kelders los van elkaar, met afstanden, hoogtemeters en prijzen. Italië betaalt met de euro.
De Monviso is een klim en geen wandeling
Foto: Brett Jordan / Pexels
Deze losstaande piramide is vanuit de Po-vlakte overal te zien en haalt 3.841 meter. De gewone route begint bij het Rifugio Quintino Sella op 2.640 meter en gaat over rotsblokken en schuine platen naar de top; daar heb je een helm, een touw en ervaring voor nodig, of een gids voor 250 tot 400 euro.
Wat wel een wandeling is: vanaf Pian del Re, een hoogvlakte op 2.020 meter waar de Po ontspringt, loop je in twee uur naar het meer onder de wand of in vier uur de ronde over de Colle delle Traversette. Daar ligt op 2.882 meter het Buco di Viso, een tunnel van ongeveer 75 meter die in 1480 door de rots is gehakt om zout en goederen naar Frankrijk te brengen en die als de oudste alpentunnel geldt.
In het Gran Paradiso lopen enkele duizenden steenbokken
Foto: K / Pexels
Dit werd in 1922 het eerste nationale park van Italië, juist om de steenbok te redden die toen nog met een paar honderd over was. Het park beslaat volgens de parkorganisatie ruim 70.000 hectare over Piëmont en het Aostadal, met de Gran Paradiso zelf op 4.061 meter.
Toegang is gratis. Aan de Piëmontese kant begin je in de Valle dell'Orco bij Ceresole Reale of Noasca; de dagroutes zijn 8 tot 16 kilometer met 600 tot 1.200 hoogtemeters. Ga vroeg, want dieren laten zich in de ochtend zien en vanaf het middaguur trekken er in de zomer onweersbuien over. Let op: boven de boomgrens is er geen schuilplaats en geen bron.
Op de Monte Rosa staat de hoogste hut van Europa
De Capanna Regina Margherita staat op de Punta Gnifetti op 4.554 meter en is daarmee het hoogst gelegen gebouw van Europa; er wordt onderzoek naar hoogteziekte gedaan. Je komt er alleen met stijgijzers, touw en een gids, in twee dagen vanaf Alagna Valsesia.
Wie beneden blijft: vanaf Alagna brengt een kabelbaan je naar Punta Indren op ongeveer 3.260 meter voor 30 tot 40 euro retour, en daar loop je vlakke paden met zicht op de hele oostwand. In de dalen eromheen wonen Walsers, Duitstalige kolonisten uit de dertiende eeuw, van wie de houten huizen met open zolders nog staan.
Tussen de wijndorpen lopen paden over de heuvelruggen
Foto: michele giordano / Pexels
In de Langhe verbinden gemarkeerde routes Barolo, La Morra, Monforte d'Alba en Serralunga d'Alba, met dagetappes van 10 tot 18 kilometer en 300 tot 600 hoogtemeters. Je loopt over karrensporen tussen de percelen en komt elke twee uur een dorp met een bar tegen.
Lopen is gratis. Volgens Unesco staat dit wijnlandschap sinds 2014 op de werelderfgoedlijst. Het aangenaamst is oktober, met 15 tot 22 graden en de bladeren in kleur; in november hangt hier dagenlang mist. Let op: er is geen schaduw op de ruggen, dus in juli en augustus loop je voor 10.00 uur of je blijft in de bossen van de Alta Langa.
De bekendste wijnhuizen ontvangen geen losse bezoekers
Namen als Gaja in Barbaresco werken met een wachtlijst en ontvangen vooral de handel; aanbellen heeft geen zin. Wat wel werkt zijn de streekwijnhandels, de enoteche regionali: in het kasteel van Barolo, in de ontwijde kerk van San Donato in Barbaresco en in Grinzane Cavour, waar je tientallen producenten naast elkaar proeft vanaf enkele euro's per glas.
Bij de kleinere huizen kun je wel terecht, mits je vooruit belt of mailt; een proeverij kost daar 15 tot 40 euro per persoon en duurt anderhalf uur, van maandag tot zaterdag. Een fles Barolo kost bij het huis 25 tot 80 euro en een barbera of dolcetto 8 tot 20 euro. Rijd niet zelf als je vier huizen op een dag wilt doen.
Wat je hier na een wandeling eet is niet wat je in de Alpen verwacht
Fondue, raclette, rösti, gruyère en emmentaler horen bij Zwitserland en Savoye, niet bij Piëmont, en de wijnen van de Valais staan hier niet op de kaart. In de berghutten van de Valle dell'Orco en de Valsesia krijg je polenta met kaas of met wild, gerstesoep en toma, een koemelkkaas van de alpenweiden.
Een maaltijd in een berghut kost 20 tot 30 euro en een overnachting met halfpension 60 tot 80 euro per persoon. Lager in de dalen komen de agnolotti del plin en de vitello tonnato op tafel. Bij de kaas horen de Castelmagno uit de Valle Grana, de Raschera en de Robiola di Roccaverano; een portie van drie soorten kost 10 tot 16 euro.
In de Alpi Marittime lopen weer wolven
Dit natuurpark in het uiterste zuidwesten grenst aan het Franse Mercantour en beslaat ongeveer 28.000 hectare, met toppen rond 3.000 meter en tientallen bergmeren. De wolf keerde hier in de jaren negentig op eigen kracht terug vanuit de Apennijnen; je ziet er zelden een, maar de kudden worden er sindsdien weer bewaakt.
Toegang is gratis en er lopen routes van 6 tot 18 kilometer, met hutten van 55 tot 75 euro met halfpension. Bij Valdieri liggen warmwaterbronnen waar sinds de negentiende eeuw een badhuis staat. Reken vanaf Cuneo op drie kwartier rijden en houd er rekening mee dat de dalwegen in mei nog dicht kunnen zijn door sneeuw.
Boven Varallo staat een heuvel met vijfenveertig kapellen
De Sacro Monte di Varallo in de Valsesia werd vanaf 1491 aangelegd als een nagebouwd Jeruzalem, met kapellen waarin levensgrote beschilderde beelden bijbelse taferelen uitbeelden; in totaal staan er ruim achthonderd figuren en duizenden geschilderde omstanders. Volgens Unesco staat het sinds 2003 op de werelderfgoedlijst.
Toegang is gratis en de heuvel is dagelijks open; een kabelbaan vanuit het stadje kost rond de 5 euro retour, of je loopt in drie kwartier omhoog. Reken op twee uur boven. Vanaf Alagna is het een half uur rijden, wat dit een goede uitwijkplek maakt op een dag dat het in de bergen regent.