Op Sardinië liggen de bergen op twintig kilometer van zee
Het massief in het midden van het eiland komt tot 1.834 meter, terwijl de kliffen aan de oostkust op nog geen twintig kilometer liggen. Daardoor kunt u hier 's ochtends op kaal kalksteen lopen en 's middags snorkelen.
Beide vragen wel voorbereiding: de bergen hebben geen bereik en de mooiste baaien zijn alleen te voet of per boot bereikbaar. Dit artikel behandelt de routes en de snorkelplekken, met afstanden, entreeprijzen en regels.
De hoogste top haalt 1.834 meter
Het massief is sinds 1998 grotendeels beschermd als nationaal park van ongeveer 74.000 hectare. De klim naar de hoogste top begint op ruim 1.200 meter en is 10 tot 14 kilometer heen en terug, met 600 tot 800 hoogtemeters.
Wandelen kost niets. Boven de boomgrens is er geen schaduw en geen water; neem twee liter per persoon mee. In de winter ligt hier sneeuw en zijn er zelfs enkele skiliften, wat op dit eiland een verrassing is voor wie alleen de kust kent.
De kloof in het kalksteen is een van de diepste van Europa
Foto: Domenico Adornato / Pexels
Ten oosten van het massief heeft een rivier een kloof uitgesleten met wanden tot ongeveer 500 meter hoog en een bodem die op sommige plekken maar enkele meters breed is.
Entree kost rond de 5 euro. De kortste route begint bij een bergpas en is ongeveer 8 kilometer heen en terug met 600 hoogtemeters, in vier uur te doen. Let op: de bodem bestaat uit rotsblokken waar u overheen klautert, en na regen kan er water door de kloof staan. Dit is geen wandeling maar een tocht.
De baaien aan de oostkust bereikt u lopend of varend
Foto: Pixabay / Pexels
Aan de golf in het oosten liggen kalkstenen baaien die met geen weg verbonden zijn. Naar de bekendste daalt u in ongeveer een uur af over een pad met 400 hoogtemeters; terug klimt u anderhalf uur.
Voor die baai geldt sinds enkele jaren een dagelijkse bezoekerslimiet en een bijdrage van enkele euro's, die u vooraf online regelt. De boot is het alternatief: dagtochten vanaf de kustplaatsen kosten 40 tot 70 euro per persoon en varen van april tot oktober.
Het zeewater is helder tot dertig meter
Doordat er nauwelijks rivieren in zee uitmonden en de bodem uit kalksteen en graniet bestaat, haalt het zicht onder water hier op rustige dagen 20 tot 30 meter. Snorkelen heeft daardoor ook vlak bij de kant zin.
Bij de baaien zijn geen voorzieningen, dus neem uw eigen bril en waterschoenen mee; die laatste zijn nodig vanwege zee-egels tussen de rotsen. Het water haalt in augustus 24 tot 26 graden en is in juni nog rond de 21.
Rond twee eilanden ligt een beschermd zeegebied
Foto: Anastasia Haritonov / Pexels
Voor de noordoostkust en bij de zuidoostpunt liggen mariene reservaten waar visserij beperkt is en waar het onderwaterleven daardoor rijker is. Er gelden zones met verschillende regels.
Georganiseerde snorkeltochten kosten 30 tot 60 euro per persoon en duren een halve dag. In de strengste zones mag u niet zwemmen of ankeren; dat staat op boeien aangegeven en er wordt op gecontroleerd. Raak niets aan onder water en neem geen schelpen of zeepaardjes mee, want dat is verboden.
In het binnenland lopen de oude herderspaden
De streek achter de bergen leefde eeuwenlang van schapen en geiten. Tussen de dorpen liggen paden die herders gebruikten, met stenen schuilhutten en bronnen langs de route.
Wandelen kost niets en de routes zijn 8 tot 15 kilometer. Er is hier vrijwel geen telefoonbereik en de markering is wisselend; neem een offline kaart en laat weten waar u loopt. In de dorpen eet u voor 15 tot 25 euro, met gerechten van schapenvlees en pecorino die u aan de kust minder tegenkomt.
Voor een trektocht van meerdere dagen heeft u een gids nodig
Langs de oostkust loopt een meerdaagse route van ongeveer 45 kilometer die als de zwaarste van Italië geldt: vijf tot zeven dagen zonder bevoorrading, met stukken waar u moet abseilen.
Gidsen vragen 700 tot 1.200 euro per persoon voor de hele tocht, inclusief bevoorrading per boot. Zonder ervaring in het gebied begint u hier niet aan; er is geen water onderweg, geen bereik en geen pad in de gebruikelijke zin. Voor de meeste bezoekers is een dagetappe met gids de verstandiger keuze.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee en een half uur op Olbia, Cagliari of Alghero; veerboten vanaf het Italiaanse vasteland doen er zeven tot twaalf uur over. Een huurauto is hier noodzaak en kost 40 tot 90 euro per dag in het hoogseizoen. Italië betaalt met de euro.
Mei, juni, september en oktober zijn de beste maanden met 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het in het binnenland 35 tot 40 graden, geldt er vaak brandgevaar en zijn de kustplaatsen vol. In de winter is een deel van de horeca aan de kust gesloten.