Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De twee meren in de Valsugana worden warmer dan de meeste bergmeren
Het Lago di Caldonazzo meet volgens de provincie ongeveer 5,6 vierkante kilometer en is daarmee het grootste meer dat helemaal in Trentino ligt; het warmt in juli en augustus op tot 24 tot 26 graden. Het Lago di Levico ernaast is kleiner, dieper en helderder, en ligt tussen beboste hellingen.
Dat verschil in temperatuur komt doordat beide meren ondiep beginnen en door bergen tegen de wind worden beschut. Dit artikel behandelt de uitjes met kinderen in dit dal, met prijzen, leeftijden en afstanden. Italië betaalt met de euro.
Bij beide meren liggen strandbaden met ondiepe delen
Foto: Andrea Ventura / Pexels
Bij Calceranica, Caldonazzo, Levico en Pergine liggen grasstranden met een aflopende bodem, springkussens in het water en glijbanen; een deel is gratis en bij de betaalde baden kost een dagkaart 5 tot 10 euro per persoon.
Een kano of sup huren kost 10 tot 20 euro per uur, een tretboot rond de 15 euro per uur en zeilles 40 tot 70 euro. In juli en augustus is er toezicht. Let op: op het Caldonazzo mogen motorboten varen en er is een strook voor waterskiën afgezet, dus zwem binnen de boeien en kijk waar de doorvaart ligt.
Het fietspad langs de Brenta is vlak en grotendeels autovrij
Foto: Riccardo Toso / Pexels
De route loopt ongeveer 80 kilometer van de meren bij Pergine tot Bassano del Grappa en daalt daarbij ruim 400 meter, met asfalt of gladde klinker en eigen bruggetjes. Met kinderen vanaf een jaar of acht is het hele stuk te doen; jongere kinderen gaan in een aanhangfiets of kinderzitje.
Fietsen huren kost 15 tot 25 euro per dag, een elektrische 30 tot 45 euro en een aanhangfiets 10 tot 15 euro. Terug gaat met de trein door het dal, die fietsen meeneemt voor enkele euro's. Een korte variant is het stuk van Levico naar Borgo Valsugana, ongeveer 20 kilometer, dat in twee uur te doen is.
Het wetenschapsmuseum staat in Trento, niet in het dal
Het MUSE, dat Renzo Piano in 2013 ontwierp, staat in Trento op ongeveer 25 kilometer en een half uur rijden. Binnen loop je van boven naar beneden door de verdiepingen, van de gletsjers via de bergen naar de tropen, met een kas met levende planten en een zaal met dinosaurusskeletten.
Entree kost rond de 11 euro en kinderen betalen minder; van dinsdag tot zondag open, in de vakanties ook op maandag. Reken op een halve dag. Er is een aparte afdeling voor kinderen tot vijf jaar waarvoor je een tijdslot boekt. In dezelfde stad staat het Castello del Buonconsiglio, waar in een toren de twaalf maanden van het jaar zijn geschilderd.
In de Val di Sella staat kunst van hout en levende bomen
Boven Borgo Valsugana wordt sinds 1986 kunst in het bos gemaakt van takken, stenen en bladeren, die ter plaatse blijft staan en langzaam vergaat. De Cattedrale Vegetale bestaat uit tweeëntachtig zuilen van gevlochten takken met daarin geplante haagbeuken, die de constructie op den duur overnemen.
Entree kost rond de 12 euro en kinderen betalen minder; van maart tot november open. Reken op twee tot drie uur en ongeveer 3 kilometer lopen over bospaden, met een deel dat met een buggy niet gaat. Voor kinderen werkt het goed omdat je van werk naar werk zoekt in plaats van in een zaal te staan.
De klimparcoursen hebben lengte-eisen
In de bossen bij de meren liggen avonturenparken met kabels, netten en hangbruggen tussen de bomen, verdeeld over banen op verschillende hoogtes. Voor de laagste banen geldt doorgaans een ondergrens van ongeveer 1,10 meter en voor de hoogste 1,40 meter; kleine kinderen gaan met een ouder mee.
Een kaartje kost 15 tot 28 euro per persoon en je bent er twee tot drie uur zoet. De parken zijn van juni tot september dagelijks open en in mei en oktober in het weekeinde. Bij onweer sluiten ze onmiddellijk en krijg je het resterende deel niet terug, dus kijk de voorspelling na voor je rijdt.
In de bergen erboven liggen paden met echte hoogtemeters
Foto: Duc Tinh Ngo / Pexels
Ten noorden ligt de Lagorai, een kale porfierketen van ongeveer 50 kilometer met weinig liften en hutten die ver uit elkaar liggen; ten zuiden de hoogvlakte richting Asiago. Dagtochten zijn 8 tot 15 kilometer met 400 tot 900 hoogtemeters, en dat is met kinderen onder een jaar of tien te veel.
Wandelen is gratis. Met kinderen werken de korte routes rond de almen: vanaf de Panarotta op ongeveer 1.500 meter loop je in een uur naar een hut waar je voor 15 tot 25 euro eet. Langs de kammen van de Lagorai liggen loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog, toen het front hier precies overheen liep; dat maakt zo'n wandeling voor oudere kinderen concreter.
De streek leeft van klein fruit, en dat is te zien
Op de hellingen staan aardbeien, frambozen, bramen en bosbessen, die met de hand worden geplukt; de oogst loopt van juni tot september. Verschillende bedrijven laten bezoekers meelopen of zelf plukken, voor 10 tot 20 euro per persoon.
Op de markten in Levico en Borgo Valsugana kost een bakje verse bessen 3 tot 6 euro. Bij een aantal boerderijen kun je zien hoe er jam en sap van wordt gemaakt. Let op: de plukdagen gaan op afspraak en bij regen niet door, en de velden liggen verspreid over de zijdalen, dus je hebt er een auto voor nodig.
Praktisch
Vanuit Nederland rijd je in ongeveer negen tot tien uur; met de trein ben je er via München of Verona in ruim tien uur, met een overstap in Trento. De lijn door het dal stopt in Pergine, Levico, Borgo Valsugana en Primolano en neemt fietsen mee. Een huurauto kost 35 tot 70 euro per dag.
Veel accommodaties geven gasten een kaart met korting of gratis toegang tot bussen, musea en de meeste strandbaden; vraag daar bij aankomst naar. Mei tot september geeft in het dal 20 tot 30 graden en op 2.000 meter 8 tot 16 graden. In juli en augustus is het aan de meren druk met Italiaanse gezinnen; buiten die twee maanden is het er rustig en zijn een deel van de strandbaden en verhuurpunten dicht.