Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Venetië, Verona en Padua liggen binnen anderhalf uur van elkaar
Foto: Henrique Ferreira / Unsplash
Padua ligt 40 kilometer van Venetië en is met de trein in vijfentwintig tot vijftig minuten te doen voor 5 tot 12 euro; Vicenza ligt daar weer een half uur voorbij en Verona op 120 kilometer, ruim een uur sporen. Het Gardameer begint bij Peschiera, een kwartier voorbij Verona, en de Dolomieten bij Cortina d'Ampezzo liggen twee uur ten noorden van Venetië.
Daardoor kun je vanuit één standplaats de hele streek aflopen zonder dagelijks te verhuizen. Dit artikel behandelt de vier steden, de wijnheuvels en het meer, met entreeprijzen, reistijden en de regels die de laatste jaren zijn bijgekomen. Italië betaalt met de euro.
Voor Venetië betalen dagbezoekers op drukke dagen entree
Sinds april 2024 moet wie op een vastgestelde dag tussen 8.30 en 16.00 uur zonder overnachting de historische kern in gaat, zich vooraf aanmelden en betalen: rond de 5 euro bij vroeg boeken en het dubbele bij laat boeken. Wie in de stad slaapt is vrijgesteld maar moet zich wel registreren.
Er wordt bij het station Santa Lucia, het Piazzale Roma en de bruggen gecontroleerd. De eilanden Murano, Burano en het Lido vallen niet onder de regeling. Grote cruiseschepen mogen sinds 1 augustus 2021 het Giudeccakanaal en het San Marcobekken niet meer in en liggen in Marghera.
Een gondel kost negentig euro voor een half uur
Foto: C1 Superstar / Pexels
De gemeente stelt dat tarief vast: rond de 90 euro voor dertig minuten overdag en rond de 110 euro na 19.00 uur, ongeacht of je met twee of met vijf personen bent. Zingen zit er niet bij en kost apart.
Goedkoper vaar je met de traghetto, een kale gondel die op een paar plekken staand het Canal Grande oversteekt voor rond de 2 euro, of met vaporetto 1, die in vijfenveertig minuten van het station naar het San Marcoplein vaart langs de Rialtobrug en de Ca' d'Oro; een los kaartje kost 9,50 euro en een dagkaart rond de 25 euro.
Het balkon van Julia in Verona is uit 1936
De Casa di Giulietta is een middeleeuws huis dat de stad in de jaren dertig kocht en inrichtte; het balkon is er toen aan gehangen, gemaakt van een veertiende-eeuwse sarcofaag. Shakespeare noemt in zijn stuk trouwens helemaal geen balkon, en Romeo en Julia hebben nooit bestaan.
De binnenhof is gratis en tussen 10.00 en 18.00 uur stampvol; het huis zelf kost rond de 12 euro. Aardiger is de Piazza delle Erbe met de Torre dei Lamberti van 84 meter, die je voor rond de 8 euro met een lift op kunt, en de Ponte Pietra over de Adige, die na de vernieling in 1945 met de opgeviste originele stenen is herbouwd. In de Piazza dei Signori staat een standbeeld van Dante en in de kerk Sant'Anastasia dragen twee gebochelde figuren de wijwaterbakken.
In de Arena van Verona begint een operakaartje bij dertig euro
Dit Romeinse amfitheater van rond het jaar 30 telde oorspronkelijk plaats voor ongeveer dertigduizend mensen en wordt sinds 1913 elke zomer voor opera gebruikt; tegenwoordig passen er zo'n dertienduizend toeschouwers in. Het seizoen loopt van juni tot begin september.
Een plaats op de stenen treden van de Arena kost 30 tot 45 euro en een stoel in het middenvak 100 tot 250 euro. Voorstellingen beginnen rond 21.00 uur en duren tot na middernacht; neem een kussentje, dat ter plaatse enkele euro's kost, want de treden zijn hard en koud. Overdag bezoeken kost rond de 12 euro.
Voor de Scrovegni-kapel in Padua krijg je een tijdslot van een kwartier
Foto: Engjell Gjepali / Unsplash
Giotto beschilderde deze kapel tussen 1303 en 1305 met taferelen uit de Bijbel in drie rijen boven elkaar, met een blauwe sterrenhemel als gewelf. Om het klimaat stabiel te houden wacht je eerst vijftien minuten in een geconditioneerde sluis en mag je daarna vijftien minuten naar binnen, met maximaal vijfentwintig mensen tegelijk.
Een kaartje kost rond de 15 euro en reserveren is verplicht, dagen tot weken vooruit. Volgens Unesco staan de veertiende-eeuwse fresco's van Padua sinds 2021 op de werelderfgoedlijst. In dezelfde stad is de Basilica di Sant'Antonio met het graf van de heilige Antonius gratis, met een bronzen altaar van Donatello, is de Prato della Valle met ruim 88.000 vierkante meter het grootste plein van Italië en staat de Orto Botanico uit 1545, de oudste universiteitstuin die nog op zijn oorspronkelijke plek ligt. Aan de universiteit van Padua doceerde Galileo Galilei en staat het anatomisch theater uit 1594; de Aula Magna en het Palazzo Bo zijn met een rondleiding te zien.
De glas- en kanteilanden liggen drie kwartier varen van Venetië
Vanaf de Fondamente Nove vaart vaporetto 12 in tien minuten naar Murano, in veertig naar Burano en in vijftig naar Torcello. Op Murano wordt sinds 1291 glas geblazen, nadat de ovens vanwege brandgevaar uit de stad waren verbannen; het Museo del Vetro kost rond de 10 euro.
Burano heeft de gekleurde huizen, de kanttraditie en een klokkentoren die zichtbaar overhelt. Op Torcello staat de Santa Maria Assunta uit 639 met een mozaïek van het laatste oordeel, voor rond de 5 euro. Aan de Adriatische Zee liggen daarnaast de badplaatsen Lido di Jesolo en Caorle, op een uur van de stad. Het zit allemaal in de dagkaart van rond de 25 euro, dus een excursie met gids van 25 tot 60 euro voegt vooral uitleg toe. Op Burano zit het Museo del Merletto over de kantnijverheid.
In de Valpolicella wordt wijn van gedroogde druiven gemaakt
Voor de Amarone worden corvina, rondinella en molinara na de oogst drie tot vier maanden op rekken gedroogd, waardoor ze een deel van hun vocht verliezen; wat overblijft geeft een wijn met veel alcohol en concentratie. De zoete variant heet Recioto en de lichtere, over de droesem hervergiste wijn Ripasso.
Een proeverij kost 20 tot 45 euro per persoon en gaat op afspraak, van maandag tot zaterdag. Een fles Amarone kost bij het huis 30 tot 90 euro. Aan de andere kant van Verona ligt de Bardolino bij Sirmione en Desenzano aan het meer, met de Monte Baldo erboven, en in het noorden tussen Conegliano en Valdobbiadene de heuvels van de prosecco, die volgens Unesco sinds 2019 op de werelderfgoedlijst staan.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in anderhalf tot twee uur op Venetië, Verona of Treviso. Tussen de steden werkt de trein het best; voor de wijnheuvels en de villa's heb je een auto nodig, voor 35 tot 70 euro per dag. Let op de autoluwe zones in elk centrum, die met camera's worden bewaakt en waar een boete van 80 tot 150 euro maanden later thuiskomt.
Wie meer wil zien: in Vicenza staan het Teatro Olimpico uit 1585 en de Villa La Rotonda van Andrea Palladio, samen met zijn villa's op de werelderfgoedlijst; in de Euganeïsche heuvels bij Abano en Montegrotto liggen thermen met warm water uit de Alpen, en in Asolo en Bassano del Grappa aan de Brenta liggen twee stadjes aan de voet van de bergen, waar het museum van de Alpini over de Eerste Wereldoorlog gaat; bij Maser staat de Villa Barbaro met fresco's van Veronese; en in Cortina d'Ampezzo, waar in februari 2026 de Winterspelen werden gehouden, beginnen de Dolomieten. April, mei, september en oktober geven 16 tot 26 graden; in juli en augustus is het 28 tot 35 graden en drukkend in de vlakte.