Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De steden van het noorden liggen op een uur van elkaar
Foto: Nick Karvounis / Unsplash
Vanuit Porto bereik je de drie andere grote steden van Norte binnen een uur: Braga op 55 kilometer, Guimarães op eveneens 55 en Viana do Castelo op 75 kilometer. De Douro-vallei begint op een uur rijden en het nationale park Peneda-Gerês op anderhalf.
Dat maakt één vakantiewoning genoeg voor de hele streek. Dit artikel behandelt de steden met entreeprijzen, openingstijden en reistijden, en zegt erbij welke plaatsen hier eigenlijk niet bij horen.
De Ribeira van Porto staat sinds 1996 op de werelderfgoedlijst
Onder aan de steile helling ligt de Ribeira, een wijk van smalle hoge huizen aan de kade van de Douro, met daarboven de Sé, de kathedraal van Porto, en de Torre dos Clérigos van 75 meter. Rondlopen kost niets; de toren beklimmen vraagt rond de 8 tot 10 euro over ruim tweehonderd treden en kan dagelijks. Volgens UNESCO staat de Ribeira sinds 1996 op de werelderfgoedlijst, samen met de Ponte Dom Luis I en het klooster aan de overkant.
Het station São Bento in het centrum is van binnen bekleed met ongeveer twintigduizend beschilderde tegels van Jorge Colaço, in 1916 voltooid, die veldslagen en oogsten uitbeelden; dat is gratis te bekijken. Let op het hoogteverschil tussen de kade en de bovenstad van ongeveer 70 meter, want wie slecht ter been is neemt de kabelbaan of de bus.
De Ponte Dom Luís I is niet van Eiffel
De dubbeldekse boogbrug uit 1886 wordt vrijwel altijd aan Gustave Eiffel toegeschreven, maar is ontworpen door zijn voormalige compagnon Théophile Seyrig. Eiffel bouwde wel de spoorbrug ernaast, de Ponte Maria Pia uit 1877.
Over het bovendek van de Ponte Dom Luís I rijdt de metro en loopt een voetpad op 45 meter boven het water, dat gratis is en het hele jaar open. De portkelders liggen aan de overkant in Vila Nova de Gaia, een aparte gemeente, waar huizen als Sandeman en de kelders van de Symington-familie rondleidingen met proeverij geven voor 15 tot 25 euro, doorgaans een uur lang. In Porto zelf kosten de Livraria Lello uit 1906 rond de 8 euro, verrekenbaar met een boek, en het Palácio da Bolsa met zijn Arabische zaal rond de 12 euro.
Braga heeft de oudste kathedraal van het land
Vijfenvijftig kilometer noordelijker staat de Sé de Braga, waarvan de kern uit de elfde eeuw stamt en die daarmee de oudste kathedraal van Portugal is. De stad geldt als het kerkelijke hart van het land en zit vol kloosters en kapellen; het Romeinse Bracara Augusta ligt eronder.
Buiten de stad ligt op een heuvel Bom Jesus do Monte, een bedevaartsplaats met een barokke trap van bijna zeshonderd treden langs de Via Crucis, sinds 2019 werelderfgoed. Ernaast loopt sinds 1882 een kabelbaan die alleen op waterballast werkt: de bovenste wagen tankt water tot hij zwaarder is en trekt de andere omhoog. Een rit kost enkele euro's. Een paar kilometer verder staat het heiligdom van Sameiro met uitzicht over de Minho.
In Guimarães begon het land
Foto: Ferhat Deniz Fors / Unsplash
In Guimarães, op 55 kilometer, werd rond 1109 Afonso Henriques geboren, de eerste koning van Portugal, en na de Slag bij São Mamede in 1128 werd van hieruit het koninkrijk gesticht. Het Castelo uit de tiende eeuw staat er nog, met het Paço dos Duques de Bragança ernaast.
Entree voor het Castelo is enkele euro's, voor het Paço rond de 6 euro; beide zijn dagelijks open, doorgaans van tien tot zes. Het middeleeuwse centrum rond het Largo da Oliveira staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst en is in twee uur rond te lopen. Met de trein ben je er vanuit Porto in ruim een uur voor een paar euro, en een kabelbaan brengt je in tien minuten naar de Penha op ruim 600 meter.
Viana do Castelo heeft een basiliek met een kabeltrein
Op 75 kilometer naar het noorden ligt Viana do Castelo aan de monding van de Rio Lima, met de basiliek van Santa Luzia op de heuvel erboven. Er rijdt een kabeltrein van ruim zeshonderd meter naartoe, de langste van Portugal, voor rond de 3 euro retour.
Van boven zie je de kust en de rivier tegelijk. Beneden ligt Praia do Cabedelo met breed zand en water van 17 tot 19 graden in augustus, aanmerkelijk kouder dan aan de Algarve omdat de Atlantische stroming hier pal op de kust staat. Aan de kade ligt het hospitaalschip Gil Eannes als museum, en het Museu do Traje toont de klederdracht van de Minho.
De Douro-vallei en Trás-os-Montes liggen erachter
Vanaf Porto volgt de weg de Douro landinwaarts naar Peso da Régua en Pinhão, het hart van de Alto Douro, dat sinds 2001 werelderfgoed is; met de trein langs de rivier ben je er in ruim twee uur. Quintas als Bomfim en Pacheca geven rondleidingen met proeverij voor 15 tot 30 euro, en een boottocht op de rivier kost vanaf ongeveer 15 euro.
Zuidelijk van de rivier ligt Lamego met een trap van 686 treden naar Nossa Senhora dos Remédios, noordelijk Vila Real met het Palácio de Mateus en daarachter het natuurpark Alvão. Op de weg daarheen ligt Amarante aan de Tâmega, met de São Gonçalo-kerk, de boogbrug en het museum van de schilder Amadeo de Souza-Cardoso. Verder naar het oosten, in Trás-os-Montes, staat het kasteel van Bragança binnen een complete ommuurde burcht.
Coimbra en Aveiro liggen hier niet
Beide steden worden in overzichten van het noorden vaak meegenomen, maar ze liggen in de regio Centro, ruim honderd kilometer ten zuiden van Porto. Als dagtocht kan het, met anderhalf tot twee uur rijden enkele reis.
De Universiteit van Coimbra heeft met de Biblioteca Joanina uit 1728 een barokke bibliotheek waar vleermuizen 's nachts insecten uit de boeken vangen; een kaartje kost rond de 14 euro en je krijgt een tijdslot van twintig minuten. De Alta en de Rua da Sofia staan sinds 2013 op de werelderfgoedlijst. Aveiro ligt aan de Ria de Aveiro, met platbodems in de grachten en de gestreepte vissershuisjes van Costa Nova ernaast. Dat is de moeite, mits je de rijtijd meerekent.
Het enige nationale park van Portugal ligt in deze streek
In de noordoosthoek, tegen de Spaanse grens, ligt Peneda-Gerês, in 1971 ingesteld en ongeveer 70.000 hectare groot, het enige Nationaal Park van het land. Er lopen wolven, er staan granieten dorpen als Soajo en Lindoso met hun rijen espigueiros op palen, en er liggen stuwmeren met watervallen.
Toegang is gratis. Vanaf Porto rijd je er in anderhalf tot twee uur naartoe. In juli en augustus zijn de bekendste zwemplekken vol en staan de smalle bergwegen vast, dus ga vroeg of kies een van de zijdalen.
Praktisch
Foto: Liane Ferreira / Pexels
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer tweeënhalf uur op Porto, en de metro brengt je in een half uur naar het centrum voor een paar euro. Portugal betaalt met de euro en op de snelwegen geldt elektronische tol, waarvoor je bij een huurauto een kastje meekrijgt. Aan tafel is de streek stevig: papas de sarrabulho in de Minho en een glas Vinho Verde erbij.
Mei, juni en september zijn de beste maanden met 20 tot 26 graden. Het noorden is natter en koeler dan het zuiden, want van november tot maart valt hier veel regen. In juli en augustus is het 25 tot 30 graden en zijn de stranden en de wijndalen op hun drukst.