De stad met de vermoutbars heeft geen kasteel en geen stadsmuren
Foto: Antonio Lorenzana Bermejo / Pexels
De handelsstad in het binnenland die hier vaak met een burcht wordt genoemd, heeft die niet: het is een negentiende-eeuwse stad die rijk werd van brandewijn en textiel, met tientallen gebouwen in modernistische stijl uit de jaren rond 1900.
Wat deze kuststreek wel heeft, is een Romeinse provinciehoofdstad, een cisterciënzerabdij en een ommuurd stadje. Dit artikel behandelt die plekken, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
De havenstad was tweeduizend jaar geleden hoofdstad van een Romeinse provincie
De stad aan zee was in de Romeinse tijd het bestuurscentrum van een gebied dat een groot deel van het schiereiland besloeg. Er staan een amfitheater aan het strand, een circus onder de huidige stad en delen van de stadsmuur uit de tweede eeuw voor Christus.
Volgens Unesco staat het geheel sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. Een gecombineerd kaartje voor de vier terreinen kost rond de 15 euro; ze zijn van dinsdag tot zondag open van 9.00 tot 18.00 uur. Reken op een halve dag.
Buiten de stad ligt een aquaduct van 217 meter
Vier kilometer landinwaarts staat een Romeins aquaduct met twee rijen bogen, 217 meter lang en op het hoogste punt 27 meter. U kunt eroverheen lopen, over de goot waar het water door liep.
Toegang is gratis en het terrein is dag en nacht toegankelijk; er is een parkeerplaats naast de snelweg. Reken op een uur. Let op: de goot is smal en er staat geen reling; met kinderen loopt u het pad ernaast en niet de bovenkant.
Het ommuurde stadje in het binnenland heeft zeventien torens
Dertig kilometer landinwaarts ligt een stadje met een middeleeuwse muur van ongeveer anderhalve kilometer waarvan een groot deel overeind staat, met zeventien torens en twee poorten.
Rondlopen kost niets; de muur is deels te belopen. Reken op twee uur. In hetzelfde stadje wordt in april een middeleeuws feest gehouden rond de legende van de drakendoder, en dan zit alles vol. Met de trein bent u er vanaf de kust in drie kwartier.
In de abdij liggen de koningen van de Kroon van Aragón begraven
Foto: Drew Dizzy Graham / Unsplash
Veertig kilometer landinwaarts staat een cisterciënzerabdij uit 1151 waar monniken wonen en waar in de kerk de graftombes van de middeleeuwse vorsten van dit gebied op bogen boven het gangpad hangen.
Entree kost rond de 10 euro en het is dagelijks open van 10.00 tot 17.30 uur, met een middagpauze. Volgens Unesco staat de abdij sinds 1991 op de werelderfgoedlijst. Reken op anderhalf uur. Rondleidingen gaan op vaste tijden en zijn in de prijs inbegrepen.
Het klifdorp op de rots telt nog geen honderd inwoners
Op een rotspunt in het binnenland ligt een gehucht met een romaanse kerk en de resten van een burcht, met aan drie kanten wanden die tientallen meters loodrecht naar beneden gaan.
Rondlopen kost niets; parkeren beneden kost enkele euro's. Reken op anderhalf uur. De wanden eronder gelden als een van de bekendste klimgebieden van Europa; vanaf het uitzichtpunt ziet u klimmers hangen. Vanaf de kust rijdt u er 45 kilometer heen, ruim een uur.
De rotsschilderingen in het zuiden zijn alleen met een gids te zien
In een kloof in het zuiden van de streek zitten onder overhangende rotsen schilderingen van jagers en dieren, gemaakt tussen ongeveer 8000 en 3500 voor Christus. Volgens Unesco staan ze sinds 1998 op de werelderfgoedlijst.
Ze zijn afgesloten met hekwerk en uitsluitend met een gids te bezoeken; een rondleiding kost rond de 6 euro en gaat op vaste dagen, doorgaans in het weekeinde. Reserveer vooraf bij het bezoekerscentrum. Reken op twee uur inclusief de wandeling van 1 kilometer.
De oude vissershaven aan de kust werkt nog
In een van de kustplaatsen komt de vissersvloot elke middag binnen en wordt de vangst in de afslag geveild. Dat gebeurt op werkdagen, doorgaans tussen 16.00 en 18.00 uur.
Kijken vanaf de kade kost niets; er zijn rondleidingen door de afslag voor enkele euro's. Aan dezelfde haven liggen restaurants waar dezelfde vis diezelfde avond op tafel komt, voor 25 tot 45 euro per persoon. Reken op twee uur voor haven en veiling.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur op Barcelona of Reus; vanaf Barcelona is het 100 kilometer zuidwaarts, ruim een uur met de trein. Spanje betaalt met de euro. Langs de kust rijdt een treinlijn die alle badplaatsen aandoet voor enkele euro's per rit.
April tot juni en september tot oktober geven 20 tot 27 graden en zijn voor de landinwaartse plekken het aangenaamst. Let op: musea en kerken in het binnenland sluiten tussen 13.30 en 16.00 uur en op maandag zijn de meeste dicht.