Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Blekinge is de zachte scherenkust van Zuid-Zweden
Foto: Lars H Knudsen / Pexels
Blekinge is de kleinste kustprovincie van Zweden en draagt de bijnaam tuin van het land: eiken en beuken tot aan het water, een archipel van honderden eilanden en scheren, en een marinestad op de werelderfgoedlijst. Wandelen en varen lopen hier in elkaar over, want de mooiste paden eindigen bij een steiger.
Dit artikel zet de eilanden, de wandelroutes en de vaartochten op een rij.
Karlskrona is een marinestad op de werelderfgoedlijst
Karlskrona werd in 1680 gesticht als vlootbasis en staat volgens UNESCO sinds 1998 op de werelderfgoedlijst als best bewaarde Europese marinestad: een barokke plattegrond over dertig eilanden, met scheepswerven, houten kerken en het grote marinemuseum aan het water.
Het museum is gratis toegankelijk en toont onder meer een onderwatertunnel langs een scheepswrak. Vanaf de haven vertrekken de archipelboten; de stad is daarmee het logische startpunt voor alles wat volgt. Reken op een dag voor stad en museum samen.
De archipelboten verbinden de eilanden
Vanuit Karlskrona varen in het zomerseizoen lijnboten door de scherenkust naar de bewoonde eilanden; een dagkaart kost doorgaans rond de 20 euro en maakt eilandhoppen mogelijk. De tochten duren van 20 minuten tot ruim een uur.
Wie zelf wil varen, huurt een kajak vanaf zo'n 40 euro per dag; de beschutte vaargeulen tussen de scheren zijn ook voor beginners goed te doen. Houd er rekening mee dat de dienstregeling buiten juni tot augustus sterk uitdunt; controleer de tijden voordat u een eilanddag plant.
Sturkö en Tjärö zijn de wandeleilanden
Sturkö ligt via bruggen aan het vasteland vast en is daarmee zonder boot bereikbaar: een schiereiland met bospaden, kleine badplaatsjes en zicht op de open zee. De rondes tellen 4 tot 10 kilometer en lopen deels over gladde granietscheren.
Tjärö is het tegendeel: een autovrij natuureiland waar je alleen per boot komt, met wandelpaden door eikenbos, badklippen en een eenvoudige herberg. Het is de klassieke plek voor een dag zonder programma; neem proviand mee, want het aanbod is beperkt tot wat de herberg die dag heeft.
Tärnö en Hanö liggen verder de zee in
Foto: Lars H Knudsen / Pexels
Tärnö is een klein, dunbevolkt eiland met rode huisjes, een haventje en paden die in een paar uur rond te lopen zijn. De sfeer is die van de Zweedse zomer zoals in de boeken: schrale dennen, kale rotsen en water aan alle kanten.
Hanö ligt zo'n 4 kilometer uit de kust en is het bijzonderst: een vuurtoren van 16 meter op het hoogste punt, en een Engelse begraafplaats waar Britse zeelieden liggen die hier tijdens de blokkade rond 1810 in de vloot dienden. De ferry vanaf Nogersund doet er ongeveer een half uur over.
Kristianopel en Ronneby zijn de historische wandelingen
Kristianopel is een vestingstadje uit 1600, toen deze kust nog Deens was: de wallen liggen er nog, de plattegrond binnen de muren is nauwelijks veranderd en de wandeling over de wal duurt een half uur. Rondom liggen kustpaden door weiden en langs baaien.
Ronneby Brunnspark is het groene tegenwicht: een kuurpark uit de 19e eeuw dat is uitgegroeid tot een parkbos van tientallen hectare met rododendrons, een Japanse tuin en beekwandelingen. In mei en juni staat het park in volle bloei; gratis toegankelijk en met kinderen prettig kort te houden.
De Blekingeleden loopt 270 kilometer door de provincie
Naast de eilanden ligt er op het vasteland een wandelnet: de Blekingeleden voert over ongeveer 270 kilometer in etappes van 10 tot 20 kilometer door bos, langs meren en over de kustrand, met eenvoudige overnachtingsplaatsen onderweg. De route is met oranje markeringen aangegeven en kruist geregeld een bushalte, zodat je losse dagen kunt lopen. Bij Trensum ligt daarnaast het wildpark van Eriksberg, met rond de 925 hectare het grootste van Noord-Europa, waar wisenten, edelherten en damherten vrij rondlopen; een safaribus kost rond de 300 kronen. Het park is van het voorjaar tot in de herfst dagelijks open.
Natuur en allemansrecht maken het makkelijk
Foto: Lars H Knudsen / Pexels
De scherenkust van Blekinge is deels beschermd natuurgebied, met zeearenden boven de eilanden, zeehonden op de buitenste scheren en een plantenrijkdom die dankzij het milde klimaat zuidelijker aanvoelt dan de rest van Zweden. Op Hanö en de buitenste eilanden broeden zeevogels; blijf in het broedseizoen van april tot juli op minstens 100 meter van de kolonies.
Het allemansrecht geeft veel vrijheid: wandelen, zwemmen en één nacht kamperen mag vrijwel overal buiten tuinen en akkers, zolang je niets achterlaat. Vuur maken is bij droogte verboden; kijk op de borden bij de aanlegsteigers, want het verbod wisselt per week.
Praktisch en wanneer in Blekinge
Blekinge is met de auto vanaf de Deense grens in zo'n 2,5 uur bereikbaar en heeft een eigen ferryverbinding met Polen; treinen verbinden Karlskrona met Kopenhagen. Zweden betaalt met kronen, reken zo'n 11 kronen per euro, en pinnen kan overal.
Juni tot augustus is het seizoen, met midzomer als hoogtepunt en het zeewater dat oploopt naar 18 tot 20 graden. Mei en september geven lege paden en volle bossen, maar dan varen de meeste eilandboten niet meer; wie in die maanden komt, kiest de eilanden die per brug bereikbaar zijn.