Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Fietsen en wandelen zijn in de Saar-Hunsrück de hoofdsport
Foto: Elona Agug / Pexels
De streek waar Saarland tegen de Hunsrück leunt, is stilletjes een van de beste wandelregio's van Duitsland geworden: de Saar-Hunsrück-Steig, tientallen bekroonde dagrondes en de vlakke fietspaden langs de Saar en de Moezel als tegenwicht. Dit artikel zet de routes op een rij, van topetappe tot gezinsrondje.
Het karakter is overal gelijk: beboste ruggen, kloven met vlonderpaden, uitzicht vanaf de Saarschleife en dorpen waar de dagschotel de wandelaar kent. Bij Perl en Schengen kijk je in één blik Duitsland, Frankrijk en Luxemburg in.
De Saar-Hunsrück-Steig is de koningsroute
Foto: Nico Becker / Pexels
De Saar-Hunsrück-Steig strekt zich over ruim 400 kilometer uit, verdeeld in 27 etappes tussen Perl aan de Saar en Boppard aan de Rijn, en wordt volgens de wandelkeuringen steevast tot de beste paden van Duitsland gerekend. Smalle bospaden in plaats van asfalt zijn er de norm; dat is precies het keurmerkgeheim.
Vakantiegangers lopen er losse etappes: die rond de Saarschleife bij Mettlach en door de kloven van de Hunsrück zijn de beroemdste, en over de Erbeskopf van 816 meter loopt de hoogste. Reken per etappe op 15 tot 20 kilometer en plan het vervoer terug vooraf; de bussen zijn er dun gezaaid. Rond de Erbeskopf ligt sinds 2015 het Nationalpark Hunsrück-Hochwald, met eigen routes door oerbosachtig beukenbos.
De droomlussen zijn de perfecte dagmaat
Naast het lange pad heeft de streek haar bekroonde dagrondes, de Traumschleifen: rondwandelingen van 6 tot 18 kilometer, elk met eigen thema, van de kloven bij Losheim tot de wacholderheide bij Merzig en de waterval midden in Saarburg. De startborden staan bij parkeerplaatsen, de markering is feilloos.
De vuistregel: kies bij twijfel de kortere lus en neem de tijd voor de banken en uitzichten; deze rondes zijn gebouwd om te genieten, niet om af te vinken. Wie er drie in een week loopt, kent het landschap beter dan menige streekbewoner.
Langs de Saar fiets je vlak en ver
De Saar-Radweg volgt de rivier zo'n 100 kilometer van Saarbrücken via Saarburg naar Trier: vlak, autovrij en met de Saarschleife als spectaculair middelpunt. In Trier sluit hij aan op de Mosel-Radweg, die langs Bernkastel-Kues en Cochem naar Koblenz loopt. De combinatie met de trein maakt enkele-reis-ritten eenvoudig; stations liggen op gezette afstanden langs het water.
Voor heuvelwerk zijn er de bosroutes de Hunsrück in en de Nahe-Radweg langs de wijndorpen Monzingen, Bad Sobernheim en Bad Kreuznach, en de e-bike maakt ook die voor iedereen haalbaar; verhuur zit in Merzig, Saarburg en Trier. De klassieke dagrit: langs het water heen, met de trein terug, en onderweg één terras te veel.
Uitzichten en monumenten markeren de routes
Foto: Adina zh / Pexels
De routes rijgen de iconen vanzelf aaneen: het Baumwipfelpfad bij Orscholz met zijn toren van 42 meter boven de Saarschleife en het uitzichtpunt Cloef ernaast, het gratis Saarpolygon van 30 meter op zijn mijnsteenberg bij Ensdorf, en de Völklinger Hütte, sinds 1994 werelderfgoed, als industriële tussenstop.
Wie thematisch wil, plant een week met drie gezichten: een rivierdag, een kloven- en bosdag en een erfgoeddag. Voor die laatste liggen Trier met de Porta Nigra, de Romeinse Villa Borg bij Perl en het keramiekmuseum van Villeroy en Boch in Mettlach op een rij. De afstanden binnen 30 tot 60 kilometer maken elk trio haalbaar zonder gehaast te raken.
Praktisch op pad in de Saar-Hunsrück
De markeringen zijn voorbeeldig, maar neem de kaart-app mee voor de knopen waar lussen en langeafstandspad elkaar kruisen. Stevige schoenen met grip zijn op de kloofpaden geen luxe; na regen worden de leistenen treden glad.
Houd er rekening mee dat de horeca in de dorpen op maandag en dinsdag vaak rust; de rugzaklunch is hier een verstandige gewoonte. Bij Wiltingen en de andere Saardorpen schenken de wijnhuizen de riesling van de steile leihellingen, vaak met een eigen terras. Water bijvullen kan bij kerkhoven en dorpsfonteinen, en de dagschotel van rond de 15 euro wacht aan het eind van vrijwel elke route.
Wanneer je gaat
April tot en met oktober is het volle seizoen, met mei en juni voor het frisse groen en september en oktober voor nevels en herfstkleur; dat najaar is hier het geheime hoogseizoen van de fotografen.
De zomer is goed te doen dankzij de schaduwbossen, mits vroeg gestart; de Bostalsee en de Stausee bij Losheim vangen de middaghitte op, met vrij zwemmen en verhuur van boten. In de winter blijven de lussen van 6 tot 18 kilometer begaanbaar en zijn de uitzichten het scherpst; alleen de veerpontjes en sommige uitspanningen houden dan winterslaap.