Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Zuid-Duitsland heeft kastelen die echt zijn en kastelen die decor zijn
Foto: Adriaan Westra / Pexels
Neuschwanstein bij Füssen, de beroemdste burcht bij de Oostenrijkse grens, is tussen 1869 en 1886 gebouwd voor koning Ludwig II en nooit afgebouwd; van de ruim tweehonderd geplande kamers zijn er veertien klaar.
Dat verschil is met kinderen goed uit te leggen. Dit artikel behandelt de kastelen en natuurparken van de streek, met entreeprijzen, leeftijden en looptijden.
Voor Neuschwanstein moet je vooraf een tijdslot boeken
Een kaartje kost rond de 21 euro voor volwassenen; kinderen tot achttien jaar komen gratis binnen, maar hebben wel een gereserveerd kaartje nodig.
Vanaf het dorp klim je 1,5 kilometer omhoog in ongeveer 40 minuten, of je neemt de bus of een koets voor 3 tot 8 euro. De rondleiding duurt 30 minuten. Let op: er zijn honderden treden en geen lift; met een kinderwagen kom je er niet in en die moet beneden blijven staan. Ernaast gaat de Tegelberg-kabelbaan omhoog, met aan de voet een zomerrodelbaan.
Hohenschwangau ernaast is ouder en rustiger
Op de heuvel tegenover staat de gele burcht Hohenschwangau, waar Ludwig als kind woonde, in de jaren dertig van de negentiende eeuw herbouwd op oude muren aan de Alpsee.
Entree kost rond de 21 euro en een gecombineerd kaartje voor beide kastelen 32 tot 35 euro. De klim duurt 20 minuten. Hier zie je kinderkamers en beschilderde muren in plaats van troonzalen; voor kinderen tot een jaar of tien is dit vaak het aardigste van de twee.
Burg Hohenzollern is de derde burcht op die plek
De vorige twee zijn verwoest; wat er nu staat is tussen 1850 en 1867 in neogotische stijl opgetrokken op een kegelberg van ongeveer 855 meter, als stamburcht van de Hohenzollern-dynastie.
Entree kost 20 tot 25 euro en het is dagelijks open, doorgaans van 10.00 tot 17.00 uur. Vanaf de parkeerplaats klim je 25 minuten of neem je het pendelbusje voor enkele euro's. Reken op twee uur. Bij helder weer zie je van de muur af tientallen kilometers over het heuvelland; Stuttgart ligt op een uur.
Slot Linderhof was het enige dat af kwam
Van de drie bouwwerken van dezelfde koning is Linderhof het enige dat is voltooid en waar hij ook echt heeft gewoond. Het staat in een dal in het Ammergebirge, op ongeveer 25 kilometer van Neuschwanstein en vlak bij de abdij van Ettal.
Entree kost 10 tot 12 euro en de tuinen zijn gratis. In het park liggen een Moorse tuinkiosk en de kunstmatige Venusgrot, gebouwd als decor bij een Wagner-opera; die grot is na jaren van restauratie sinds 2025 weer te bezoeken, van 15 april tot 15 oktober. Reken op twee uur voor slot en park samen.
In Nationaal Park Berchtesgaden ligt een zoutmijn met glijbanen
Foto: Roman Kraft / Unsplash
Bij de Oostenrijkse grens ligt het enige nationale park in de Duitse Alpen, ruim 200 vierkante kilometer groot. In dezelfde plaats ga je met een mijntreintje een zoutmijn in.
Entree tot de mijn kost 20 tot 25 euro voor volwassenen en 12 tot 15 euro voor kinderen; je glijdt over twee houten glijbanen naar beneden en vaart over een ondergronds meer. Het is er het hele jaar 12 graden, dus neem een jas mee. Reken op anderhalf uur. Buiten lopen korte routes naar de Kneifelspitze en door de Almbachklamm, een kloof met bruggetjes.
Het oudste nationale park heeft een boomkruinpad van ruim een kilometer
In het oosten ligt het Beierse Woud, dat in 1970 als eerste nationale park van het land werd aangewezen. Bij Neuschönau loopt een houten Baumwipfelpfad van ongeveer 1.300 meter door de kruinen, dat eindigt in een toren van 44 meter.
Entree kost 12 tot 15 euro voor volwassenen en minder voor kinderen; het is dagelijks open van 9.30 tot 18.00 uur. Het pad loopt geleidelijk omhoog en is met een kinderwagen te doen. In het park lopen lynxen, wolven en bizons in grote omheinde delen, met het Hans-Eisenmann-Haus als bezoekerscentrum; de toppen Lusen en Rachel zijn de bekendste wandeldoelen en in Zwiesel wordt glas geblazen.
Aan het Bodenmeer bestaat geen natuurpark, wel drie andere uitjes
Rond dat meer wordt vaak een Bodensee-natuurpark genoemd dat niet bestaat. Wat er wel ligt: het Pfahlbaumuseum met nagebouwde paalwoningen uit de steentijd, het bloemeneiland Mainau en een apenberg waar de dieren vrij rondlopen.
Het Pfahlbaumuseum kost 12 tot 15 euro en de paalwoningen staan sinds 2011 op de werelderfgoedlijst; het bloemeneiland 20 tot 25 euro; de apenberg 10 tot 12 euro, waar kinderen popcorn op de vlakke hand krijgen om te voeren. Alle drie zijn van maart tot november open. Bij het NABU-natuurcentrum aan de oever kun je gratis vogels kijken.
Het kasteel boven Heidelberg heeft een vat van 220.000 liter
Boven de stad aan de Neckar staat een deels ingestorte burcht die in 1689 en 1693 door Franse troepen werd opgeblazen. In de kelder staat een wijnvat waar volgens de kasteelbeheerder rond de 220.000 liter in gaat, en in een vleugel zit het Duitse Apotheekmuseum.
Entree kost 9 tot 12 euro, inclusief de kabelbaan omhoog; die rijdt door naar de Königstuhl boven de Neckarvallei. Het terrein is dagelijks open van 9.00 tot 18.00 uur. Reken op twee uur. De ruïne is niet overal afgezet en er zijn steile trappen zonder leuning; houd kleine kinderen bij de hand.
Praktisch
Vanuit Nederland rijd je in vijf tot acht uur, afhankelijk van hoe ver zuidelijk je zit; er zijn geen tolwegen in Duitsland. Kastelen verkopen kaartjes steeds vaker alleen online met een tijdslot, ook buiten het seizoen.
Mei tot september geeft 18 tot 27 graden. In juli en augustus zijn de bekende kastelen tussen 10.00 en 15.00 uur het drukst; ga vroeg of neem het eerste slot. Veel musea zijn op maandag dicht, en in de bergen slaat het weer 's middags om. Westelijker liggen het Zwarte Woud met de Triberger Wasserfälle en de grote steden München en Stuttgart voor een stadsdag.