Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Noord-Frankrijk is vlakker dan zijn reputatie, behalve waar het dat niet is
Foto: Ilnur Kalimullin / Unsplash
De streek tussen de Belgische grens en de Somme staat bekend als vlak, en dat klopt voor het binnenland. Maar aan de kust liggen kliffen van meer dan honderd meter en in het zuidoosten ligt een heuvelland met hellingen die in de wielersport berucht zijn.
Dit artikel zet de fiets- en wandelroutes op een rij per soort landschap, met afstanden, hoogtemeters en het seizoen waarin ze het best zijn.
De kust heeft twee kapen en een pad ertussen
Tussen Calais en Boulogne steken twee kapen de zee in: Cap Blanc-Nez is een krijtklif die tot ongeveer 130 meter oploopt, Cap Gris-Nez is lager, rond de 45 meter, en bestaat uit zandsteen. Samen vormen ze het Grand Site des Deux-Caps, en op heldere dagen zie je vanaf beide de Engelse kust liggen.
De GR120 verbindt ze over ongeveer 20 kilometer, met klimmen en dalen door duinen en over weiland. Een korter rondje van 6 tot 8 kilometer om één kaap is in twee uur te doen. Parkeren kost enkele euro's. Let op: het waait hier vrijwel altijd en de kliprand is onbeschermd; blijf op het pad.
Langs de kust loopt een doorgaande fietsroute
Van Duinkerke naar de Baie de Somme bij Saint-Valery loopt La Vélomaritime, het Franse deel van EuroVelo 4. Tussen Calais en Boulogne is dat ongeveer 45 kilometer, met een omweg landinwaarts omdat de kliffen zelf niet befietsbaar zijn.
Dat betekent klimmen: reken op 400 tot 600 hoogtemeters op die afstand, meer dan mensen van een kustroute verwachten. Wie het vlak wil houden, rijdt het stuk ten noorden van Calais, dat achter de duinen langs gaat en vrijwel geen hoogteverschil heeft.
Het moerasgebied bij Saint-Omer is een doolhof van sloten
Landinwaarts ligt het Marais audomarois, ongeveer 3.700 hectare met honderden kilometers waterlopen, dat al eeuwen als groentetuin wordt gebruikt en waar boeren hun oogst met bacôves over het water vervoerden. Het staat volgens Unesco sinds 2013 op de lijst van biosfeerreservaten.
Je verkent het met een platbodem of een kano, te huur vanaf ongeveer 15 euro per uur, of te voet en per fiets over de dijkjes. Bij Clairmarais is een informatiecentrum met kaarten. Het is vlak, en dat maakt het geschikt voor gezinnen en voor een regenachtige dag waarop de kust te guur is.
De Vlaamse bergen zijn kort maar steil
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Ten zuiden van de grens liggen de Monts de Flandre, geïsoleerde heuvels in de vlakte, waarvan de Mont Cassel tot ongeveer 175 meter komt met het dorp Cassel op de top; de Mont des Cats en de Mont Noir liggen oostelijker. De klim erheen is nog geen twee kilometer maar heeft stukken van meer dan tien procent, deels over kasseien.
Vanaf boven kijk je bij helder weer tot in België en tot aan de zee. Er staat een molen en een handvol cafés. Het is een korte, harde inspanning en daarmee een geschikte oefening voor wie zich op een langere tocht voorbereidt; met een gewone toerfiets kom je er ook, in de laagste versnelling.
De Avesnois is bocagelandschap met oude spoorlijnen
In de zuidoostelijke hoek ligt het Parc naturel régional de l'Avesnois, ruim 1.200 vierkante kilometer met weiden, houtwallen, hoogstamboomgaarden en blauwsteendorpen rond Avesnes-sur-Helpe en Maubeuge. Het golft licht, met hellingen van enkele tientallen meters.
Door het gebied lopen voies vertes op voormalige spoortracés, vlak en verhard, met lengtes van 10 tot 30 kilometer. Daaromheen liggen wegen met weinig verkeer. Dit is de streek voor wie dagen achtereen wil fietsen zonder drukte; overnachten kost er 60 tot 90 euro voor twee.
De kasseien van de bekendste voorjaarsklassieker liggen er het hele jaar
Ten noordoosten van Rijsel liggen de kasseistroken die elk voorjaar in Parijs-Roubaix worden gebruikt, en ze zijn buiten de wedstrijd gewoon openbare weg. De bekendste is de Trouée d'Arenberg, ongeveer 2,4 kilometer door het bos.
Het Vélodrome André-Pétrieux in Roubaix, waar de koers eindigt, is op afspraak te bezoeken en bij evenementen te berijden. Let op: kasseien rijden vraagt brede banden en lage bandenspanning, en met een gewone stadsfiets is het een marteling. Wie het toch wil proberen, doet één strook en niet de hele reeks.
Het bos van Compiègne is de rustigste optie
Iets zuidelijker ligt het Forêt de Compiègne van ongeveer 14.400 hectare, met rechte lanen die in de zeventiende en achttiende eeuw voor de jacht zijn aangelegd. Ze lopen als spaken naar sterpunten toe, wat navigeren eenvoudig maakt.
Er zijn gemarkeerde wandelroutes van 5 tot 20 kilometer en brede paden waarop je kunt fietsen. Op de Clairière de l'Armistice bij Rethondes staat de wagon waarin in 1918 de wapenstilstand werd getekend, in een museum voor rond de 8 euro. Vanaf Parijs ben je er in ongeveer een uur, wat het in het weekend druk maakt.
Praktisch
Vanuit Nederland ben je in twee tot vier uur ter plaatse, afhankelijk van hoe ver zuidwaarts je gaat; op de autosnelwegen geldt tol. Frankrijk betaalt met de euro. Fietsverhuur zit bij de grotere plaatsen en kost 15 tot 25 euro per dag, elektrisch het dubbele.
April tot oktober is het seizoen, met mei, juni en september als beste maanden: 15 tot 24 graden en de meeste voorzieningen open. Aan de kust waait het het hele jaar; in het binnenland is de wind minder een factor. In de winter zijn de bospaden en de dijkjes in het moeras drassig.