Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Tussen Urbino, Ascoli Piceno en de Riviera del Conero zit veel rijden
Foto: Marian Luzi / Unsplash
Deze drie staan vaak in één zin, maar ze liggen ver uit elkaar: van Urbino in het noorden naar Ascoli Piceno in het zuiden is het ruim 190 kilometer en tweeënhalf uur, en de Riviera del Conero ligt daar halverwege tussenin aan zee.
Wie alle drie wil zien, boekt dus het beste bij de kust en rijdt van daaruit heen en weer, of verdeelt de week over twee adressen. Dit artikel behandelt ze los van elkaar, met entreeprijzen, openingstijden en reistijden. Italië betaalt met de euro.
Het Palazzo Ducale van Urbino is een stad op zichzelf
Foto: Marian Luzi / Unsplash
Federico da Montefeltro liet het vanaf 1454 bouwen en er werkten drie architecten aan; de gevel met de twee ronde torentjes kijkt uit over het dal. Binnen zit de Galleria Nazionale delle Marche, dus geen algemeen museum van de regio maar een schilderijenverzameling, met de Flagellatie en de Madonna van Senigallia van Piero della Francesca en La Muta van Rafaël.
Entree kost rond de 10 euro en het paleis is van dinsdag tot zondag open, meestal van 8.30 tot 19.15 uur. Reken op twee uur, en neem het studeerkamertje mee: een kamer van nog geen 4 vierkante meter, van vloer tot plafond bekleed met houtinleg die boekenkasten en instrumenten nabootst.
Volgens Unesco staat het centrum sinds 1998 op de werelderfgoedlijst. Let op: het paleis heeft veel trappen en er is maar beperkt een lift.
Rafaël werd in 1483 in Urbino geboren
Foto: Alessio Zappatore / Unsplash
Zijn geboortehuis aan de steile Via Raffaello is als museum ingericht, met de werkplaats van zijn vader Giovanni Santi op de begane grond en een muurschildering die aan de jonge Rafaël wordt toegeschreven. Entree kost rond de 4 euro en het is dagelijks open, met een pauze in de middag.
Reken op drie kwartier. Verderop staat het Oratorio di San Giovanni met een fresco uit 1416 van de gebroeders Salimbeni. De universiteit van Urbino dateert uit 1506 en telt ongeveer evenveel studenten als de stad inwoners heeft, zo'n veertienduizend, wat betekent dat het in juli en augustus juist stil is in de kroegen.
De honderd torens van Ascoli Piceno zijn er geen honderd meer
In de middeleeuwen stonden er naar schatting rond de tweehonderd geslachtstorens, gebouwd door families die elkaar de loef wilden afsteken. Daarvan staan er nu nog zo'n vijftig overeind, vaak verstopt in latere huizen; de Torre degli Ercolani is met ruim 40 meter de hoogste.
Rondlopen kost niets. Het hele centrum is opgetrokken uit travertijn uit de omgeving, ook de straatstenen, wat de stad bij laag licht bijna wit maakt. De Ponte di Solestà over de Tronto is een Romeinse boogbrug uit de eerste eeuw met een overspanning van ruim 22 meter, waar je gewoon overheen loopt. Reken op een halve dag voor de kern.
Aan de Piazza del Popolo zit een café uit 1907
Dit plein met zijn dubbele zuilengangen geldt als een van de mooiste van Italië; aan de korte kant staat het Palazzo dei Capitani del Popolo uit de dertiende eeuw. Het Caffè Meletti, in art-nouveaustijl, schenkt sinds 1907 de anijslikeur die hier wordt gestookt; een glaasje met een koffieboon erin kost 4 tot 6 euro.
De kathedraal van Sant'Emidio staat een straat verderop, met een crypte waarin tientallen zuilen van verschillende herkomst zijn hergebruikt en een altaarstuk van Carlo Crivelli uit 1473. Toegang is gratis. Let op: het plein ligt in de zon en de terrassen daar rekenen bijna het dubbele van de zaakjes in de zijstraten.
De olive all'ascolana zijn van één olijfras
Het gaat om de Ascolana tenera, een grote groene olijf die sinds 2005 een beschermde herkomst heeft; hij wordt met de hand ontpit in een spiraal, gevuld met gehakt van rund, varken en kip, gepaneerd en gefrituurd. Met de hand vullen duurt lang, en dat is te proeven aan het verschil met de diepvriesvariant.
Een portie van een stuk of acht kost 5 tot 8 euro en je eet ze als borrelhap of voorgerecht. Vraag naar olive ripiene fatte a mano. In november is er in de stad een oogst- en proeffeest. Let op: veel zaken in het centrum serveren ze uit de vriezer, herkenbaar aan de gelijke maat en de vlakke smaak.
De Riviera del Conero is het enige stuk klif van deze kust
De Monte Conero loopt met 572 meter recht in de Adriatische Zee af, terwijl de kust er ten noorden en ten zuiden van vlak en zandig is. Het Parco Regionale del Conero beslaat ongeveer 6.000 hectare met steeneik, brem en aardbeiboom, en er broeden slechtvalken op de wanden.
Wandelen is gratis en er liggen routes van 3 tot 12 kilometer, met 200 tot 500 hoogtemeters. De bekendste dorpen zijn Sirolo en Numana op de kliffen en Portonovo beneden aan zee, waar de kerk Santa Maria di Portonovo uit de elfde eeuw pal boven het kiezelstrand staat. Reken vanaf Ancona op twintig minuten rijden.
De Spiaggia delle Due Sorelle bereik je alleen per boot
Dit strand onder de kliffen dankt zijn naam aan twee rotsen die als zussen uit het water steken; er loopt geen pad naartoe dat veilig is en het is sinds jaren verboden om over de oude afdaling te gaan. Bootjes vertrekken uit Numana en varen van juni tot half september, meerdere keren per dag.
Een overtocht kost 15 tot 25 euro retour en je blijft er twee tot vier uur, afhankelijk van de vaart die je kiest. Er is geen kraan, geen strandtent en geen schaduw, dus neem water en een parasol mee. De andere stranden haal je wel te voet: Urbani en Sassi Neri onder Sirolo over trappen, Mezzavalle over een steil pad van twintig minuten.
Loreto trekt het hele jaar pelgrims
In de basiliek staat een huisje van steen dat volgens de overlevering in 1294 uit Nazareth hierheen is gebracht; de kerk eromheen werd vanaf 1469 gebouwd en Donato Bramante ontwierp de marmeren mantel die eromheen staat, waaraan onder anderen Andrea Sansovino beeldhouwde. De koepel van Giuliano da Sangallo dateert uit 1500.
Toegang is gratis; het Museo Pontificio met acht late schilderijen van Lorenzo Lotto, die hier in 1556 stierf, kost rond de 7 euro en is van dinsdag tot zondag open. Reken op anderhalf uur. Let op: er geldt een kledingregel met bedekte schouders en knieën, en op 8 en 10 december en 15 augustus is het er zo vol dat de omliggende wegen dichtzitten.
De wijn hier komt uit vier gebieden die niet naast elkaar liggen
De witte Verdicchio komt van rond Jesi, waar sinds 1968 een beschermde herkomst geldt, en van het hoger gelegen Matelica; beide liggen ruim een uur rijden van Urbino, dus daar proef je hem in een winkel en niet bij de boer. De rode Conero wordt aan de kust van montepulcianodruiven gemaakt en heeft sinds 2004 de hoogste Italiaanse herkomstbenaming.
Rond Ascoli Piceno ligt de Rosso Piceno, een mengsel van montepulciano en sangiovese. Een proeverij kost 10 tot 25 euro per persoon en gaat op afspraak. Bij de kaas hoort de Casciotta d'Urbino van schapen- en koemelk, bij het vlees de smeerbare ciauscolo, en in Acqualagna draait eind oktober en in november de truffelmarkt.