Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Italië › Marche › Wandelen in de Sibillijnse bergen en door truffelbossen
Bestemming 8 min lezen

Wandelen in de Sibillijnse bergen en door truffelbossen

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

De bergen en de truffelbossen liggen honderd kilometer uit elkaar

De Sibillijnse bergen, het ruige hart van Marche
Foto: Vittorio Staffolani / Pexels
De Monti Sibillini liggen in het zuiden van Marche, op de grens met Umbrië; de truffelbossen rond Acqualagna liggen in het noorden bij Urbino. Daar zit ruim 130 kilometer en twee uur rijden tussen, dus het is geen wandeling waarin je het ene in het andere ziet overgaan. Wat ze delen is dat je er een auto nodig hebt en dat het seizoen kort is: de hoogste routes zijn van juni tot oktober sneeuwvrij, de witte truffel komt van oktober tot december. Dit artikel behandelt ze los, met afstanden, hoogteverschillen en prijzen. Italië betaalt met de euro.

Het Parco Nazionale dei Monti Sibillini beslaat ruim 71.000 hectare

Op truffeljacht in de bossen van Acqualagna
Foto: Angelo Capitanio / Pexels
Het park werd in 1993 ingesteld en ligt voor twee derde in Marche, over de provincies Ascoli Piceno, Fermo en Macerata, en voor de rest in Umbrië. Er staan tien toppen boven de 2.000 meter; de Monte Vettore is met 2.476 meter de hoogste en de Cima del Redentore komt tot 2.448 meter. Toegang is gratis en er is geen slagboom. Het Grande Anello dei Sibillini is een rondwandeling van ongeveer 124 kilometer in negen dagetappes, met hutten en dorpen onderweg; wie een week heeft, loopt meestal drie of vier etappes. Let op: de aardbevingen van 2016 hebben paden en bruggen beschadigd en niet alles is hersteld, dus haal bij het parkkantoor in Visso of Amandola de actuele lijst.

Het Lago di Pilato ligt op 1.941 meter en valt soms droog

Wandelroute door het nationaal park Monti Sibillini
Foto: Vittorio Staffolani / Pexels
Dit meertje in een ketel onder de Monte Vettore is in de ijstijd uitgesleten en heeft twee bekkens die bij hoog water samenvloeien tot de vorm van een bril. Er leeft een kreeftje van ongeveer een centimeter, de Chirocephalus marchesonii, dat nergens anders ter wereld voorkomt; in droge zomers staat het meer leeg en overleven alleen de eitjes in de bodem. Lopen is gratis. Vanaf Foce di Montemonaco op 950 meter is het ongeveer 6 kilometer heen met 1.000 hoogtemeters, en reken op vijf tot zes uur heen en terug. Neem water mee, want onderweg is er niets. Het is verboden om in het meer te stappen of stenen in het water te gooien, omdat dat de eitjes vernielt.

De Gola dell'Infernaccio is de bekendste kloof van het gebied

De Tenna heeft zich hier tussen de Monte Sibilla en de Monte Priora een doorgang van nog geen twee meter breed gesneden, met wanden van honderden meters. Het pad begint bij Montefortino en loopt over houten bruggetjes door de kloof. Wandelen kost niets; parkeren bij de ingang kost enkele euro's. Tot de kloof is het ongeveer 2 kilometer en een uur; wie doorloopt naar de kluizenarij Eremo di San Leonardo klimt in totaal 600 hoogtemeters en doet er drie uur heen en terug over. Let op: in juli en augustus staat de parkeerplaats om 9.00 uur al vol en is er eenrichtingsverkeer op de aanrijweg.

De grot van de Sibille op de Monte Sibilla is ingestort

Op deze top van 2.173 meter zou volgens de overlevering een profetes hebben gewoond, en de Franse edelman Antoine de la Sale beschreef de gang in 1420 na een bezoek. De ingang is daarna dichtgeslagen en deels opgeblazen, en wat er over is ligt onder puin; sinds enkele jaren graven archeologen er. De top is wel te lopen: vanaf de Rifugio Sibilla is het ongeveer 4 kilometer heen met 500 hoogtemeters, in twee tot tweeënhalf uur. Gratis. De kam is smal en er staat vrijwel altijd wind, dus dit is geen route bij onweer. De naam van de hele bergketen komt van dit verhaal, en de Aso, de Tenna en de Nera ontspringen op de hellingen eromheen.

De Lame Rosse zijn in drie kwartier te lopen

Bij het Lago di Fiastra staan rode zuilen van grind en klei die door regen en wind uit een oude afzetting zijn uitgesleten, tot ongeveer 15 meter hoog. Het zijn geen rotsen maar samengekoekte grond, en daarom brokkelen ze elk jaar verder af. Het pad is ongeveer 3 kilometer heen, vlak langs het meer en daarna klimmend door bos, met 200 hoogtemeters; reken op drie kwartier heen. Wandelen is gratis, parkeren bij de dam kost enkele euro's. Het Lago di Fiastra zelf ontstond in 1955 door een stuwdam in de Fiastrone en is ongeveer 2 kilometer lang; zwemmen mag op aangewezen stukken en een kano huren kost 10 tot 20 euro per uur.

De abdij van Fiastra werd in 1142 gebouwd met Romeinse stenen

Cisterciënzers uit Chiaravalle bij Milaan stichtten de Abbadia di Fiastra en haalden het bouwmateriaal uit de ruïnes van de Romeinse stad Urbs Salvia, een paar kilometer verderop; in de zuilen van de kerk zie je dat oudere werk terug. De bouwstijl is kaal, zonder beeldhouwwerk, zoals de orde voorschreef. De kerk en de kloostergang zijn gratis; het museum met het middeleeuwse kloosterleven kost enkele euro's en is van dinsdag tot zondag open. Eromheen ligt een natuurreservaat van ongeveer 1.800 hectare met een eikenbos, de Selva, waar vlakke paden van 2 tot 6 kilometer doorheen lopen. Dit is het stuk van de streek dat met kinderen of een kinderwagen werkt.

In Acqualagna draait de truffelmarkt drie keer per jaar

Dit stadje van ruim vierduizend inwoners bij de Gola del Furlo verhandelt naar eigen opgave een groot deel van de Italiaanse truffels. De witte truffel heeft zijn markt op de laatste zondagen van oktober en de eerste van november, de zwarte wintertruffel in februari en de zomertruffel in augustus. Een truffeljacht met een zoeker en zijn hond kost 40 tot 80 euro per persoon en duurt twee tot drie uur, vaak met een proeverij erna. Anders dan je leest ruik je in het bos zelf niets: de knollen zitten tot 30 centimeter onder de grond tussen de wortels van eik en hazelaar, en juist daarom is er een hond nodig. Verse witte truffel kost 200 tot 500 euro per ons, afhankelijk van het jaar.

Bij Acqualagna loopt een Romeinse tunnel door de rots

In de Gola del Furlo hakten Romeinen in het jaar 76 onder keizer Vespasianus een tunnel van ongeveer 38 meter lang door de kalksteen, zodat de Via Flaminia van Rome naar Rimini erdoor kon. Je loopt er gewoon doorheen; ernaast ligt een oudere, veel kortere doorgang. Toegang is gratis. Door de kloof loopt de Candigliano, gestuwd tot een groen meertje, en boven de wanden broeden steenarenden. Er lopen routes van 4 tot 12 kilometer met 300 tot 800 hoogtemeters de bergen in, onder meer naar de Monte Pietralata. Het bezoekerscentrum is in het weekeinde open.

De dorpen in deze bergen liggen in Marche, Norcia en Castelluccio niet

Je leest vaak dat Norcia en Castelluccio de dorpen van de Sibillini zijn, maar die twee liggen aan de Umbrische kant van de bergkam. Aan de kant van Marche liggen Montefortino, Montemonaco, Amandola, Sarnano en verderop Visso en Ussita, dorpen van een paar honderd tot een paar duizend inwoners op 500 tot 900 meter hoogte. Rondlopen kost niets. Sarnano heeft een kern van baksteen in ringen om de heuvel en vier watervallen in het dal erachter, bereikbaar over paden van 1 tot 3 kilometer. Let op: Visso en Ussita zijn in 2016 zwaar getroffen en delen van de kernen staan nog in de steigers; overnachten kan er maar beperkt, en aan de kant van Amandola en Sarnano is het aanbod groter.

Gemzen en wolven zijn er wel, maar je ziet ze zelden

De Apennijnse gems was hier uitgestorven en is vanaf 2008 opnieuw uitgezet; er lopen er inmiddels enkele honderden, vooral hoog op de Monte Bove en de Monte Priora, en je ziet ze met een verrekijker vanaf de kam. De Apennijnse wolf trekt door het gebied maar mijdt mensen, dus reken op sporen en niet op een ontmoeting. Kijken kost niets en de beste uren zijn het eerste licht en het laatste. Boven 1.800 meter groeit de Apennijnse edelweiss, die beschermd is en niet geplukt mag worden. In juni en juli staan de hoogvlakten vol gentiaan, orchideeën en klaproos; de brede velden met bloeiende linzen waar foto's van rondgaan liggen op de hoogvlakte van Castelluccio en dus in Umbrië.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine